Juichend uit volle borst

Het klinkt wat koket, alsof ik me een boogschietende Zen-leerling waan, maar toen ik me na een jaar onthouding inschreef voor het Open Kampioenschap van Nederland, een onderdeel van het Donner Memorial, zag ik het als een vorm van zelfonderzoek. Op zoek naar de emoties van vroeger. Ze waren nog wel te vinden, maar een beetje afgesleten. Tegen Blees raakte ik een stuk kwijt, terwijl ik een paar minuten eerder nog dacht de partij te gaan winnen. Wat ging er toen door je heen? Een gevoel van gemis, de gedachte dat ik vroeger in zo'n geval heel ongelukkig zou zijn geweest.

In een van de eerste ronden moest ik tegen de zoon van iemand met wie ik dertig jaar geleden iedere week honderden vluggertjes speelde en in iedere beweging van zijn hoofd en zelfs van zijn voet zag ik de mimiek van zijn vader. Toen ik een tikje minder stond dacht ik: dat komt wel weer goed, net als dertig jaar geleden, en zo was het ook. Tijdens de nazit van mijn partij tegen de Oekraïense speler Komarov deed een bepaalde pionnenconfiguratie hem denken aan een partij die ik in Kiev 1978 tegen Ftacnik speelde. Ik was verbaasd dat hij dat wist. “Ik heb dat toernooi bezocht en ik heb toen een handtekening van u gekregen“, zei Komarov. Hij moet toen net uit de wieg gekropen zijn.

Tenslotte haalde ik precies het aantal punten dat het mathematisch systeem dat de kracht van iedere schaker in een getal vastlegt, me zou voorspellen en ik was daar erg ontevreden mee. Zo onthecht dat mijn ambities overeenkomen met de objectieve werkelijkheid ben ik gelukkig nog niet.

Een lezer van deze rubriek kwam me tussen twee zetten door vertellen dat hij enig leedvermaak had menen te bespeuren in mijn beschrijvingen van de ellende die Timman de afgelopen maanden beleefde. Ten onrechte volgens mij, maar wie kent zichzelf? Wat doe je als het nu weer heel goed met hem gaat? vroeg de lezer. Dan juich ik weer uit volle borst, zei ik. En waarlijk, het moment is gekomen. Timmans beslissende partij uit de laatste ronde tegen Granda Zuniga is niet bijzonder spectaculair. Voor dit Donner-toernooi, waar iedere dag aan bijna alle borden hevige ontploffingen plaatsvonden, was het zelfs een ongewoon kalme partij. Maar zo moeten toernooien gewonnen worden. Een partij winnen als het absoluut noodzakelijk is en de tegenstander genoeg heeft aan remise, is een opgave die bijna altijd mislukt. Timman pakte het op de juiste manier aan. Niet een snelle crisis forceren, daar wacht de tegenstander op en daar heeft hij zijn krachten voor verzameld. Nee, rustig gaar stomen in de pan op een klein vuurtje dat voor de minder oplettende waarnemer soms uit lijkt te gaan, maar altijd branden blijft. Granda Zuniga bezweek er aan.

Over dit Peruaanse natuurtalent werd in het toernooibulletin verteld dat hij op weg naar de speelzaal aan een van de organisatoren vroeg of Seirawan nu met 1. e4 of met 1. d4 opende. Zo erg kan zijn ongeschooldheid toch niet zijn. Deze anecdote moet een vorm van 'de waarheid liegen' zijn geweest, om de verslaggevers op het juiste spoor te zetten. Een nobele wilde die bij wijze van spreken bij iedere zet aan de wedstrijdleiding moet vragen of de pion nu recht gaat of schuin, en met zijn in haast bijeengesprokkelde kennis van de regels de ene na de andere topspeler verslaat, zouden we allemaal wel in de toernooizaal willen zien. Nu ja, het is waar dat studie van de openingstheorie niet het lievelingswerkje van Granda Zuniga is. Daar lag het overigens niet aan tegen Timman.

