Expositie in Amsterdam rond obsessieve verzamelaar van marinemodellen; Oude scheepjes van de museumzolder

AMSTERDAM, 22 AUG. Terwijl half Nederland zich tijdens Sail vergaapte aan een handvol tallships en een armada van pleziervaartuigjes, opende het Rijksmuseum een bescheiden scheepjestentoonstelling die zicht biedt op de Nederlandse maritieme geschiedenis. De expositie De 'hersenpop' van Asmus (hersenpop is 17de-eeuws voor 'geesteskind') is samengesteld rond Jochem Pietersz. Asmus (1756-1837), de grondlegger van de 1600 objecten omvattende collectie 17de tot eind 19de-eeuwse marinemodellen van het Rijksmuseum. Op een paar topstukken na, die permanent geëxposeerd worden, zijn de modellen sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog niet meer in het museum te zien geweest.

In 1817 kreeg het toenmalige Ministerie van Marine toestemming een verzameling aan te leggen om de kennis van de scheepvaart en vooral de scheepsbouw te bevorderen. Opzichter van de aan te leggen Marinemodellenkamer werd Jochem Asmus, die tot zijn dood de belangrijkste historische collecties van de voormalige admiraliteiten en de VOC inbracht. Later in de 19de eeuw kwamen daar vooral technische modellen bij. In 1889 werd de Marinemodellenkamer weer opgeheven en ondergebracht in het Rijksmuseum, waar het overgrote deel van de collectie jarenlang op zolder lag te verstoffen.

Toen het museum vijf jaar geleden met de inventarisatie en restauratie van de 1600 marinemodellen begon, was er vrijwel niets over bekend, vertelt wetenschappelijk medewerker Alan Lemmers. “En hier was het een puinhoop”, zegt Ab Hoving, restaurator van de afdeling Nederlandse geschiedenis, op de zolder die inmiddels atelier geworden is. “Ik greep in een kast en had opeens de vlecht van Jacoba van Beieren in handen. Die lag hier tussen wat kapotte scheepjes in een kistje, met een briefje erbij.” Van de ontbrekende informatie is inmiddels 95 procent teruggevonden en in het atelier zijn de hoge stellages nu bomvol opgepoetste modellen onder plastic. “Een goed compleet model levert drie ton op”, zegt Hoving. “Er staat hier voor miljoenen.” Alle 1600 marinemodellen zijn op cd-rom geregistreerd. Die kan op de tentoonstelling worden geraadpleegd.

Behalve nagebouwde schepen bevatte de Marinemodellenkamer ook een keur aan handwapens, houtmonsters en nautische instrumenten. Het merkwaardigste voorwerp staat nu op een sokkeltje in de zaal 19de-eeuwse geschiedenis. De vorm van het zilver- en goudkleurige apparaatje doet nog het meest denken aan een gloeilamp met een ingedrukte bol. Het veroorzaakte in 1849 een parlementaire crisis, omdat de regering het zonder medeweten van de minister van financiën en voor een astronomisch bedrag had gekocht. Het was de eerste granaat die pas ontplofte zodra hij doel trof.

Voor De 'hersenpop' van Asmus werden uit de wirwar van marineobjecten ruim 50 schepen en andere modellen thematisch gegroepeerd rond de verschillende marine-hoedanigheden van Jochem Asmus, die onder meer scheepsmodelbouwer, scheepsonderzoeker en scheepsuitvinder was. Daardoor biedt de tentoonstelling ook een soms komisch portret van een man die werd geobsedeerd door de scheepvaart.

Dat leidde al voordat hij opzichter van de Marinemodellenkamer werd tot een drama, dat smakelijk wordt opgerakeld in het ter gelegenheid van de expositie uitgegeven boekje 'Techniek in schoonheid'. Tot 1806 was Asmus directeur van de marinewerf in Amsterdam. In 1800 kreeg hij de opdracht kunstklippen te gaan vervaardigen. De kunstklip, een diamantvormig gevaarte van houten balken met ijzeren punten met daaraan een anker, moest pal onder het wateropppervlak van de kwetsbaarste Hollandse zeegaten gehangen worden om zo vijandelijke schepen buiten de havens te houden. Het apparaat was uitgevonden door Hendrik Aeneae. Asmus had ondanks verschillende studiereizen nog nooit iets uitgevonden dat anderen de moeite van het produceren waard vonden, en was daar zeer gefrustreerd over.

Daarom vond hij op de dag dat hij de kunstklip-opdracht kreeg, de waterruiter uit. Op de tentoonstelling is van beide ontwerpen een model te zien, en de waterruiter blijkt een schandalige kopie van de kunstklip. Het plagiaat van de marinedirecteur werd dan ook onmiddellijk als zodanig herkend. Met zijn ernstig beschadigd imago verviel Asmus van kwaad tot erger - grove nalatigheid en verduistering van rijksgoederen leidden tot zijn ontslag in 1806.

Het opzichterschap van de Marinemodellenkamer gaf Asmus ruim tien jaar later de kans zich te rehabiliteren. Eindelijk kwam de nationale roem die hij als mislukt marine-uitvinder zo ontbeerde met een nationale collectie die wél zijn geesteskind was, en die in zijn geheel tentoongesteld over vijf jaar hèt alternatief voor Sail 2000 zou kunnen zijn.

De 'hersenpop' van Asmus. De oorsprong van de Marinemodellenkamer. T/m 12 mei, Rijksmuseum Amsterdam. Dag. 10-17u. Boek: H. Stevens/ C. de Jonge Techniek in schoonheid, ƒ 29,50. Op 22 november: lezing over marinemodellen. Inl: 020-6732121