Terug naar de Sovjet-geschiedenisboeken

President Aleksandr Loekasjenko van Wit-Rusland overviel vorige week zijn onderwijspersoneel: hij gaf opdracht in het onderwijs weer de oude geschiedenisboeken uit de Sovjet-tijd te gaan gebruiken. De nieuwe geschiedenisboeken, die in gebruik zijn geweest sinds Wit-Rusland in 1991 onafhankelijk werd, deugen volgens de president niet. “De president is ontevreden over de nationalistische interpretatie van een aantal historische feiten”, zo liet hij zijn woordvoerder meedelen.

Het onderwijspersoneel en Loekasjenko's eigen ministerie van onderwijs waren niet gelukkig met de maatregel. “De tekstboeken uit het Sovjet-tijdperk leren de jeugd over de geschiedenis van de communistische partij, de marxistisch-leninistische filosofie, het wetenschappelijk socialisme en meer van dergelijke disciplines”, zo mopperde Tatjana Galko, onderminister van onderwijs. Bovendien, zei ze, had Loekasjenko het ministerie tevoren niet over de maatregel ingelicht en kwam het besluit volstrekt onverwachts.

Galko was des te bozer omdat haar ministerie niet eens meer de Sovjet-geschiedenisboeken heeft die Loekasjenko weer in gebruik wil nemen: veel van die boeken zijn sinds 1991 vernietigd.

De nationalistische oppositie was uiteraard woedend over Loekasjenko's maatregel. “De huidige leiders aarzelen niet hun pedagogische experimenten uit te voeren op kosten van het volk”, aldus Leonid Borsjtsjevki, parlementariër en leraar. “Zelfs de Duitse fascisten hebben [tijdens de oorlog] de kinderen van Wit-Rusland laten leren uit de tekstboeken die ze hadden.”

De maatregel van Loekasjenko - volgens The Economist een “reactionaire russofiel” die lastige hoofdredacteuren ontslaat, bepaalt wat op televisie mag komen en wat niet en onbekommerd werkt aan een herstel van de Sovjet-Unie - past in het beleid dat hij sinds zijn aantreden heeft gevoerd en waarvoor hij in mei nog eens het fiat van de Witrussische bevolking heeft gekregen. Dat beleid is gericht op een terugkeer naar het staatscentralisme van vroeger en op aansluiting bij de grote oosterbuur Rusland. “We hoeven onze onafhankelijkheid niet langer agressief te promoten”, zo zei Loekasjenko op Onafhankelijkheidsdag, eind juli. “We snijden in levend vlees. We hoeven over de onafhankelijkheid geen heisa te maken, en we hoeven die onafhankelijkheid ook niet bovenaan de agenda te zetten in onze relaties met andere landen.”

De prijs van de onafhankelijkheid kost de Witrussen economisch inderdaad veel: de economie, vroeger een soepel rader in de Sovjet-economie, kan op de wereldmarkt niet concurreren. De economische deur naar het Westen zit daardoor dicht. Die naar het Oosten ook, want Rusland levert grondstoffen alleen voor wereldmarktprijzen.

Nergens, op Rusland na, bestaat zoveel nostalgie naar het Sovjet-verleden als bij de Witrussen, een volk zonder een duidelijke eigen nationale identiteit. In mei stemde 82 procent van de Witrussen in een referendum voor economische integratie met Rusland, voor eerherstel van het Russisch als tweede officiële taal en voor het herstel van de staatssymbolen uit de Sovjet-tijd. Sindsdien heeft Wit-Rusland weer de oude wit-rood-groene vlag van vroeger, worden mensen die de wit-rood-witte vlag van na de onafhankelijkheid tonen gearresteerd, is het wapen met de ridder te paard - een Litouws symbool - afgeschaft, wordt gewerkt aan nieuwe paspoorten en bankbiljetten en mogen ouders zelf bepalen in welke taal hun kinderen les krijgen. Dat betekent het doodvonnis voor het Witrussisch, de taal waarin de kinderen tot nu toe les kregen, maar die door slechts weinige Witrussen wordt gesproken. Wit-Rusland is het enige land ter wereld dat orthodoxe, katholieke èn communistische feestdagen officieel viert - al heeft premier Michail Tsjigir inmiddels een vermindering van het aantal feestdagen aangekondigd, want de Witrussische economie kan zoveel feestdagen niet aan.

Loekasjenko staakte zelfs de internationaal afgesproken overbrenging van kernwapens naar Rusland, omdat Wit-Rusland en Rusland “zich toch verenigen”. Ook aan de ontmanteling van conventioneel wapentuig, waartoe Wit-Rusland op grond van het CFE-verdrag moet overgaan, heeft de president al maanden geleden een eind gemaakt.

Voor de Russische Pravda was duidelijk dat het referendum in Wit-Rusland “de eerste stap is in de wederopbouw van de Sovjet-Unie”. Het Russische parlement, de Doema, nam prompt - en unaniem - een voorstel aan voor een referendum in Rusland over de hereniging van Rusland en Wit-Rusland.

Ook politiek verandert de sfeer in Wit-Rusland. In 1991 verworven vrijheden, zoals die van de media, verdwijnen geleidelijk. Het Vaticaan protesteerde verontrust tegen nieuwe maatregelen die de activiteit van buitenlandse priesters in Wit-Rusland beperken en bepalen dat die priesters hun activiteit moeten “coördineren” met het staatsbureau voor religie.

En de KGB meldt zich weer. Na een aantal dagen van stakingen bij het openbaar vervoer in Minsk beschuldigde de KGB de onafhankelijke vakbonden die de stakingen organiseerden deze week van contacten met Westerse vakbonden. “De vakbonden hebben zich op de stakingen voorbereid door conferenties in het buitenland bij te wonen, waar ze werden betaald uit buitenlandse bronnen”, aldus een woordvoerder van de Witrussische KGB. “Dat maakt hen tot betaalde agenten van buitenlandse mogendheden.”

Wit-Rusland, zo concludeerde onlangs een parlementariër van de oppositie, “maakt in vier jaar de cirkel rond: het heeft weer dezelfde staatssymbolen als in Sovjet-tijden en een ondemocratische regering die naar Moskou luistert.”