Wit Timman-zwart Granda Zuniga

1. e2-e4 e7-e6 2. d2-d4 d7-d5 3. Pb1-c3 d5xe4 4. Pc3xe4 Pb8-d7 5. Pg1-f3 Lf8-e7 6. Lf1-d3 Pg8-f6 7. Dd1-e2 c7-c5 8. Pe4xf6+ Le7xf6 9. d4-d5 Pd7-b6 10. Ld3-b5+ Ke8-f8 11. d5xe6 Lc8xe6 Dezelfde stelling was in de vijfde ronde voorgekomen in Huzman-Seirawan. 12. a2-a4 a7-a6 13. Lb5-d3 Dd8-c7 14. 0-0 Ta8-e8 Seirawan volgde een ander plan: h6, g5 en Kg7 om snel de torens te verbinden. Hij vermeed daarmee de moeilijkheden die Granda Zuniga krijgt en hij won, maar Timman had er natuurlijk iets op klaar liggen. 15. a4-a5 Pb6-d7 16. Tf1-e1 Te8-e7 17. De2-e4 c5-c4 18. Ld3-f1 Pd7-c5 19. De4-f4 Dc7xf4 20. Lc1xf4 Nu nog zijn Th8 in het spel brengen en zwart is van alle zorgen vrij, maar dat zal veel tijd kosten. 20...Te7-d7 21. Lf4-e3 Td7-c7 22. Le3-f4 Tc7-c8 23. Lf4-d6+ Kf8-g8 24. Pf3-e5 h7-h5 25. Pe5xc4 Le6xc4 26. Lf1xc4 Lf6xb2 27. Ta1-d1 Th8-h6 28. Ld6xc5 Tc7xc5 29. Te1-e8+ Het begin van een mataanval die wit met zijn laatste paar stukken nog net kan organiseren. 29...Kg8-h7 30. Lc4xf7 Th6-f6 31. Lf7-d5 Tc5xa5 32. Ld5-e4+ g7-g6 33. Td1-d7+ Kg7-h6 34. h2-h4 Ta5-a1+ 35. Kg1-h2 Tf6-f4 De h-pion moet in ieder geval geëlimineerd worden, anders zou zwart echt mat gaan. 36. f2-f3 Tf4xh4+ 37. Kh2-g3 Ta1-h1 38. Te8-e6 Th4xe4 39. Te6xe4 Kwaliteit gewonnen. De rest is simpel. 39...Lb2-c3 40. Td7xb7 Lc3-e1+ 41. Kg3-f4 Le1-d2+ 42. Kf4-e5 a6-a5 43. Ke5-f6 Th1-h2 44. Te4-e2 Ld2-c3+ 45. Kf6-f7 Th2-h4 46. Te2-e4 Th4xe4 47. f3xe4 Kh6-g5 48. Tb7-c7 Zwart gaf op.

Twee weken geleden liet ik een geval zien waar iemand in remisestelling had opgegeven. Laat niemand denken dat het uit leedvermaak was. Het was meer dat gedeelde smart minder pijn geeft. Ik was zelf ook eens zo onnozel geweest en het deed me goed om te zien dat ik de enige niet was. Daar had het wat mij betreft bij kunnen blijven. Toen Piket in de zevende ronde tegen Nunn een remisestelling opgaf, moest ik denken aan het bittere grapje over de passagier van de Titanic: “Ik vroeg om ijs, maar dit is belachelijk.“

Wit Piket-zwart Nunn, stand na de veertigste zet van zwart. Piket had steeds heel goed gestaan, maar in de laatste fase was het hem door de vingers geglipt, en nu, weer op dat gevaarlijke moment vlak na de tijdcontrole waarop kalme bezinning nodig en mogelijk is, maar de spelers nog in de roes van de doorgestane emoties verkeren, stak Piket de hand uit als teken van overgave. “Geen tijd voor discussies, eerst het formulier laten ondertekenen“, dacht Nunn naar eigen zeggen. Toen dat eenmaal veilig binnen was, liet hij zien dat Piket geen enkele reden voor opgeven had gehad. Na 41. Kg4 of 41. Th3 gaat wit inderdaad mat, dus hij moet 41. Kg5 doen en als zwart dan naïef 41...Dxg3+ doet, wint wit waarschijnlijk na 42. Kf6 door zijn sterke b-pion. Nunn was 41...Kg7 van plan, wat weer mat dreigt. Dat wordt opgevangen met 42. Pxe5 en nu zou wit na 42...Dxg3+ 43. Pg4 weer in het voordeel zijn. Achteraf vond men dat zwart met 42...Dd2+ 43. Kg4 dxe5 remise door eeuwig schaak zou kunnen maken. In de stelling waarin Piket opgaf, had Nunn dus nog drie goede zetten moeten doen om remise te maken. Het kan nog erger. Het klassieke geval is dit:

Wit Popiel-zwart Marco, Monte Carlo 1902. Zwart gaf op vanwege de penning op de d-lijn, maar met 36...Lg1! zou hij wit tot opgeven gedwongen hebben.