Hollands Dagboek

Oussama Cherribi (1959) is socioloog en lid van de Tweede Kamer voor de VVD. Hij houdt zich daar bezig met jongeren, hoger onderwijs en dierenbescherming. Cherribi is Nederlander van buitenlandse afkomst en geboren in de enige polder die in Afrika voorkomt: het plaatsje Kenitra in Marokko.

Woensdag 16 augustus

Telefoon om 8 uur 's morgens: 'goedemorgen Oussama', zegt de bekende stem van Frits Bolkestein. Hij wil de afspraak voor de 22e met een aantal imams bevestigen en wenst mij een goede stage bij de Rijksinrichting voor jongens Het Nieuwe Lloyd, die dadelijk om 9 uur zal beginnen.

Ik ben al meer dan 9 maanden bezig met het idee daar een kijkje gaan nemen. Ik geef bij aankomst mijn paspoort af en de brief, waarin staat dat ik mij mét paspoort en zónder ijzerwaren moet aanmelden. In die brief staan meer voorwaarden, zoals dat de gesprekken met de jongens alleen in de Nederlandse taal mogen worden gevoerd, en “behandeling alsof u zoudt zijn ingesloten in deze in gebruik zijnde inrichting is niet mogelijk, omdat de groepsleiding in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de VEILIGHEID”. En daarom moet je de aanwijzigingen altijd opvolgen.

De vrouwelijke portier: “Wat moet ik met al die dingen, sleutels en paspoort?” “Het staat op papier”, antwoord ik.

Volgens haar staat mijn komst niet in de agenda vermeld. Ze belt de directeur “Een meneer komt hier stage lopen. Nee ...”

In afwachting van de directeur lees ik een drietal A3-tjes die aan de muur hangen. De eerste in het Arabisch, de tweede in het Frans en de derde in het Nederlands. Vreemd, denk ik. Waarom geen andere talen dan deze drie? De directeur komt wat verlaat naar mij toe. Hij zegt me dat ik een week geleden op een voorgesprek aanwezig had moeten zijn. Dus kan mijn stage niet kan doorgaan. Gelul, van een voorgesprek is mij niets bekend, ook niet bij mijn medewerker.

Hij ontvangt me toch op zijn kantoor en biedt me geen koffie aan. Ik vraag hem het telefoonboek van Amsterdam om het nummer op te zoeken waar mijn medewerker op dat moment is, om de afspraken te controleren. De directeur geeft mij het telefoonboek van Den Haag. Ik vraag weer het boek van Amsterdam. “Ik ben een Hagenees”, zegt hij, “dat van Amsterdam heb ik niet”. De vlerk.

Onverrichter zake en boos ga ik weer naar huis. Mijn medewerker Mattias Duyves komt langs. Hij heeft de brief bij zich waarin de Lloyds-directeur schrijft: “Het is mijns inziens een unieke, maar goede zaak als leden van de Tweede Kamer nader met de jeugdinrichtingen kennismaken!”.

Om mijn dag toch maar in te richten in het teken van Lloyd ben ik langs een aantal coffeeshops gegaan. Ik kom altijd aan mijn informatie.

Donderdag

Slecht geslapen en ik ben al om 6.00 uur wakker, alsof het een gewone werkdag is. Om half negen ga ik naar Den Haag.

Ik kijk in mijn e-mail post en vraag een aantal artikelen via compuserve op. Ik praat met de aanwezigen op de fractie over hun vakantie. Ik krijg te horen dat er nog steeds geen zekerheid is of mijn stage doorgaat. Ik kan natuurlijk in een andere inrichting een kijkje te nemen, maar de data vallen niet samen met de niet geblokkeerde agenda. Ik wil per se naar een Rijksinrichting omdat particuliere inrichtingen betere resultaten boeken.

Ik groet Bibi de Vries en neem mijn post door. Er zit een leuke brief tussen van Gijs de Vries in prachtig Frans, waarin hij mij vraagt als spreker op een symposium in Brussel. Het gaat goed met de liberalen in Europa met zo'n dynamische man, denk ik dan.

Om 3 uur neem ik de tram naar Hollands Spoor en koop in het nieuwe station De Groene Amsterdammer. Ik vind het altijd leuk om de Groene Amsterdammer in Den Haag te kopen. Interessante bijdragen over Indonesië.

