De geneeskracht van troebel water

Na Francis Fukuyama - dat gevoel heb ik - zet Edward Luttwak de toon van het post-koude-oorlogsdenken. Soms wordt hij beschreven als econoom, dan weer als politicoloog of strategisch denker, altijd met het voorvoegsel geo. Dit is, voorzover mijn geheugen strekt, in omloop gebracht door Henry Kissinger en gepopulariseerd door zijn trouwe schaduw en concurrent Zbigniew Brzezjinski. Ik zou er op deze van engagement gespeende pagina's geen stukje aan wijden als het denken van Luttwak mij weer niet deed denken aan een paar kunstenaars die in een min of meer overeenkomstige tijd wereldberoemd zijn geworden.

Luttwak heeft onlangs een column gewijd aan de oorlog in Joegoslavië. Samengevat betoogt hij dat het betreurenswaardig is als volken of wat daarvoor doorgaat om voor ons onbegrijpelijke redenen elkaar naar de keel vliegen - vooral als het in onze buurt gebeurt - maar dat het dan aanbeveling verdient ons er niet mee te bemoeien. Iedere inmenging is die van een kwakzalver. Daardoor wordt valse hoop gewekt en het lijden verlengd en verergerd. Hij bewijst niet dat per definitie iedere inmenging die van een kwakzalver moet zijn, wekt aldus in het voorbijgaan het vermoeden dat hij eigenlijk aan de hele medische wetenschap twijfelt, maar voor wie het wil geloven is het een welkome theorie. De enige remedie tegen de ziektekiem bestaat hieruit dat je de zieke met zijn kiem in quarantaine houdt. Wie wint heeft gelijk.

De column waarin hij die zienswijze uitlegt heeft vertaald op 14 augustus ook in deze krant gestaan. Ik vind het een rare, onbeschaafde theorie en daarom heb ik een paar tegenwerpingen gemaakt. Intussen had Luttwak dezelfde zienswijze al toegepast op de Russische economie. Zijn beknopte essay staat in de London Review of Books van 3 augustus. 'Verdient de Russische mafia de Nobelprijs voor de economie?' staat erboven. Hij legt dan uit dat Rusland weliswaar is geïnfecteerd door de praktijken van de mafia - geweldpleging, afpersing, omkoperij, ander bedrog, wat heb je verder - maar dat heeft ook zijn goede kanten. De rauwe doelmatigheid waarmee de mafia opereert heeft een heilzame, een corrigerende werking op het bondgenootschap tussen de parasiterende bureaucratie, leden van de regering en de privé-ondernemingen die door vroegere regeerders worden geleid. In die concentraties van ongecontroleerde macht hebben de deelnemers alles onder één hoedje gebracht. 'Alleen de plaatselijke criminele mafia zal misschien in staat zijn, weerstand te bieden aan de mafia van de ex-partijbonzen - tenzij die twee één en dezelfde zijn.' Lutwakk, die ter adstructie van zijn redenering o.a. verwijst naar de zeden en gewoonten van het vroeg-kapitalisme en de Stunde Null die uiteindelijk het Wirtschaftswunder heeft gebaard, ziet dan ook voor Rusland weer een soort Morgenrood. Er komt een dag waarop de Russen een betrouwbare wetgeving zullen krijgen, namelijk als er een toestand zal zijn ontstaan waarin de politie met de zekerheid van succes de strijd tegen de gangsters zal kunnen aanbinden. Tot dat ogenblik zijn deze gangsters-biznessmen, de 'hyena-ondernemers', de enige macht tussen de nieuwe economische bojaren en de weerloze consumenten en ondernemers.

Twee hoera's voor de illegaliteit. Eerst deed het me denken aan het oude Walletjes-model, de tijd waarin Zwarte Jopie van Casa Rosso orde in de toen nog beperkte Amsterdamse hoerenbuurt hield en door zijn troepen langharig tuig in de gracht liet gooien, onder de ogen van een dankbare VVV en de politie die er zelf niets aan mocht doen. Toen schoten me de illegale naaiateliers te binnen waar onverzekerde illegalen werk konden vinden. Ze maakten degelijke confectie die veel goedkoper was dan de legale kleding. Deze correctie op ons gemengd sociaal-kapitalistisch systeem wordt officieel verworpen en de illegale arbeiders worden over de grens gezet. Wat zou Luttwak ervan vinden?

En nu de culturele boodschap. Het model van alles onder één hoed is het best beschreven door Bertolt Brecht in De Driestuiversopera. De held van het drama is Macheath, bijgenaamd Meckie Messer, van beroep kroegvechter, pooier, heler, onderwereldbaas. Hij wordt bijgestaan door de koning-uitbuiter der bedelaars Peachum en de commissaris van politie Brown. Over de maakbaarheid van de samenleving bevat de opera een song waaruit ik deze regels citeer: Ja mach nur einen Plan Sei nur ein grosses Licht, Und mach dann noch 'nen zweiten Plan Gehn tun sie beide nicht.

We zien dan hoe na veel vermakelijke avonturen waarbij Messer nog ter dood wordt veroordeeld zich het happy end voltrekt. Meckie heeft gratie gekregen. De commissaris, de uitbuiter en zijn dochter staan voor het schavot; de pooier op het valluik van dit buiten gebruik gestelde gereedschap der gerechtigheid. Dan klinkt deze tekst: Und so kommt zum guten Ende Alles unter einen Hut

Ist das nötige Geld vorhanden Ist das Ende meistens gut.

Dass er nur im Trüben fische Hat der Hinz den Kunz bedroht. Doch zum Schluss vereint am Tische Essen sie des Armen Brot.

Is daarmee niet het nieuwe Russische model beschreven? Brecht zelf is er trouwens, avant la lettre, ook niet aan ontsnapt. Lucebert, die in Oost-Berlijn bij hem in de leer is geweest, vertelde hoe hij tot zijn verbazing had ontdekt dat de schrijver een rode Ferrari had waarmee hij iedere ochtend op topsnelheid de 500 meter van zijn huis naar zijn atelier afgelegde, en op dezelfde manier tegen etenstijd weer terug.

En wie is de andere kunstenaar? Georg Grosz wiens taferelen uit de Republiek van Weimar in de hotellobbies van Moskou en Sint Petersburg, in andere kostumering, nauwkeurig worden overgedaan.