Ons imago

Zoals bleek uit een artikel in NRC Handelsblad van 9 augustus en het redactioneel commentaar van de tiende, moeten we ons weer zorgen maken over het Nederlandse drugsimago. Buitenlandse investeringsboycots dreigen, naïeve politici en ambtenaren verrichten overbodige voorlichtingsarbeid m.b.t. het drugsbeleid, enzovoort. Misschien doordat ik zelf twaalf jaar in de verslavingszorg heb gewerkt, valt me steeds weer op hoe eenzijdig, bang en kruiperig Nederland met dit imago-probleem omgaat. We hebben niet de moed om te verdedigen wat wij in ons land hebben bereikt.

Als geen ander land hebben wij een mozaïek aan hulpverleningsmogelijkheden: opvang, aangepaste straffen, et cetera. Ook hebben diverse landen - heel bescheiden - al lang laten blijken daar een voorbeeld aan te willen nemen: in Duitsland zijn nu ook enkele methadonexperimenten gestart, daar waar tot voor kort het woord alleen al een vloek was! Zelfs in Frankrijk is men al in de jaren '80 gaan werken met (methadon-)afkickprojeten, al of niet in een justitieel kader. Als je het aantal drugsdoden in Duitsland, Frankrijk, de VS en Nederland over een aantal jaren zou vergelijken, zouden wij er goed uitspringen. We kunnen de critici eens wijzen op onze open samenleving, op een relatief hoge mate van tolerantie in Nederland ten aanzien van 'afwijkende' uiterlijken, levenswijzen, gebruiken, culturen. Daarnaast kunnen we ook eens wijzen op onze economische prestaties (blijkbaar ondanks al die drugs): Hoe waren bijvoorbeeld de afgelopen weken de winstcijfers over het eerste halfjaar van '95 van de KLM, Shell, KNP-BT, Philips en deze week nog van de Hoogovens? Zijn dat geen fraaie argumenten om investeerders te lokken? Anders wel ons minimale aantal stakingsdagen per jaar, de stabiele politieke cultuur of onze folklore van sport- en andere manifestaties, Sail '95 en Sail-2000; sponsors welkom! We moeten onze veelgezochte en geroemde 'nationale identiteit' ook op dit terrein niet zo maar te grabbel gooien.