Van democratie Kazachstan blijft steeds minder over

Kazachstan: In Kazachstan gaan de kiezers woensdag naar de stembus voor wat kan worden gezien als de tweede vertrouwensstemming van dit jaar over het geleidelijk autocratischer beleid van president Noersoeltan Nazarbajev. In een referendum spreken ze dan hun oordeel uit over Nazarbajevs ontwerpgrondwet.

De eerste vertrouwensstemming won Nazarbajev op zijn sloffen. De president, die in maart wegens onregelmatigheden bij de verkiezingen het pasgekozen parlement naar huis stuurde en die sindsdien per decreet regeert, kreeg in april 95,6 procent van de kiezers achter zich bij een referendum over de verlenging van zijn ambtstermijn tot december van het jaar 2000.

Bij het referendum over de nieuwe grondwet zal Nazarbajev met minder indrukwekkende percentages genoegen moeten nemen. Opiniepeilingen hebben vorige week aangetoond dat de meeste kiezers de tekst van de ontwerp-grondwet waarover ze moeten stemmen, helemaal niet kennen. Slechts 7,5 procent heeft de ontwerp-grondwet gelezen, 32 procent had er alleen over gehoord. Het referendum is pas geldig als 50 procent komt stemmen. Van diegenen die gaan stemmen is 71,2 procent van plan voor de nieuwe grondwet te stemmen.

Die nieuwe grondwet geeft de president meer macht dan hij tot dusverre heeft, ten koste van het parlement. De president mag volgens de tekst het parlement ontbinden, de premier benoemen, zeven van de 47 leden van de Senaat aanwijzen en, mits het parlement er met tweederde meerderheid mee instemt, zelfs voor een periode van maximaal een jaar wetsontwerpen indienen. Hij kan pas door het parlement worden afgezet met een meerderheid van driekwart. Verder kan de president samen met het parlement de leden van de nieuwe hoogste rechtbank, de Constitutionele Raad, benoemen.

De oppositie in Kazachstan is fel tegen de nieuwe grondwet wegens de grote machtsconcentratie bij de president. Een tiental oppositiepartijen en -bewegingen heeft gewaarschuwd dat de nieuwe grondwet tot destabilisatie en tot sociale fragmentatie kan leiden, dat een autoritair bestuur door de president in de hand wordt gewerkt en dat burgerrechten aan banden worden gelegd. Ze riepen op tot een boycot van het referendum en kondigden een reeks protestdemonstraties aan. Die is uitgebleven: op de eerste bijeekomst werden hongerstakende en protesterende aanhangers van de oppositie in de hoofdstad Almaty zeer hardhandig door de politie ingerekend. Volgens de oppositie liep een van hen, voormalig parlementslid Vladimir Tsjernysjev, daarbij “ernstige hersenschade, ribbreuken en andere verwondingen” op.

Nazarbajev heeft de afgelopen weken vooral in het industriële en door veel leden van de Russische minderheid bewoonde noorden van Kazachstan campagne gevoerd voor 'zijn' grondwet. Volgens de media in Kazachstan hebben 100.000 arbeiders op grote mijn- en metallurgische complexen in het noorden hun “hartelijke” steun voor de nieuwe grondwet tot uitdrukking gebracht.

Nazarbajev heeft lang de reputatie genoten een van de meest tolerante politieke leiders in de voormalige Sovjet-Unie te zijn. Die reputatie kalft in snel tempo af, al zijn de inperkingen van de democratie in Kazachstan nog niet zo kras als in sommige Centraal-Aziatische buurlanden.

In december 1993 trad de helft van het toenmalige parlement af, officieel vrijwillig, in werkelijkheid daartoe krachtig aangemoedigd door Nazarbajev, die vond dat met voormalige communisten geen markteconomie op te bouwen was. Later bevocht de president voor zichzelf het recht bijna een kwart van het nieuwe parlement zelf te benoemen en bepaalde hij dat presidentiële decreten kracht van wet bezitten. Toen in de lente het Constitutionele Hof onregelmatigheden bij de verkiezingen voor het nieuwe parlement constateerde en bepaalde dat het “illegaal” was, stuurde Nazarbajev het naar huis. Protesterende parlementariërs werden midden in de nacht door de politie met veel geweld letterlijk het parlement uit gegooid. Nieuwe verkiezingen zijn sindsdien steeds uitgesteld.

Tegelijkertijd zijn de media aan banden gelegd door hun advertentieruimte te beperken. Het belangrijkste oppositieblad, Capital, moest tijdelijk sluiten na een mysterieuze brand en het belangrijkste blad van de Russische minderheid, Kazachskaja Pravda, werd verboden wegens “oproepen tot rassenhaat”. Vrijwel alle media lopen sindsdien braaf in de pas en de oppositie ziet zich gedwongen 'uit te wijken' naar kranten in het buitenland, vooral Rusland, waarin ze heeft gesteld dat “zelfs de schijn van democratie en wettigheid in Kazachstan is verdwenen”.

De activiteit van de oppositie is verder aan banden gelegd door decreten die - bijvoorbeeld - bepalen dat iedereen die een hongerstaking wil beginnen, daarvoor eerst de politie toestemming moet vragen en dat “alcoholici en krankzinnigen” verplicht zijn zich in een psychiatrische kliniek te laten opnemen - zonder dat het begrip krankzinnigheid in het decreet wordt toegelicht. Sommigen vragen zich sindsdien af of het vragen om politiepermissie om in hongerstaking te gaan, niet een teken van krankzinnigheid is waarop met onmiddellijke verplichte opname moet worden gereageerd.