De wereld op zijn kop in 70 oortjesprenten uit Deventer

Tentoonstelling: Het nieuwe vermakelijke Luilekkerland, volks- en kinderprenten van J. de Lange. T/m 10 sept. Museum De Waag, Brink 56, Deventer. Di t/m za 10-17u, zo 14-17u. Cat ƒ 7,50.

Op de bovenste etage van de Deventer Waag wijst een kartonnen pijl in de vensterbank naar de overkant van de Brink. Daar, in het tweede en derde huis van de hoek, dreven vier generaties De Lange hun drukkerij. Drie daarvan produceerden tussen 1752 en 1849 de nu in De Waag getoonde volks- en kinderprenten.

'Het nieuwe vermakelijke Luilekkerland' heet de tentoonstelling, en zo zullen deze prenten in de achttiende en negentiende eeuw ook genoten zijn: als een lust voor het gulzige oog. Geïllustreerde kinderboeken waren er nog nauwelijks; bovendien waren zulke met kopergravures versierde uitgaven te prijzig voor niet-burgerlijke milieus. Niettemin verlangden ook kinderen op het platteland en in volkse stadswijken naar lees- en kijkgoed.

In die behoefte voorzagen de goedkope houtsneden die De Lange en andere drukkers op de markt brachten. Het betrof dan eenzijdig, met simpele lineaire houtsneden bedrukte bladen van ca. 33 x 41 cm, die soms met tampons of sjablonen van primaire kleurdotten waren voorzien. De doorgaans summiere tekst was er in losse letters onder gedrukt. Colporteurs, kermiskraamhouders en boekhandelaren kochten de prenten in per riem (480 vel) en verspreidden ze voor één oortje of, na de invoering van het tientallig stelsel, één cent per stuk over stad en land.

Het is dan ook allerminst een puur plaatselijke tentoonstelling die het Deventer museum laat zien. Weliswaar is elk van de geëxposeerde 'oortjes-' of 'centsprenten' een produkt van de firma De Lange, maar via wederverkopers in Amsterdam, Sneek en Bergen op Zoom bereikte dit drukwerk een nationaal publiek. Omstreeks 1830 publiceerde Jan de Lange jr. bovendien een twintigtal centsprenten met teksten in het 'boerenfries'. Dat het daarbij om grote oplagen ging, blijkt uit de vermelding van de naam van de Sneekse wederverkoper in de ondermarge. Dit gebeurde doorgaans slechts bij een afname van meer dan tienduizend exemplaren.

Ook de onderwerpen van de Deventer centsprenten overstijgen het plaatselijk belang. Soms in één grote, maar vaker in vier, zestien, vierentwintig of zelfs achtenveertig houtsneden tonen ze de volksverhalen, zeden en gebruiken van weleer. Dat levert een boeiende stortvloed aan plaatjes van vogels en andere dieren, spelende kinderen, kermisfiguren, kramers, ambachten, soldaten, historische taferelen en de Verkeerde Wereld - waarin heel het leven zoals in Luilekkerland op z'n kop staat. Daarnaast zijn er de verhalen van Jan de Wasser (die in het huwelijk de mindere blijkt van zijn Kwade Griet), Tijl Uilenspiegel, Tetjeroen de kwakzalver, koster Steven van der Klok, en Jan van Spanje en Trijn Salie. Verschillende versies van deze vroege stripverhalen, bij De Lange en andere drukkers in de Nederlanden, wijzen erop dat dit indertijd de populaire bestsellers bij uitstek waren.

Helaas is, met uitzondering van de reproduktie van een Amsterdamse Jan de Wasser-prent van Johannes Kannewet (1736-1780), in de Deventer Waag uitsluitend drukwerk van De Lange geëxposeerd. Hierdoor blijft de duidelijke verwantschap met oudere prentenfondsen elders in het land onzichtbaar. Dat is vooral ook jammer omdat een paar voorbeelden het traditionele deel van De Lange's prenten helder af zou kunnen zetten tegen de 'vernieuwde' houtsneden die Alexander Cranendonq en J.J. de Lanier na 1800 in opdracht van Jan Hendrik de Lange graveerden.

Die vernieuwing was vooral ingegeven door het verlichtingsstreven van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. De Lange was mededrukker van een aantal uitgaven van deze maatschappij: van enkele schoolboekjes en de Volksliedjens, maar niet van de didactisch verantwoorde 'schoolprenten' die het Nut aan het eind van de achttiende eeuw liet uitbrengen. Dat de Deventer firma tot ver in de negentiende eeuw nog traditionele, door het Nut verworpen kinderprenten drukte, maakt duidelijk dat de grens van De Lange's eigen verlichtingsidealen vooral in zijn portemonnee lag.

Het tentoongestelde aantal van zeventig centsprenten is nog niet de helft van wat de drie generaties De Lange produceerden. De expositie beoogt dan ook geen reconstructie van het totale fonds. De samenstellers hebben bewust gekozen voor een selectie uit de eigen Deventer collecties. Die keuze wordt thematisch per wand of vitrine gepresenteerd en is afgewisseld met varia zoals prospectussen, een 'Aanteekenboekje van de werklieden', almanakken, volksboekjes en het stadsdrukwerk van de firma. Daardoor ontstaat ook een beeld van de andere werkzaamheden van dit drukkersgeslacht.

Geslaagd is het idee om 'Jan de Wasser' en enkele andere stripverhalen per afbeelding onder te brengen in een diapresentatie. Wie de originele houtsneden te klein vindt, kan nu op groot formaat kennisnemen van deze traditionele verhaalstof. Dat daarvan nog zoveel bewaard is gebleven mag trouwens als een wonder worden beschouwd. Centsprenten waren immers typisch gebruiksgoed: Als kinderspeelgoed of verstrooiende lektuur,als wandversiering en ten slotte vaak als toiletpapier.

Wie nog meer wil weten kan terecht in de fraai verzorgde catalogus. Frank van Wijk geeft daarin een terzake doende samenvatting van wat bekend is over volks- en kinderprenten en Nico Kuik beschrijft het geslacht De Lange als boekdrukkers te Deventer. Voor echte liefhebbers is er, tussen deze twee artikelen in, nog een uitvoerig overzicht van de collectie kinderprenten in de Gemeentemusea en de Stads- of Athenaeumbibliotheek van Deventer.