Zes Nederlandse boten rechtstreeks naar halve finales WK; Holland Acht verslaat Oostblok

TAMPERE, 22 AUG. In Indianapolis was hij vorig jaar zo nerveus dat hij vrijwel de hele week van de wereldkampioenschappen in bed lag. Deze dagen, op de WK roeien in Tampere in Finland, straalt Niels van Steenis zelfvertrouwen uit. De benjamin van de Holland Acht loopt ontspannen rond op het chaotisch drukke botenterrein, petje achterstevoren op zijn hoofd, een willekeurig bij elkaar gezocht setje trainingskleren om zijn schouders, brede grijns op zijn gezicht.

“Dit is al weer ons derde WK met de acht”, verklaart de 26-jarige Van Steenis zijn kalmte. “En ik ben me er inmiddels van bewust dat ik, als ik nu zou stoppen, al terug kan kijken op een geslaagde roeicarrière. Vroeger was het een droom om naar een WK te mogen, daarna om een finale te halen, ten slotte om op het erevlotje te mogen staan. Dat is allemaal gelukt.”

De Holland Acht ligt op schema voor olympisch succes, volgend jaar in Atlanta. Het project begon na de Spelen van 1992. Een laatste droom voor de dertigers Nico Rienks en Ronald Florijn, die zich tot dan toe hadden beperkt tot kleinere nummers. In 1993 eindigde de acht als vijfde, vorig jaar als tweede. Vanmiddag won de Holland Acht de serie in de vierde tijd van veertien boten: 5.57,01. Daardoor plaatste het boegbeeld van de Nederlandse equipe zich voor de halve finales van donderdag.

In tegenstelling tot de meeste van zijn ploeggenoten had Van Steenis - 1.90 meter lang, 90 kilo zwaar - nooit op een WK geroeid voor hij in de acht kwam. “Ik had twee dramatische jaren achter de rug toen ik door Rienks gebeld werd. Iedereen had me al afgeschreven. Op mijn club vonden ze dat ik maar beter kon stoppen, het zou toch niets worden. Maar ik had er wel alles voor over om er een succes van te maken. Aan de top komen is moeilijker dan er blijven. Nu begrijpt iedereen dat ik veel roei, want ik ben er goed in. Vroeger verklaarden ze me voor gek.”

De student werktuigbouw van de TU Twente roeit niet uit liefde voor het water. Zijn motivatie is prozaïscher. “Ik roei om ergens goed in te zijn. Als ik goed was geweest in mijn studie, had ik waarschijnlijk niet de behoefte gehad om iets te presteren met roeien. Het maakt niet uit hoeveel tijd ik er mee kwijt ben. Daar bestaat een sociologische theorie voor. De piramide van Maslov, die gaat over behoeften-bevrediging. De onderste laag is eten. De op één na bovenste laag is materiële welstand. Maar de top is willen presteren. Prestaties zijn belangrijker dan materieel gewin. Als je roeiers de keuze geeft tussen een auto of een gouden medaille op het WK, maakt iedere roeier dezelfde keuze.”

Hij is trots op zijn plek in de acht. “We voelen ons niet beter dan de anderen, maar de acht is wel het mooiste nummer. Het is niet voor niets het laatste nummer op zondagmiddag. De laatste jaren winnen er steeds verschillende ploegen, de concurrentie is groot. En in Nederland is het iets nieuws, nog nooit eerder vertoond. Bovendien is het gezellig met zo'n groep te roeien, we hebben samen al zoveel lol gehad.”

Van Steenis is ook geen voorstander van een open selectie voor de acht beschikbare stoeltjes in de boot, zoals de afgelopen twee jaar het geval was. Twee keer viel er één roeier af van de bestaande opstelling. “Ik bijt me vast als een soort terriër. Ik let op alle details, doe geen tentamen als het niet kan, ik heb er meteen spijt van als ik een studentenwedstrijd heb geroeid die mijn plaats in gevaar had kunnen brengen. Dit jaar waren er drie ongeveer gelijkwaardige roeiers en moest er een afvallen. Het was een collectieve beslissing, maar een moeilijke. Het blijft een momentopname. Misschien is de boot nu sneller, maar zo'n selectie heeft ook zijn prijs. Dit jaar zijn er twee roeiers, die vorig jaar een medaille wonnen op de WK, niet bij omdat ze de acht niet haalden. Mijn voorstel is om volgend jaar gewoon met deze groep verder te gaan.”

Op en buiten het water werkt de acht verder zo eenvoudig mogelijk. In discussies over te volgen tactiek komt ieder lid van de equipe aan het woord, maar slechts zelden leidt dat tot felle discussies. “Wij zijn toch een beetje opgevoed door Rienks en Florijn, waardoor we allemaal ongeveer hetzelfde over roeien denken. Zij zijn drie jaar geleden de acht begonnen, zeiden hoe het moest. Ze zeggen ook zinnige dingen. Meestal komt dat neer op: houd het simpel, want roeien is simpel. Hard beuken tussen start en finish. Als je goed bent, maakt het niet uit of je een tussensprint net voor of net na het duizend-meterpunt inzet.”

Deze week traint de boot duidelijk minder dan gewoonlijk. Hooguit twintig kilometer per dag. “Het is de bedoeling dat je daardoor in wedstrijden bulkt van de energie, er echt zin in hebt.” Hoewel er zeker zes verschillende medaillekandidaten zijn in de acht, blijft Van Steenis optimistisch. “We hebben al een paar keer bewezen dat we het kunnen. En het zit er dik in dat het nu wel weer zal lukken. In het eerste jaar konden we heel goed roeien, maar ook nog verschrikkelijk slecht. Nu liggen die uitersten dichter bij elkaar. Dat geeft vertrouwen.”