De eetbare tuin

Ons land is groot en rijk, maar orde is er niet'', zo luidde volgens de Nestorkroniek in de negende eeuw het verzoek van de Slaven aan de Scandinavische Varjagen om de boel over te nemen. Zo ontstond volgens deze legende het Russische rijk en de formulering is actueler dan ooit. Groot en leeg is het Russische landschap en een beetje fatsoenlijke tuin zul je in dit een-zesde deel van de wereld met een lantarentje moeten zoeken. Berken, bossen en braakliggende velden met klaprozen en korenbloemen: zoveel je maar wilt. Nergens ter wereld wordt zo spilziek met grond omgesprongen als in Rusland en dat verklaart misschien voor een deel het gebrek aan tuincultuur. Menige vensterbank kent wel een grauwe potplant en elke boerenhut heeft wel wat dahlia's en asters voor de deur, maar het accent ligt bij de Russische datsja-tuin overduidelijk op de voedselverwerving. Dat is, ook nu weer, bittere noodzaak. Een aardappel smaakt beter dan een tulpebol en zonder kool komen de Russen de winter niet door.

Ook in de vorige eeuw lag de nadruk trouwens vaak op het eetbare gedeelte van de tuin. Tsjechov had twee mooie tuinen, een noordelijke bij zijn landgoed in Melichovo en een zuidelijke bij zijn huis in Jalta. “Het regent en het is benauwd. We lijden. De rogge staat er prachtig bij, maar de zomertarwe is om te huilen. Het begieten van de moestuinen is een kwelling voor mijn gezin en het personeel. Gek is dat de appelboom nog niet gebloeid heeft, terwijl de kersen al rood worden, er zijn appeltjes ter grootte van een stuiver, de aardbei en de kruisbes komen aardig op. We krijgen dit jaar bendes bessen. Alleen aan aardbeien al halen we denkelijk wel enkele tientallen kilo's binnen. Waar moet dat heen?” schreef hij op 8 juni 1892 uit Melichovo.

Van alle eetbare planten is de paddestoel de Russen het liefst, waarschijnlijk omdat hij gratis in het wild groeit en je je slechts hoeft te bukken om hem te bemachtigen. Hele expedities stropen in de herfst de bossen af en tot ver in de winter vind je in menig Russisch raamkozijn een touwtje met donkerbruine gedroogde paddestoelen, als aanvulling op het eentonige menu. De meest exotische paddestoel die ik ooit heb aangetroffen was een reusachtige zwam die in een badkamer in een emmer zwom. Het gistingsproces dat zich daar afspeelde leverde een kvas-achtig soort huislimonade op en de rottende leverancier had volgens zijn eigenaar het eeuwige leven.

Men hoeft zich niet alleen tot Oblomov te wenden om een beeld te krijgen van de Russische relatie tot de natuur. Een van Gogols mooiste verhalen, 'De ouderwetse landeigenaren', beschrijft het leven van een oud echtpaar dat zijn landgoed consumeert. “Het huishouden van Pulcheria Ivanovna bestond uit het voortdurend openen en sluiten van de voorraadkast, uit het zouten, drogen, koken van een onwaarschijnlijke hoeveelheid vruchten en planten. Haar huis leek net een chemisch laboratorium. Onder de appelboom brandde voortdurend een vuur en de ketel of koperen pot met jam, gelei, pasta op honing, op suiker en weet ik veel waarop nog meer kwam haast niet van de ijzeren driepoot af. Onder een andere boom stookte de koetsier in een koperen vat onafgebroken wodka uit perzikenblaadjes, vlierbessenbloesem, duizendschoon, kersepitten, en aan het eind van dit proces was hij totaal niet meer bij machte zijn tong te roeren en sloeg hij zo'n wartaal uit dat Pulcheria Ivanovna er niets van begreep en naar de keuken ging om te slapen.”

Staat het Russische buitenleven in het teken van de vruchten des velds, in de steden vind je overal parken met perkjes, singels en hier en daar zelfs een botanische tuin. Het Kremlin telt tal van strenge coniferen. Maar tuinen zoek je er vergeefs. Russische huizen kennen geen tuinen omdat de grond na de revolutie is genationaliseerd. Alle grond is staatsbezit en dat heeft in zeventig jaar geleid tot verloedering en toenemende verwildering. Moskou is een jungle.

Deze overdaad aan 'openbare ruimte', in combinatie met de rommelige stedebouw in Rusland, leverde een waar paradijs op voor kinderen. Geen stad zo toegankelijk als de Russische binnenstad omdat er nergens hekken staan. (Aan deze transparantie zal, met de toenemende verschillen tussen rijk en arm, denk ik, nu snel een einde komen. Stonden tot voor kort alleen rondom buitenlandersgetto's en datsja's van de partij-elite hoge afrasteringen, het leger mensen dat eigen lijf en goed wil beschermen groeit snel.)

De Russische binnenplaats was speeltuin, ontmoetingscentrum en vuilnisbelt tegelijk en tevens doorgangsroute naar andere huizenblokken. Bomen schieten hoog op, onkruid tiert er welig en de fauna bestaat voornamelijk uit verwilderde katten, kraaien en ratten. Op gammele bankjes zitten steevast baboesjka's met dikke wollen omslagdoeken de boel in de gaten te houden.

In deze steenwoestijn heerst eigenlijk de natuur. Wordt er ergens een bouwput geslagen dan blijft die veelal zo lang braak liggen dat ook hier planten en bomen in korte tijd bezit van nemen. Kerkhoven veranderen gestaag in dampige moerassen met boomwortels die grafzerken omverlopen. Het wegdek van de stad barst open en toont stugge graspollen. En vervallen panden die ooit prachtig zijn geweest worden als oude Incatempels langzaamaan door de jungle overwoekerd. “Hier ritselt de chaos”, om met de dichter Tjoettsjev te spreken.