Hoofddoek

Bijna iedereen is het erover eens dat men een oppervlakkig kenmerk van religieuze identiteit, zoals de hoofddoek, niet echt ter discussie kan stellen. Nochtans wordt een banaal incident in een schoonmaakbedrijf uitgespit met een aan absurditeit grenzende diepgang (zie o.a. het artikel van Frans van Velden in NRC Handelsblad van 10 augustus). Hoe zou dat komen? Wat is de achtergrond van dit verschijnsel?

Wanneer men probeert voorbij het niveau van het concrete discours te geraken en op zoek gaat naar de achterliggende ideeën, moet men vaststellen dat nogal wat Nederlanders worstelen met het tolerante beeld dat ze van zichzelf en van hun samenleving hebben. Enerzijds zijn 'wij Nederlanders' open, verdraagzaam en pluralistisch, maar anderzijds hebben we moeite met de aanwezigheid van mensen in onze samenleving die bepaalde van onze basiswaarden ter discussie stellen. Hoe vaak het ook gelogenstraft wordt, homogeniteit is voor velen nog steeds de norm voor een harmonieuze samenleving. Diversiteit doorbreekt die norm en wordt daardoor als een probleem ervaren. Een probleem dat nauwelijks expliciet bespreekbaar is omdat het niet past in het plaatje van een tolerante multi-culturele maatschappij, waar de basiswaarden van een ieder niet noodzakelijk dezelfde zijn, waar de overheid zich niet mengt in het privé-leven van de burger, waar de waarden van eenieder tot het domein van de individuele vrijheid behoren. Om het streven naar een zo homogeen mogelijke samenleving te verzoenen met het multi-culturalisme gaat men er ook impliciet van uit dat het eigen maatschappijmodel het best beantwoordt aan alles wat 'de mens' behaagt. Minderheden die zich hiertegen verzetten worden in het eigen Westerse verleden gesitueerd. Aspecten van hun samenleving zoals bijvoorbeeld de maatschappelijke positie van de vrouw, worden vergeleken met de Europese middeleeuwen of met het oude Nederlandse boerenleven. De islamitische familie is dan een achterlijk voorstadium van het Westers model. Om de historische visie kracht bij te zetten gaat men tegenwoordig zelfs zo ver om met behulp van islamologen en niet-praktizerende moslims de islamitische geloofsbronnen te herinterpreteren, om ze in overeenstemming te brengen met het Westerse maatschappijmodel. Het artikel van Frans van Velden is een typisch voorbeeld van deze denkwijze, die getuigt van het verwerpen van fundamentele diversiteit in onze samenleving en die steunt op een maatschappijbeeld dat confrontatie en verwijdering in de hand werkt. Bij het toetsen van een sociale basiswaarde zoals 'gelijke behandeling' is alleen de 'wettelijkheid' als norm aanvaardbaar; zo niet verliest 'gelijke behandeling' elke betekenis, aangezien de toepassing van dit principe dan vrijwel alles, ook zeer ondemocratische realiteiten, kan dekken.