'Met succes beleggen iets anders dan slaafs beursindex kopiëren'

AMSTERDAM, 21 AUG. Halverwege het gesprek loopt hij even de kamer uit. “Kijken hoe de koers van Akzo Nobel zich houdt.”

C. Molenaar, directeur van het Delta Lloyd Investment Fund met ruim 1 miljard gulden aan belegd vermogen, is bezig met een grote aankoop van aandelen Akzo Nobel. Hij is tevreden; zijn order drijft de koers niet op.

De laatste drie jaar heeft “zijn” Delta Lloyd Fund het beste rendement behaald van de Nederlandse beleggingsfondsen in internationale aandelen, zo becijferde ABN Amro Asset Management onlangs. Het Delta Lloyd Fund behaalde gemiddeld 11,7 procent en liet daarmee grotere fondsen als Robeco (6,3 procent), Rolinco (7,1 procent) en het Postbank Aandelenfonds (6,1 procent) achter zich. Ook de laatste 12 maanden scoorde het Delta Lloyd Fund volgens ABN Amro het beste.

Zijn superieure resultaat ontleende het fonds aan Molenaars keus voor grote beleggingen in drie bedrijven (DSM, Hoogovens en Philips) en een aantal lokale Nederlandse bedrijven. Fondsen als Unilever en Koninklijke Olie, waar veel fondsbeheerders niet zonder kunnen, heeft Molenaar niet in portefeuille. Te weinig perspectief. Als belegger slaafs de belangrijkste fondsen in de beursindex kopiëren, is niet de stiel van Molenaar.

Twee van zijn drie “lievelingen”, DSM en Hoogovens, voelen als eerste de aantrekkende economische bedrijvigheid in hun resultaten. Professionele beleggers als Molenaar proberen die fondsen al op te sporen, voordat het spectaculaire winstherstel in de cijfers tot uitdrukking komt. Nu de winst van DSM verviervoudigde en die van Hoogovens bijna vervijfvoudigde, reageert de beurs niet meer. Delta Lloyd had de buit al binnen. “Hoogovens is verdubbeld in koers, DSM ook bijna en ja, Philips. Dat is een goudmijn.” Molenaar begon op grote schaal Philips te kopen in 1992, toen het Eindhovense concern door de donkerste periode ging en nog geen spoortje van nieuwe vitaliteit vertoonde. Sindsdien is de koers van de aandelen ten opzichte van het dieptepunt in 1992 verviervoudigd tot meer dan 80 gulden.

Als Molenaar in het perspectief van een belegging gelooft, kiest hij voor een groot pakket aandelen. Komt zijn verwachting uit, dan is de winst groot. Gaat het fout, dan moet er snel besloten worden de belegging weer te liquideren. Keuzes maken en grote belangen opbouwen is in de traditioneel voorzichtige wereld van de Nederlandse vermogensbeheerders een ongewone houding en lijkt meer op de agressieve Angelsaksische aanpak. De beleggingen in Philips en DSM bedroegen op een gegeven moment bijna 10 procent van het vermogen van zijn fonds. “De limiet is 10 procent”, legt Molenaar uit.

Echt moeilijk wordt het, als de financiële markt en Molenaar van mening verschillen, zoals over het verdere perspectief voor DSM. Molenaar zag nog steeds een verdere groei, maar de markt niet. De koers reageert nauwelijks meer op de steeds betere winsten die in Heerlen worden gemaakt, constateert Molenaar. “Je moet je niet verzetten tegen het heersende sentiment op de markt. Alleen wanneer je denkt: 'nu is het zo goedkoop, dat is te gek om los te lopen', dan moet je nog kopen.”

DSM heeft een luxe probleem: veel meer winst en geld in kas dan nodig is voor investeringen. “Het is jammer dat zij geen eigen aandelen inkopen, zoals dat in Amerika en in toenemende mate ook in Engeland gebeurt”, zegt Molenaar. In Amerika is dat heel gebruikelijk: de aankopen houden de koers hoog en dat is in het belang van aandeelhouders. In Nederland winnen de belangen van de aandeelhouders weliswaar aan prioriteit, zegt hij, maar hier is het fiscaal zeer onvoordelig voor het bedrijf en daarom gebeurt het niet.

Dus heeft hij zijn aandelenbelang in DSM verminderd en in plaats daarvan aandelen Akzo Nobel in portefeuille genomen. De overstap van DSM naar aandelen Akzo Nobel past wel in de algemene verschuiving in de beleggingen van het fonds. De sprankelende koerswinsten verdwenen in het eerste kwartaal uit de economisch gevoelige fondsen. Het Delta Lloyd Fund gooide het roer om en is in bedrijven gestapt die bekend staan om hun stabiele winstgroei: uitgevers, zoals Wolters Kluwer en Elsevier, en financiële instellingen: ING en ABN Amro.

De voedingssector, die traditioneel ook een stabiele groeier was, is sinds twee jaar uit de gratie bij Molenaar. De marges verkrappen onder invloed van een steeds intensievere strijd om marktaandelen. Alleen aandelen van Nutricia heeft Molenaar nog in portefeuille. Hij denkt dat dit fonds zich aan de toenemende malaise in de sector kan blijven onttrekken. En het feit dat Nutricia als een geheide overnamekandidaat geldt? “De overnamekans is er”, erkent Molenaar, die als belegger een geduchte reputatie heeft opgebouwd bij overnames van Nederlandse bedrijven. Bij de overnames van Vereenigde Glasfabrieken (dit jaar) en Verkade (1990) zat hij in een groepje beleggers dat een hoger bod afdwong. Het verbaast hem dat de fusiekoorts in Nederland niet de kop heeft opgestoken. “Het is een ideaal klimaat voor overnames. Ik begrijp niet dat het alleen nog maar in Amerika en Engeland gebeurt. DSM is ook een opgelegde kandidaat. Bedrijven hebben gevulde kassen, de winstgroei lijkt wat over zijn hoogtepunt heen, de financieringsmogelijkheden van een overname zijn legio.”

De komende maanden hoopt Molenaar zijn succes met Nederlandse conjunctuurgevoelige aandelen te herhalen met beleggingen in Japan. “Het was daar in april een periode van maximale somberheid”, zo legt hij uit. Het aandeel van de Japanse aandelen in het Fund is door de aankopen in het eerste halfjaar bijna verdubbeld naar 9 procent. Nu er signalen zijn dat de yen verzwakt en de Japanse regering de koe bij de hoorns pakt, heeft Molenaar de beleggingen in Japan verder uitgebreid, terwijl de belangen in Nederland wat zijn gereduceerd. Ongeveer 50 procent in Nederland is het doel. Eind juni was dat 58 procent, eind 1994 zelfs 66 procent. De aandelenmarkt van Amsterdam is, internationaal gezien, al twee jaar een van de best presterende beurzen. De kans op nieuwe records wordt steeds kleiner. “Nergens zijn de markten goedkoop.”

De Nederlandse effectenbeurs heeft nog wel één voordeel, zo legt Molenaar uit. De Nederlandse pensioenfondsen, die voor zo'n 400 miljard gulden beleggingen hebben, willen steeds meer in aandelen stappen en daar pikt Amsterdam meer dan een graantje van mee. “Buitenlandse beleggers hebben tot nu toe dit jaar per saldo verkocht. Toch stijgen de koersen. Dat komt door de Nederlanders.”