Eindelijk staat tram 9 een keertje keurig te wachten. Normaal gesproken mis ik die tram altijd op het nippertje. Ook thuis ligt alweer een stapel post. Ferry Houterman van de Amsterdamse VVD vraagt mijn commentaar op een artikel. Om 7 uur ga ik met mijn broers Abdellatif en Adil uit eten. Abdellatif zit voor de PvdA in de gemeenteraad en Adil is op vakantie. Komend semester gaat hij stage lopen in Casablanca. Het is heerlijk weer voor een Amsterdams terras. Die terrassen zijn een zege voor een stad als Amsterdam, bij gebrek aan boulevards en promenades.

Om 22.15 uur ben ik weer thuis en zet TV5 aan voor het Franse nieuws. Weer een bomaanslag in Parijs. Dat doet me pijn. Ik kijk eigenlijk weinig televisie en luister veel liever naar de radio zoals BBC, France Inter, NOS.

Donderdag is altijd een Parool-dag voor mij, vanwege de column van Emma Brunt. Ik hou van haar opgewekt cynisme. Ook in Het Parool een bericht over jeugdbendes in Amsterdam Oost. De bendes bestaan uit jongetjes van hooguit 13 jaar en zijn fiks crimineel. Ze zijn van Marokkaanse, Turkse en Antilliaanse afkomst. Bekend verhaal, maar ik zet wel vraagtekens bij het gebruik van het woord 'bendes'. De wetenschapper en de politicus in mij zijn het dit keer met elkaar eens: het gaat om een sens civic. Burgerschap als praktijk moet het tekort aan sociaal besef vervangen.

Ik denk aan het gesprek van gisteren met een aantal Frans-Algerijnse jongens die in Lyon op eigen kracht een jongerenorganisatie hebben opgezet. Door toedoen van die vereniging zijn de schoolprestaties in hun buurt aantoonbaar verbeterd. Ze zijn nu bezig met een handvest voor de moraal. Volgende keer als ik in Frankrijk ben ga ik bij ze langs.

Vrijdag

Naar het hoofdpostkantoor om geld te halen voor de betaling van mijn nieuwe keuken. Om 10 uur is mijn medewerker er ook en gaan we aan de overkant een kopje koffie drinken. We hebben het over het boek van Siep Stuurman 'Wacht op onze daden', het gaat over liberalen, over de democratische revolutie en de machtswisseling en vooral over de rol van Donker Curtius, die een belangrijk liberaal was en altijd in de schaduw van Thorbecke is gebleven. We hebben het over de mythe van de Nederlandse bedaardheid. Thuis gaat de telefoon. Het is professor Arkoun; we bellen elkaar wekelijks. Hij is uitgenodigd als key note speaker op een congres in Djokjakarta over het boek “Towards the Millennium Global Civilisation in Change”. Hij is even bekend in Indonesië als in Nederland. Een aantal van zijn boeken is daar net vertaald. Met 180 miljoen mensen heeft Indonesië meer inwoners dan alle Arabische landen bij elkaar. Indonesië is een land waar de islam zeer liberaal is, al kun je dat wat betreft de mensenrechten niet zeggen. “Ik reken op Bolkestein”, zegt Arkoun.

Iemand van de Landelijke Federatie van Chinese organisaties in Nederland belt. Interessant plan voor een nieuw Chinatown in Amsterdam. Ze willen dat ik volgende week een inleiding houd. Ik noteer het voor mijn medewerker. Mijn telefoon heeft besloten dat de vakantie voorbij is.

De keuken is nog onbruikbaar. Voor koffie moet ik buiten de deur. Ik ga verder in gesprek met een vriend die mij 'Die Abrechnung' van Ingo Hasselbach en 'Ehre, Blut und Mutterschaft' van Franziska Tenner leent ter voorbereiding van een forumdiscussie over de film 'Beruf, Neo-Nazi'. Het wordt een debat met ex-collega Meindert Fennema. Ik snap niet waarom er zo paniekerig over die film wordt gedaan. Het Europese netwerk van migrantenjongeren Cemyc gebruikt de film gewoon als scholingsmateriaal.

De vrijdagpreek in de moskee gaat over egoïsme, onverschilligheid en onnozelheid als gevolg van televisie kijken en vooral met de rage van schotelantennes. De gehele dag zitten de mensen naar dansende en springende geesten en obscene scenes te kijken, zegt de imam. Zo komen ze in de ban van deze geesten. Toevallig waarschuwt in de NRC van vandaag de scheidende anglicaanse bisschop van York, John Habgood voor een elektronische nachtmerrie. Hij heeft het over “een heleboel egocentrische mensen die de hele dag voor het scherm zitten en hun geesten volzuigen met in toenemende mate gewelddadig en obsceen amusement”. Kleine wereld.

