Databank en onkruidverdelger; De nieuwe wapens in de strijd tegen Pompeji's ondergang

Te veel kunstschatten om alles goed te kunnen beschermen, te weinig geld om de kosten te dekken. Dat is de kern van de problemen waarmee Pompeji kampt. Een binnenkort te presenteren beheersplan moet de 2000 jaar oude stad tegen vandalisme en verwaarlozing beschermen. Het oprukkend onkruid is al een halt toegeroepen; maar hoe reguleer je de toeristenstroom, en wat doe je met ongeïnteresseerde suppoosten?

Il sole picchia - de zon slaat je, zeggen de Italianen. Maar Eric Moormann loopt onverstoorbaar door in de klamme hitte, beschermd door een wit dophoedje. Al jaren doet deze Amsterdamse classicus en archeoloog, nu gedetacheerd bij het Nederlands Instituut in Rome, onderzoek naar Pompeji, vooral naar de muurschilderingen. De oude straten, met stenen waarin de karresporen zijn uitgesleten, zijn verlaten. De meeste toeristen lopen het korte rondje, langs de hoofdattracties. Wel kom je af en toe een hond tegen - zwerfhonden zijn een van de plagen van Pompeji. Er is weinig tegen te doen. Ze wringen zich onder het hek door en zoeken een rustig plaatsje tussen de ruïnes.

Moormann heeft een permesso, een brief die huizen opent die voor anderen gesloten blijven. Een bewaker opent de hangsloten van het huis van de Griekse epigrammen, genoemd naar de korte gedichtjes die waren aangebracht onder de muurschilderingen in een van de kamers. Toen het huis eind vorige eeuw werd blootgelegd, was de tekst nog goed te lezen. Nu zijn er nog maar een paar Griekse letters zichtbaar. Het huis is onlangs opgeknapt, maar het kwaad was al geschied. De gedichtjes zijn niet meer terug te restaureren.

Het is een trieste ontdekking die zich een paar keer herhaalt tijdens onze rondgang door Pompeji. Er is steeds minder te zien. De Romeinse muurschilderingen en mozaïeken die zijn blootgelegd, kwamen in hun oorspronkelijke schoonheid te voorschijn onder de meters dikke deken van as, lapilli (kleine lavasteentjes) en brokjes puimsteen die de Vesuvius over Pompeji heeft uitgespuugd. Maar daarna zijn veel ervan verbleekt in de zon. Weggespoeld door de regen. Kapotgemaakt of bekrast door vandalen. Gestolen door dieven of bewakers. Gekraakt door de langzame kracht van groeiende planten en bomen.

Sommige muurschilderingen van muzen die Moormann aan het bestuderen is, zijn nauwelijks meer dan een vage vlek. Kennis van de attributen maakt het hier en daar mogelijk om vast te stellen om welke van de negen muzen het gaat, maar vaak zal de wetenschappelijke onderzoeker moeten teruggrijpen naar secundaire bronnen: tekeningen, aquarellen en foto's van tientallen jaren geleden. In de meeste gevallen is wel documentatie te vinden, al was die lange tijd moeilijk toegankelijk. Moormann: “Er wordt nu een databank gemaakt waarin alle gegevens uit de verschillende archieven worden vergeleken met de huidige stand van zaken. Die worden nu in enorme boekwerken uitgegeven. Eindelijk. Dat had natuurlijk twintig, dertig jaar geleden moeten gebeuren, of misschien nog wel eerder. Maar ze zijn het pas gaan doen toen ze ontdekten dat hier ook aardbevingen kunnen voorkomen.”

Gouden bruiloft

De aardbeving die in november 1980 de regio Campanië trof, heeft ook in Pompeji forse schade aangericht. Sommige gebouwen stortten weer of nog verder in. Veel van de schade van vijftien jaar geleden is nog niet hersteld. De zuilen op het forum staan nog steeds in de steigers. Maar de grootste schok kwam bij de muurschilderingen. In sommige gebouwen was de laag stucwerk door de beving van de muur getrild. Toen bleek dat van veel van de schatten van Pompeji nauwelijks of geen goed documentatiemateriaal beschikbaar was.

