Verzoeningspolitiek jegens China omstreden in VS

WASHINGTON, 25 AUG. President Clinton heeft gisteren met instemming gereageerd op de vrijlating van de Amerikaans-Chinese activist Harry Wu door de Chinese autoriteiten. Maar de betrekkingen tussen Washington en Peking, die de afgelopen maanden ernstig verslechterden, zijn nu Wu weer op Amerikaanse bodem is nog allerminst genormaliseerd. De druk op de president blijft groot om zich zelfverzekerder en kritischer op te stellen tegenover de machthebbers in China.

Clinton drukte zich gisteren dan ook heel voorzichtig uit, toen hij zei dat de vrijlating van de strijder voor mensenrechten in China “een obstakel kan wegnemen bij de verbetering van de betrekkingen met China”. De politiek gevoelige vraag of zijn vrouw de VN-vrouwenconferentie volgende maand in China zal bijwonen liet de president voorlopig nog onbeantwoord. Maar zijn politieke tegenstander Robert Dole, de Republikeinse meerderheidsleider in de Senaat, liet gisteravond meteen al weten dat Hillary Clinton wat hem betreft, ondanks de vrijlating van Wu, toch maar thuis moet blijven. De verwerpelijkheid van het regime is er immers niet minder op geworden, redeneert Dole.

Clinton heeft herhaaldelijk laten blijken voorstander te zijn van nauwere banden met China. Graag zou hij president Jiang Zemin voor een staatsbezoek uitnodigen, om met hem naar een uitweg uit de crisis te zoeken. Maar Clinton weet dat er in Washington veel tegenstanders zijn van een verzoeningspolitiek ten opzichte van China: Democraten die verontwaardigd zijn over China's grove schendingen van de mensenrechten hebben een informele gelegenheidsalliantie gesloten met Republikeinen die zich zorgen maken over de toenemend agressieve opstelling van China in de regio, in het bijzonder tegenover Taiwan.

In de discussie over de Amerikaanse China-politiek duikt steeds vaker een woord op uit de tijd van de Koude Oorlog: de Verenigde Staten zouden tegenover Peking een politiek van 'containment' moeten voeren, van machtsindamming, zoals dat ooit het beleid was tegenover de communistische Sovjet-Unie. China is immers een communistische dictatuur en een kernmacht, die niet van plan lijkt haar kernproeven te staken, en die ondertussen haar zenuwenoorlog met Taiwan verder opvoert. Vorige maand vuurde China, officieel als proef, een aantal raketten af op niet meer dan 140 kilometer van de Taiwanese kust. Bovendien heeft Peking laten weten dat het een formele onafhankelijkheidsverklaring van Taiwan - dat de facto allang een apart land is, maar zich officieel nooit onafhankelijk heeft verklaard - niet over zijn kant kan laten gaan. In Taiwan lijkt de politieke roep om onafhankelijkheid steeds groter te worden.

Wie daarbij bedenkt dat de stabiliteit in China gemakkelijk in gevaar kan komen als na het overlijden van Deng Xiaoping de opvolgingsstrijd ontbrandt, zal al gauw ontvankelijk zijn voor het argument dat de Chinezen duidelijk gemaakt moet worden dat er grenzen zijn die ze niet straffeloos kunnen overschrijden.

Ook commentatoren in de media bepleiten op die gronden een harde houding ten opzichte van China. The Wall Street Journal wil de Zevende Vloot naar China sturen om te laten merken dat de Verenigde Staten het wapengekletter van de Chinezen niet zullen tolereren. De vuurspugende Chinese draak moet ingetoomd worden. En het Britse, maar in de Verenigde Staten ook invloedrijke blad The Economist pleit, met een waarschuwing dat over een jaar of twintig een op de vier mensen op de wereld een Chinees staatsburger is, voor een combinatie van economische banden en strategische indamming.

De regering-Clinton echter gelooft dat wie China als een vijand behandelt, ook de vijand van China wòrdt. En dat China de discussie over 'containment' als vijandig beschouwt, is in Chinese commentaren de afgelopen weken wel duidelijk gemaakt.

De diplomatieke verwijdering tussen China en de VS dateert al van het bloedige optreden van het Chinese leger tegen demonstranten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. Daarnaast is er de Amerikaanse ergernis over de Chinese export van wapens en technologie naar Iran en Pakistan, over de systematische schendingen van de mensenrechten. In juni kwam daar de arrestatie van Wu bij.

China op zijn beurt verwijt Washington zich te bemoeien met zaken die de VS niet aangaan, en neemt het de Amerikanen kwalijk dat ze Chinese toetreding tot de wereldhandelsorganisatie blokkeren. En op de achtergrond speelt daarbij voortdurend de kwestie-Taiwan, het eiland dat China beschouwt als een afvallige provincie.

Het Amerikaanse besluit, dit voorjaar, om een visum te verstrekken aan president Lee Teng-hui van Taiwan leidde tot grote verontwaardiging in Peking. Het bezoek was weliswaar een privé-bezoek, Lee bezocht een reünie van de Amerikaanse universiteit waar hij heeft gestudeerd, maar de Chinezen zagen het als een provocatie van de Verenigde Staten - die sinds 1979 formeel immers alleen China erkennen. De praktijk is echter dat Taiwan in grootte de zesde handelspartner van de VS is. Dat gegeven rijmen met goede relaties met China is de opgave waar de regering-Clinton voor staat.