Dood bemiddelaars vertraagt plan VS voor vrede Bosnië

WASHINGTON, 21 AUG. Het Amerikaanse vredesinitiatief in het voormalige Joegoslavië heeft een gevoelige tegenslag opgelopen door de dood, zaterdag, van drie leden van de Amerikaanse onderhandelingsdelegatie in Bosnië. De drie kwamen om het leven bij een ongeluk op een bergweg bij Sarajevo. De leider van de delegatie, onderminister van buitenlandse zaken Richard Holbrooke, keert vandaag met de drie stoffelijke overschotten terug naar de Verenigde Staten.

Hoewel president Clinton van zijn vakantieadres in Wyoming liet weten dat het ongeluk niets zou afdoen aan de Amerikaanse vastberadenheid om een diplomatieke oplossing voor het conflict te vinden, liet een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken weten dat de dood van de drie diplomaten het “zeker moeilijker zou maken onze diplomatieke missie uit te voeren”. De drie speelden een belangrijke rol in het team dat juist de afgelopen weken met een nieuw voorstel probeerde een oplossing in Bosnië te bereiken.

Over de inhoud van dat nieuwe vredesplan, waarover de delegatie al had gesproken met de Servische president Milosevic en de Kroatische president Tudjman, en dat nu had moeten worden voorgelegd aan de Bosnische president Izetbegovic, zijn nog slechts details naar buiten gekomen. Het zou ook niet zozeer om een nauwkeurig omschreven plan gaan, maar om een aantal mogelijke opties, dat aansluit bij de feitelijke militaire situatie zoals die nu bestaat.

Binnen de Amerikaanse regering en het Witte Huis houdt een twintigtal mensen zich intensief bezig met het voormalige Joegoslavië. Naar verwachting zal de plotselinge dood van de drie zeker enkele dagen vertraging voor het vredesinitiatief betekenen, mogelijk enkele weken. De delegatie was net begonnen aan een intensieve pendeldiplomatie in het voormalige Joegoslavië die nog zeker enkele weken had zullen duren alvorens resultaat verwacht kon worden.

Holbrooke zei gisteren dat de drie omgekomen Amerikanen niet te vervangen zijn, en dat hij een heel nieuw team zal opbouwen.

Pagina 5: Vredespogingen VS lopen vertraging op

Robert C. Frasure (53) was plaatsvervangend onderminister van buitenlandse zaken voor Europa en Canada, en speciaal afgezant van president Clinton voor het voormalige Joegoslavië. Hij was een ervaren diplomaat, die als ambassadeur in Estland betrokken was bij de onderhandelingen over de terugtrekking van de Russische troepen uit dat land. Sinds hij in februari Clintons afgezant voor de Balkan werd, zou hij een band hebben weten op te bouwen met de Servische president, Milosevic, met wie hij veel heeft gesproken. Hij zou de man zijn achter een plan waarbij de sancties tegen klein-Joegoslavië worden opgeheven, in ruil voor Servische erkenning van de territoriale integriteit van Bosnië en Kroatië. Hij was de voornaamste Amerikaanse vertegenwoordiger in de contactgroep (waarin naast de Verenigde Staten ook Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland zitting hebben).

Joseph J. Kruzel (50) was plaatsvervangend onderminister van defensie voor Europa en NAVO-zaken. Hij was een van de architecten van de sterk gegroeide Amerikaanse militaire samenwerking met Kroatië. Kruzel speelde ook een belangrijke rol bij de Amerikaanse pogingen de NAVO uit te breiden met een aantal landen van het voormalige Warschaupact.

Luchtmachtkolonel Samuel Nelson Drew was assistent bij de nationale veiligheidsraad. Pas een maand geleden voegde Clintons nationale veiligheidsadviseur, Anthony Lake, hem toe aan zijn staf, nadat Clinton opdracht had gegeven tot een hernieuwd Bosnië-initiatief.

Terwijl het Amerikaanse Congres met reces is, heeft president Clinton het initiatief in Bosnië met dat plan naar zich toe getrokken. Al sinds begin juli zou de president ervan overtuigd zijn dat de Amerikanen moeten kiezen voor een nieuwe aanpak en een grotere diplomatieke betrokkenheid in Bosnië, desnoods los van de Europese bondgenoten. Clinton heeft eerder dit jaar Amerikaanse troepen toegezegd voor een eventuele terugtrekking van de VN-blauwhelmen uit Bosnië. Het vooruitzicht volgend voorjaar de campagne voor de presidentsverkiezingen te moeten ingaan terwijl Amerikaanse soldaten vertrekken naar een oorlog waar het Amerikaanse volk nauwelijks een boodschap aan heeft, moet hem een nachtmerrie hebben geleken. De oorlog in Bosnië zou dan wel eens een politieke tijdbom in de campagne voor zijn herverkiezing kunnen zijn - temeer daar zijn rivaal, de Republikeinse voorzitter van de Senaat Robert Dole, de president voortdurend aanvalt op zijn Bosnië-beleid. En de enige manier om die tijdbom onschadelijk te maken was te proberen de gebeurtenissen onder controle te krijgen en dus zelf het initiatief te nemen.

Begin deze maand kwam daar het succesvolle Kroatisch offensief tegen de Kroatische Serviërs in de Krajina bij. De nieuwe militaire situatie gaf de Amerikanen het gevoel dat er nu ook nieuwe mogelijkheden voor een vredesplan waren. Veiligheidsadviseur Lake kwam snel in actie en reisde naar Europa om de bondgenoten op de hoogte te stellen van het Amerikaanse initiatief. En Holbrooke en zijn team reisden naar Servië, Kroatië en Bosnië - de missie die nu zo abrupt is afgebroken.

Clinton heeft haast, om te kunnen profiteren van de nieuwe situatie op de grond in Joegoslavië, maar ook om diplomatieke resultaten te boeken voor begin september het Congres terugkomt van reces. Vlak voor het reces wist Dole de Senaat tegen de zin van de president in grote meerderheid te laten stemmen voor opheffing van het wapenembargo tegen de Bosnische moslims. Als de situatie ongewijzigd zou blijven ligt het in de verwachting dat Clintons veto over die maatregel door de Senaat met een meerderheid van ten minste tweederden ongedaan gemaakt wordt. Met een diplomatiek succes zou Clinton dat wellicht kunnen afwenden.