Een volgende stop is het 'Huis van de gouden bruiloft'. Ook hier staan geen hekjes of glazen platen voor de muurschilderingen, zoals in het beroemdste huis van de stad, dat van de familie Vettius. Daarom mogen de toeristen er niet op worden losgelaten. Het is een groot, bijna vorstelijk huis, rijk aan decoraties, dat eind vorige eeuw werd gerestaureerd ter gelegenheid van wat de gouden bruiloft van koning Victor Emanuel II zou zijn geweest; de koning was toen al dood, het was een politieke daad, bedoeld om de betrokkenheid van het zuiden bij het vorstenhuis van de jonge Italiaanse staat te vergroten. De oude muren zijn weer opgebouwd, op zo'n manier dat ook deskundigen niet meer het antieke metselwerk van het moderne kunnen onderscheiden. De hoogte van de muren is geschat aan de hand van de muurschilderingen die op de grond lagen en er weer tegenaan werden geplakt.

Hier blijkt hoe onbeholpen er in het verleden vaak is gerestaureerd. Voor het dak en dragende delen is gewapend beton gebruikt. De ijzeren balken op de zuiltjes langs het peristilium, de open binnenplaats, zijn gaan roesten. In een andere kamer bestaat het dak uit aardewerken tegels die op een netwerk van ijzeren balken zijn gelegd. Sommige daarvan zijn verbogen. Er zit een gat in het dak. Een paar tegels zijn naar beneden gevallen, andere lijken ieder moment te kunnen vallen.

Het was voor de restaurateurs een schok te ontdekken dat de cementsoort die ze tot voor kort gebruikten, een bedreiging vormt voor de antieke stenen. Nu wordt er met nieuwe mengels geëxperimenteerd die het Romeinse bouwmateriaal niet meer aantasten. Maar de restauratieproblemen hebben niet alleen te maken met verkeerde technieken, zij hebben ook een bureaucratische oorzaak. De sovrintendenza van de opgravingen, de instantie waaronder Pompeji valt, heeft nauwelijks zeggenschap over restauratiewerkzaamheden. Daarover wordt tweehonderd kilometer noordelijker beslist, op het ministerie in Rome. Dat betekent dat de controle op het werk regelmatig te wensen overlaat.

Feestjes

Zo heeft ook in Pompeji de corruptie kunnen toeslaan. In juni werd bekend dat de Napolitaanse justitie al zes maanden in alle stilte bezig is naar een onderzoek naar de restauraties tussen 1988 en 1990, waarvoor de Europese Gemeenschap dertig miljard lire beschikbaar heeft gesteld, nu ongeveer dertig miljoen gulden. Hiervoor was een speciaal consortium gevormd waarin alle politieke stromingen vertegenwoordigd waren, ook de communistische partij. Vermoed wordt dat een fors deel van die dertig miljard lire uit Brussel besteed is aan partijcongressen, feestjes en diners voor corrupte politici in plaats van aan restauratie.

Op sommige plaatsen in Pompeji loop je ineens tegen een twee à drie meter hoge strook aarde op, weelderig begroeid maar ontoegankelijk. Aan de straatstenen, de stoepranden en de muren van de huizen kan je zien dat de weg moet hebben doorgelopen. Hier zijn de grenzen van de drie gebieden binnen de stadsmuren die nog niet zijn opgegraven. Ongeveer een derde van de Romeinse stad, uitgespreid over een gebied van zestig hectare, ligt nog onder de deken die de rest van de stad heeft beschermd totdat in de achttiende eeuw de opgravingen begonnen. Onder de aarde en de lapilli staan vrijwel zeker woningen zoals er zoveel zijn blootgelegd, naar schatting 650. Maar misschien zijn er ook nog wel prachtige fresco's te vinden.

Toch zijn er weinig archeologen en historici wier hart sneller gaat kloppen bij die gedachte. Niemand staat klaar om te gaan graven. De communis opinio is dat er al zoveel van Pompeji bekend is, dat het onontgonnen gebied weinig nieuwe informatie zou kunnen opleveren over het Pompeji uit de Romeinse keizertijd. Het zou wel interessant zijn om hier een diepte-onderzoek te doen, om meer te weten te komen over Pompeji in de eeuwen voor de fatale uitbarsting. Daarover is nu nog betrekkelijk weinig bekend. Bovendien zouden biologen zeer geïnteresseerd zijn in planteresten en zaden, zaken waaraan vroeger geen enkele aandacht werd geschonken. Er zijn al belangrijke stappen gezet bij de reconstructie van de tuinen in Pompeji en van de eetgewoontes, maar zorgvuldige nieuwe opgravingen zouden een schat aan extra informatie kunnen opleveren.

