Israel èn PLO martelen Palestijnen

TEL AVIV, 25 AUG. Vrijwel gelijktijdig is gisteren de aandacht gevestigd op marteling van Palestijnen door de Israelische inlichtingendienst Shin-Bet èn door de Palestijnse preventieve veiligheidsdienst die met Israels instemming actief is op de Westelijke Jordaanoever.

In Israel is na het oprollen deze week van een Hamas-cel die verantwoordelijk wordt gehouden voor de jongste zelfmoordaanslagen in autobussen in Tel Aviv en Jeruzalem, een felle discussie uitgebroken over de vraag of gevangen Palestijnen mogen worden gemarteld om informatie in te winnen ter voorkoming van aanslagen. Betselem, een Israelische mensenrechtorganisatie die in het verleden de schending van de mensenrechten door Israel in de bezette gebieden gedocumenteerd aan de kaak heeft gesteld, heeft gisteren de Palestijnse veiligheidsdienst van Jibril Rajub van vrijwel dezelfde misdrijven beschuldigd.

“Het is zeer waarschijnlijk dat vroegere slachtoffers van de Shin-Bet nu de martelingen uitvoeren, omdat zij dezelfde methoden gebruiken als de Israeliërs. Maar ze gebruiken ook nieuwere, wredere methoden die uniek zijn en het hopelijk ook blijven”, zei een van de woordvoerders van Betselem op een persconferentie in Jeruzalem. Als voorbeeld van de Palestijnse martelpraktijken noemde hij op de huid drukken van gesmolten plastic en het laten lopen van gesmolten kaarsvet over het lichaam. Bij een vrouw werden volgens Betselem de tepels met pincetten van de borsten gerukt.

De bevindingen van Betselem zijn gebaseerd op interviews van 15 Palestijnen die in handen van deze Palestijnse veiligheidsdienst in het Palestijnse zelfbestuurgebied in Jericho zijn gevallen. Volgens Betselem worden Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever zonder arrestatiebevelen aangehouden, ontvoerd, langdurig vastgehouden en gemarteld tijdens ondervragingen op een manier die veel weg heeft van de wijze waarop de Shin-Bet dat doet. De gevangenen krijgen geen juridische bijstand, mogen vaak lange tijd geen bezoek ontvangen en medische hulp wordt hun onthouden.

De slachtoffers wensen in de meeste gevallen anoniem te blijven uit angst voor represailles. De Palestijnse veiligheidsdienst heeft het rapport van Betselem als ongefundeerd verworpen.

Gisteren is in Israel bekendgemaakt dat vorige zaterdag een Hamas-lid werd gearresteerd die, naar later bleek, de bom heeft overhandigd aan de Palestijn die in een autobus in Jeruzalem maandag een zelfmoordaanslag pleegde. De vraag kwam aan de orde of deze Palestijn eerder had moeten worden gemarteld - het zogeheten heen en weer schudden gedurende zo'n vijf minuten - om informatie uit hem te krijgen die de aanslag had kunnen voorkomen. Ná de aanslag werd deze methode wel toegepast en verstrekte de Palestijn informatie die leidde tot de arrestatie van circa veertig leden van een gevaarlijk geachte Hamas-cel.

Over de vraag of de Shin-Bet gemachtigd is te martelen bestaat in Israel danige verwarring. Er is een richtlijn van de commissie-Landau dat er onder bepaalde omstandigheden 'gematigde fysieke druk' mag worden toegepast. Maar toen een Palestijn in april tijdens ondervraging door de Shin-Bet overleed werd het 'heen en weer schudden' beperkt tot gevallen waarin sprake was van acuut levensgevaar voor Israelische burgers: de zogeheten 'tikkende bom'.

Minister Jossi Sarid zei gisteren dat er over de volmachten van de Shin-Beth voor het 'heen en weer schudden' veel desinformatie in omloop is. Volgens hem heeft het hoofd van de Shin-Bet de exclusieve bevoegdheid daarover te beslissen. Een ministeriële commissie waarin onder anderen de ministers van justitie en politie zitten, heeft gisteren besloten deze bevoegdheid tot midden oktober te verlengen.

Betselem heeft zich gisteren tegen de martelmethodes van de Shin-Bet gekant en er op gewezen dat er in de huidige gespannen sfeer in Israel gemakkelijk beslissingen kunnen worden genomen die in strijd zijn met de mensenrechten. Premier Yitzhak Rabin heeft geen geduld met diegenen in Israel, onder wie enkele van zijn ministers, die vinden dat de Shin-Bet onder strenge controle moet blijven. De Shin-Bet dient volgens hem een zo ruim mogelijke vrijheid van handelen te hebben en niet door voorstanders van het respecteren van de mensenrechten voortdurend op de huid te worden gezeten.