Roos Römer van het Pluspunt uit Tilburg belt. Dat is een ontmoetingscentrum om Hiv-geïnfecteerden en hun families te helpen. Particulier initiatief dat nu ook door de gemeente en de provincie wordt gesteund. Ze lopen buiten Amsterdam soms voor op de hoofdstad. Ze vraagt of ik een bezoek wil brengen.

Een Hindoestaans diner bij de vriendin van mijn jongste broer. We kijken naar het commentaar van Gilles Keppel over de aanslag in Parijs. Na het bericht over de hevige watersnood in Marrakech waarbij 81 mensen zijn gedood bel ik direct mijn oom in Marrakech. Hij woont echter ver van het rampgebied, stelt hij ons gerust. Om middernacht ga ik naar Gert Hekma, die vrijkaartjes heeft voor de Roxy, ter gelegenheid van de viering van Hartjesdag. Een oud Amsterdams gebruik dat eigenlijk helemaal verdwenen is. Een Amerikaanse kunstenares wil het opnieuw leven inblazen. Ze vindt dat New York weer onder Nederlandse invloeden moet komen te staan. Op het gebied van drugs, prostitutie en criminaliteit is Nederland een voorbeeld in de wereld. “A lot of civic management”, zegt ze. “Nederlanders zijn oplossingsgericht, jammer dat er maar 15 miljoen van zijn”. Om 3 uur 's nachts ga ik naar huis.

De halve maan schijnt aan een diep blauwe hemel. Een groep toeristen pist zeer luidruchtig in de gracht.

Zaterdag

Ik sta laat op. Ontbijt, radio, krantjes, koffie en dergelijke. In de post tref ik een grote enveloppe uit Istanbul aan met een tiental tijdschriften 'Kitap-Lik' met de vertaling ingevoegd van het tijdschrift Liber in het Turks.

Om half vier ga ik naar het zwembad. Onderweg koop ik een ijsje en de Libération met op de voorpagina een prachtige foto van Mike Tyson. In het De Mirandabad trek ik laatste baantjes voor het om half zes al sluit. Ik erger me mateloos aan de sluitingstijden.

Zondag

Kranten en post doorgenomen. Om 12 uur ga ik lunchen bij een vriend die ik zes weken niet gezien heb. Ik werk verder de hele dag aan een hoofdstuk van een boek. 's Avonds zit ik op een terras aan het Entrepotdok te eten en te luieren met Duitse vrienden.

Maandag

Om 9 uur in de ochtend komt de installateur van de keuken. Ik zet provisorisch koffie. Samen moeten we eerst een parkeervergunning regelen. Dat kost 2 uur, ik kan me voorstellen dat kleine zelfstandigen er af en toe moedeloos van worden. Om kwart over 1 belt Radio Rijnmond voor het geplande telefoongesprek over Internet. De VVD is juist bezig met een digitaal offensief binnen de fractie en binnen de partij. Voor mij persoonlijk is Internet een werkinstrument. Dan belt de buurvrouw aan: “Zou je de komende dagen mijn katten te eten willen geven?” “Ja hoor, buuv.”

Ik kijk naar het Journaal, de toespraak van Hare Majesteit in Indonesië. Haar toespraak vind ik beschaafd.

Om 9.30 uur ga ik naar het politiek café Libertijn, dit keer niet in de Sluiswacht maar in de Sonesta Koepel, waar Frits de opening doet van het nieuwe seizoen. De zaal is bomvol. Ik spreek veel partijgenoten. Ik maak met Ferry een afspraak voor maandag. Eddy Westerveld, straathoekwerker in de Bijlmer, klampt me aan over de toenemende prostitutie in Zuid-Oost. Nogal schokkend, we moeten een oplossing vinden.

Dinsdag 22 augustus

Om 9 uur Frits aan de telefoon over de afspraak met een aantal imams. Heeft onder andere te maken met De Baarsjes. Om 10 uur met de auto richting Den Haag, om Leiden te vermijden. Om 12.15 uur haal ik de imams op. Frits heeft zich goed voorbereid. Het gaat over de toekomst van de derde generatie moslimjongeren in Nederland, het laten groeien van een Nederlandse islam en het vormen van Nederlandse imams. Frits zoekt de burger in de migrant en niet de migrant in de burger.

Om 4 uur ben ik bij mijn promotor A. de Swaan om over een hoofdstuk van mijn proefschrift te praten. Ik vergeet dat de poort van het instituut al om 5 uur dicht gaat. Dag fiets. Ik ga wat drinken met Johan Heilbron.

Om half 8 ga ik eten bij een vriendin. Als de katten van de buurvrouw hebben gegeten zit de dag er weer op.