“Laten we nog maar een tijdje wachten met nieuwe opgravingen en ervoor zorgen dat wat je hebt, goed wordt gepubliceerd, want in de haast om steeds nieuwe zaken bloot te leggen is dat ook niet of te weinig gebeurd,” zegt Moormann. “Het is heel moeilijk om alles goed te conserveren. Alles wat je blootlegt wordt in zeer korte tijd al minder. Je hebt te maken met regen, vocht, vuil, de inwerking van het licht. Wat onder die as zit heeft al tweeduizend jaar een constante klimaatbeheersing. Daardoor blijft het zoals het was. Het is goed geconserveerd. Of je het nu nog vijftig of honderd jaar langer laat liggen, het blijft in ieder geval goed bewaard.”

Verdelgingsmiddel

Het is een van de dilemma's van sovrintendente Pietro Guzzo, de man die als een soort culturele inspecteur verantwoordelijk is voor de gang van zaken in Pompeji. Hij wil binnen een paar maanden een groots opgezet plan voor Pompeji presenteren dat nu wordt opgesteld in samenwerking met een aantal internationale wetenschappers. De aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar de conservering van de bestaande muurschilderingen en fresco's, want de situatie op dat terrein is dramatisch. Een van de weinige opgeloste problemen is dat van het onkruid. De afgelopen jaren is een verdelgingsmiddel toegepast dat (voor zover nu duidelijk) onschadelijk is voor de antieke stenen en schilderingen. Pompeji is weer schoon.

Guzzo, die begin dit jaar is begonnen, vertelt dat een andere kopzorg de regulering van de toeristenstroom is. Pompeji trekt jaarlijks meer dan anderhalf miljoen bezoekers en is daarmee de drukst bezochte culturele attractie van Italië. Het zijn er teveel om alles goed te beveiligen, zeker omdat het gedrag van de 150 suppoosten te wensen overlaat. Deze zijn door de regio aangesteld, vaak na een aanbeveling van een politieke vriend. Sommigen hebben liefde voor de schatten van Pompeji, andere denken alleen maar aan hun loonstrookje. In een van de zalen van de thermen bij het forum zit een suppoost lodderig voor zich uit te staren terwijl een paar meter van hem vandaan een toerist nieuwsgierig aan de bronzen letters rondom een fontein staat te pulken om te zien of hij er ook eentje los kan krijgen. Gezien de lege plekken is dat een aantal voorgangers al gelukt. In de Villa van de Mysteriën staat een suppoost zelfs ongegeneerd te wrijven en te kloppen op een van de prachtige fresco's, om een paar kennelijke vrienden wat uit te leggen.

“Met een strakker personeelsbeleid zou ik heel wat meer kunnen doen,” zegt Guzzo. Ook op de gidsen probeert hij meer greep te krijgen. Pompeji is beschermd terrein. Alleen de eigen gidsen mogen er rondleidingen verzorgen. Het argument is dat de bezoeker recht heeft op juiste informatie, heel wat van de gidsen proberen zo snel mogelijk het rondje met de hoogtepunten af te werken: het forum, het Huis van de faun, de thermen, de villa van de koopliedenfamilie Vettius. Als je een beetje doorwerkt ben je in een dik half uur klaar met een groep toeristen. Fooien incasseren en volgende groep. Er zijn onderhandelingen gaande om ook buitenlandse gidsen toe te laten, op voorwaarde dat ze slagen voor een test. Maar de corporatieve macht van de gidsen is groot.

“Pompeji is kapot aan het gaan,” zegt de kunsthistoricus Federico Zeri. “Een groot deel van de schade is al onherstelbaar.” Als geen ander heeft hij de afgelopen jaren de publiciteit gezocht om alarm te slaan. “Voor mij is Pompeji het symbool van een probleem dat heel Italië teistert,” vertelt hij in een toelichting op zijn stroom interviews en artikelen. “We hebben te veel en te weinig. Te veel kunstschatten om alles goed te kunnen beschermen, te weinig geld om de kosten te dekken. Italië heeft een vrijwel onuitputtelijk cultureel erfgoed. Als je graaft dan vind je wat. Wij moeten veel beter nadenken over hoe we daarmee omgaan.”