Kerk en staat

DUITSLAND IS een land waarin kerk en staat gescheiden zijn, al belet dat de staat niet de kerk soms aardig behulpzaam te zijn. Bijvoorbeeld bij het innen van de kerkelijke belasting die gelovigen, of degenen die geen bezwaar maken zo geregistreerd te zijn, meer of minder van harte betalen. Duitsland is een land dat lange tijd romantisch-instinctieve bezwaren kende tegen het model van de politieke democratie dat sinds het einde van de 18de eeuw denken en doen van Angelsaksen en Fransen beheerst. Duitsland zette daar zijn burgerlijke 'Kulturstaat' met christelijk karakter en een gekoesterde 'Wertegemeinschaft' tegenover en hield daaraan de reputatie van een zekere irrationaliteit en politieke onvoorspelbaarheid over. Zijn geografische middenpositie en late aankomst als staat op het Europese toneel versterkten dat beeld van een ambitieus-energieke maar vrij labiele en onzekere reus.

De gevolgen die dat in de eerste helft van deze eeuw heeft gehad, zijn bekend. Niet alleen aan de Europese buren maar ook aan een grote meerderheid van de politici in Bonn en zeker aan alle kanseliers, van Adenauer tot Kohl, die de Bondsrepubliek in de tweede helft van deze eeuw heeft gehad. Al die kanseliers hebben zich laten kennen als uitgesproken democraten en Europeanen in een land dat na de Tweede Wereldoorlog politieke democratie, de scheiding der machten alsook de scheiding van kerk en staat als een soort erfenis kreeg van het mislukte democratische experiment dat de Republiek van Weimar (1919-1933) was.

TEGEN DEZE ACHTERGROND is het nogal bizar dat kanselier Helmut Kohl en enkele bataljons van verontruste christelijke politici de afgelopen dagen zó te hoop gelopen zijn tegen een arrest van Duitslands hoogste rechter, het Constitutionele Hof in Karlsruhe. Het arrest bepaalt dat de in Beieren bestaande verplichting om in elke schoolklas een kruisbeeld op te hangen, in strijd is met de grondwet. Het arrest betekent geen verbod op kruisbeelden in de klas, maar acht de verplichting ongrondwettig. Anders gezegd, een kruis in Beierse schoolklassen mag, tenzij een minderheid bezwaar maakt. De meerderheid moet zich, in een land waar kerk en staat gescheiden zijn, ook op dit terrein tolerant jegens een minderheid gedragen.

De vertoning die Kohl en andere CDU'ers en prominente CSU'ers als de Beierse premier Stoiber en partijvoorzitter Waigel (minister van financiën in Bonn) de afgelopen dagen hebben laten zien is deprimerend. Hun openlijke kritiek op het hoogste en 'pacificerende' college van de onafhankelijke rechtspraak van het land botst met de scheiding der machten en is zakelijk onjuist. Uit die kritiek, en zeker uit oproepen van Beierse politici om zich desnoods niets van het arrest aan te trekken, blijkt weinig respect voor een democratisch kernpunt, namelijk respect voor minderheden. Met een knipoog naar de kiezers en de almaar aangeroepen meerderheid van de bevolking die tegen het arrest zou zijn, is de afgelopen dagen stevig op de erfenis getrapt die Bonn van Weimar kreeg. Dat het woord 'Volksempfinden' nog niet viel, doet daaraan niet af.

EN DAT IS NIET alles. Ronduit akelig was het dat de Beierse premier - een gewiekste neuzenteller in zijn deelstaat - het kruis en passant ook nog aanprees als symbool van het christelijke avondland en van de waarden die daarmee verbonden zijn. En dat anno 1995 in een land midden in Europa, allang op weg naar een multiculturele samenleving met bijvoorbeeld zorgen over het oprukkende fundamentalisme onder zijn omstreeks twee miljoen Turkse inwoners. Gekozen politici moeten aan hun kiezers denken, natuurlijk. Maar in kwesties als deze helpen zij de kiezers met nádenken, niet met nápraten.