Bonn geeft met aanpak van voorkennis sterk signaal af

BONN, 23 JUNI. De eerste veroordeling in Duitsland wegens handel in aandelen met voorkennis, vorige week, is een signaal met diverse betekenissen voor binnen- en buitenland. Het is een signaal dat de effectenhandel in de Bondsrepubliek sterker dan voorheen wordt bewaakt. Dat er alleen bij het openbaar ministerie in Frankfurt nog enkele tientallen gevallen in onderzoek zijn, en dat personeel van grote banken als de Commerzbank en de Dresdner Bank daarbij niet buiten schot blijt, versterkt dat signaal.

Daarmee is het aanzien van Frankfurt als beurs gediend. Het aanzien van een beurs die decennia lang met een scheef oog werd bekeken door beursgangers in New York, Londen en andere steden. Onder meer omdat Frankfurt zich sinds 1970 in de effectenhandel bleef behelpen met een rammelende 'erecode', die steeds ongunstiger afstak bij de scherpe wetten in de VS.

Dat werd in het verenigde Duitsland al met al een toestand waaraan minister Theo Waigel (financiën) vorig jaar met verscherpte wetgeving wat heeft willen doen. En waaraan anderzijds door een sterkere verschuiving van de effectenhandel van regionale Duitse beurzen naar Frankfurt het een en ander gebeurt. Die verschuiving is geen geringe actie in een land met een, ook historisch, zo sterke federale structuur.

Die eerste veroordeling tot een boete van 600.000 mark van de 39-jarige zoon van de oprichter van het etikettenbedrijf Krone AG wegens handel met voorkennis in aandelen uit het familiedepot is bovendien een signaal aan de almaar sterker morrende kleine bezitters van Duitse aandelen dat zij niet meer zullen worden beduveld door hele en halve illegale transacties van mensen met voorkennis die de risico's van effectenbezit afwentelen op “de kleine man”.

In een land als Duitsland, met zijn sterke vervlechtingen tussen banken/mede-eigenaars en kredietnemende bedrijven, en met vele “personele unies” via directies en raden van commissarissen van zulke banken en bedrijven, is dat jarenlang een grote klacht geweest. Daarbij speelt mede een rol dat het Duitse bedrijfsleven ondanks een grote export van nature toch minder internationaal georiënteerd is dan het Angelsaksische. Dat verschijnsel heeft te maken met Duitslands relatief late opkomst als industriële natie en daarenboven met de traditionele opvatting van vele Duitse exporteurs, die zichzelf eerder als producenten voor de wereldmarkt dan als verkopers op de wereldmarkt zagen. Dat kanselier Kohl de afgelopen jaren vaak nogal heeft geklaagd over het gebrek aan wereldwijde initiatieven van Duitse exporteurs, en daarom (bijvoorbeeld in Azië) soms zelf als 's lands eerste handelsacquisiteur optreedt, illustreert dat verschijnsel enigszins.

De scheiding tussen klassieke bancaire operaties als kredietverlening en advisering van klanten enerzijds en valuta- en effectenhandel anderzijds komt in Duitsland ook minder voor dan in de Angelsaksische wereld. Een ander vergelijkenderwijs belangrijk verschilpunt vormde, en vormt vaak nog, de andere Duitse verslaggevingstechniek, waardoor het tot twee jaar geleden voor Daimler-Benz nog onmogelijk was om zijn aandelen in Wall Street te laten verhandelen. Kortom: op dit gebied zijn zowel de Duitse economie als de beurs in Frankfurt emotioneel en feitelijk lange tijd gekenmerkt geweest door een soort binnenwaartse structuur met soms eigen afwijkende regels. Die structuur moet veranderd, lees: “geïnternationaliseerd”, worden.