Snelle opmars van tweeverdieners

DEN HAAG, 24 AUG. Het aantal tweeverdieners neemt snel toe. Dat blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat vanochtend is gepubliceerd.

In het begin van de jaren negentig nam het aantal tweeverdieners, waarbij de hoofdkostwinner jonger is dan 65 jaar, met 110.000 per jaar toe. Het aantal eenverdieners nam in die jaren met gemiddeld 70.000 per jaar af. Bij zes van de tien (echt)paren hadden beide partners in 1992 een inkomen. Samen verdienden ze gemiddeld bijna een ton (99.800 gulden). Bij de eenverdieners, die van hun inkomen een heel gezin moeten onderhouden, bedroeg het inkomen gemiddeld 82.700 gulden.

Na aftrek van belastingen en sociale premies hielden de tweeverdieners een besteedbaar inkomen van 58.400 gulden over. 'Eenverdieners' hadden gemiddeld 9.200 gulden minder te besteden. Deze gegevens nuanceren de huidige politieke discussie over de koopkracht, die zich toespitst op de minima (bruto 28.035 gulden, inclusief vakantietoeslag) en de modale werknemer. De modale werknemer is gehuwd, is alleenverdiener in het particuliere bedrijfsleven en heeft een bruto jaarinkomen (inclusief vakantietoeslag) van 49.000 gulden. Het onderzoek van het CBS onderstreept dat modale werknemers steeds minder voorkomen. Het CBS ontleent de gegevens aan de administratie van de belastingdienst, de huursubsidie en de studiefinanciering.

In 1992, zo blijkt uit het onderzoek, telde Nederland 6,3 miljoen huishoudens. Hiervan hadden er vijf miljoen een hoofdkostwinner die jonger was dan 65 jaar. Onder deze vijf miljoen waren er 3,2 miljoen huishoudens met een (echt)paar. Bij 2 miljoen huishoudens hadden beide partners een inkomen: de tweeverdieners. Bij de resterende 1,2 miljoen werd de kost verdiend door één van de partners.