Finale kan bij EK voor eerste opwinding zorgen

DUBLIN, 26 AUG. Op de laatste speeldag kan het toernooi dan eindelijk beginnen. Met de hockeyfinale tussen Nederland en Duitsland krijgt het weinig opwindende Europese kampioenschap in Dublin wellicht een opwindende eindstrijd. De twee sterkste ploegen weten wat ze aan elkaar hebben. Maar voor de begeleiders van beide teams blijft er nog steeds een aardige legpuzzel over. Met dank aan de video-apparatuur.

De Duitse bondscoach Paul Lissek heeft het Nederlandse spel tegen Engeland gründlich bestudeerd. Hij was onder de indruk van de eerste helft en heel verrast door de vele fouten in de tweede helft. Lissek staat bekend om zijn grote analytische kennis van het hockeyspel. Hij heeft de Europese en de olympische titel gewonnen en was met het nationale elftal vijf keer de sterkste in het toernooi om de Champions Trophy. Is hem opgevallen dat het Nederlandse centrale verdedigingsduo in de tweede helft traag en onzeker speelde? Hij glimlacht minzaam. “Veel dingen zijn mij opgevallen.”

Het matige spel van Erik Jazet en Walter Drenth was voor elke leek zichtbaar. De grote vraag is hoe beide partijen reageren op de kwetsbare Nederlandse defensie. In de wetenschap dat Duitsland een bijzonder gevaarlijke midvoor tot zijn beschikking heeft. De 19-jarige Oliver Domke is het grootste talent van zijn land en beschikt over on-Duitse hockeykwaliteiten. Hij is klein en wendbaar, hij is snel en gevaarlijk voor het doel. Zoals Domke gisteren de tweede goal tegen België voor zijn rekening nam, getuigde van inzicht en raffinement. Duitsland won uiteindelijk met 4-0.

De Nederlandse assistent-bondscoach Bert Bunnik was belast met het analyseren van de komende tegenstander. Met blocnote in de hand en de videocamera in de buurt was de trainer van Pinoké op alles voorbereid. Hij maakte schema's van spelsituaties en veranderde van zitplaats toen de Duitsers een strafcorner mochten inslaan. Bunnik zag de komende opponent zes hoekslagen nemen. Björn Michel trof een keer doel. Ter vergelijking: in de andere halve finale benutte Walter Drenth een van de zeven Nederlandse corners.

Sinds de bal buiten de cirkel moet worden gestopt, is de korte hoekslag veel minder dominant dan in voorbije jaren. Nederland heeft van oudsher een sterke corner, maar op het EK is de effectiviteit teleurstellend: 5 uit 37. De afwezigheid van Floris-Jan Bovelander en Taco van den Honert laat zich gelden in Dublin. Zij zijn gevreesde schutters die een wedstrijd in hun eentje kunnen beslissen.

In het duel tegen Engeland kregen de Duitse scouts verschillende varianten te zien, maar de meeste pogingen stierven in schoonheid. Volgens de Nederlandse bondscoach Roelant Oltmans heeft zijn ploeg nog verschillende varianten achter de hand. Zijn collega Lissek twijfelt over het nut van diversiteit. “Hoe meer varianten je hebt, hoe minder zeker je bent van je strafcorner. Toen Bovelander en Van den Honert nog mee speelden, had Nederland aan twee opties genoeg.”

Drie keer eerder stonden beide ploegen tegenover elkaar in een EK-finale. Duitsland was telkens de sterkste. Maar de laatste jaren is de onderlinge krachtsverhouding in het voordeel van Nederland veranderd. Oranje heeft een schijnbaar ideale mix van talent en routine. En doelman Ronald Jansen is een speler die zijn team over het dode punt heen kan helpen. Tegen Engeland hoefde de Brabantse goalie slechts een strafcorner door te laten. De push van Calum Giles was onhoudbaar.

De Duitsers moeten sinds de Olympische Spelen van Barcelona een paar belangrijke topspelers missen. Carsten Fischer, Volker Fried en de gebroeders Brinkmann waren alom gevreesde internationals. Aanvoerder Christian Blunck mist het EK wegens een blessure. Als ervaren krachten blijven over Jan-Peter Tewes, Andreas Becker en Sven Meinhardt. De laatste twee behoren tot de sterkste vleugelspitsen ter wereld.

Samen met de beweeglijkse Domke bezorgen Becker en Meinhardt de Nederlandse begeleidingsstaf veel hoofdbrekens. Op de vraag of de statische Drenth misschien het slachtoffer wordt van de tactische aanpassing aan Nederlandse kant, hield waarnemer Bunnik zich opvallend op de vlakte. De kleine en snellere Jeroen Delmée lijkt de logische vervanger van Drenth.