Opluchting over dollar

Met een mengeling van afschuw en bewondering sloeg de valutahandel gisteren het machtsvertoon gade waarmee de centrale banken van Duitsland, de VS en Japan in nog geen anderhalf uur de dollarkoers met bijna drie procent optilden.

Die razendsnelle en perfect getimede actie in de virtuele wereld van het snelle geld, wordt in de werkelijke economie met grote blijdschap ontvangen. Voor de Europese economie is de wederopstanding van de dollar niets minder dan een zegen. In de landen met harde valuta's, zoals Duitsland en Nederland werden in de loop van dit jaar de ramingen voor de economische groei sterk teruggebracht, met name omdat de exportpositie verslechterde en de bedrijfsinkomsten uit het buitenland dramatisch terugliepen. Gisteren nog liet de ondernemingsraad van het Duitse Daimler-Benz-concern een plan uitlekken waaruit bleek dat het bedrijf op termijn van plan is 15.000 dure Duitse arbeidsplaatsen te ruilen voor vestigingen in Azië.

Ook binnen Europa speelde de dollar een belangrijke bijrol. Elke vlucht vanuit de Amerikaanse munt in de Duitse mark en aanverwante munten verzwakt ook valuta's van 'perifere' landen als Italië en Spanje. De laatste maanden dreigde dat voor politieke onrust binnen de Europese Unie te zorgen, omdat de depreciatie van bijvoorbeeld de lire en de peseta voor een sterk concurrentievoordeel van de Spaanse en Italiaanse industrie leidde. Nog twee weken geleden drong bijvoorbeeld Citroën-topman Jacques Calvet aan op handelsbeschermende maatregelen tegen Italiaanse auto's, die in Frankrijk spotgoedkoop waren geworden. Zulk ongenoegen dreigde op termijn zelfs de discussie over de monetaire eenwording van Europa te frustreren: als de tweedeling tussen harde en zachte munten nu al voor wrijvingen zorgt, hoe moet dat dan straks, wanneer alle harde valuta's zijn opgegaan in een nog krachtiger Economische en Monetaire Unie?Met de verzwakking van de D-mark tegenover de dollar verbetert nu de exportpositie tegenover dollar-landen, maar worden ook de verhoudingen binnen de EU weer wat rechtgetrokken. De harde Europese munten dalen tegenover de zwakkere Europese munten: de koers van de gulden tegen de ecu, het mandje van Europese valuta's is bijvoorbeeld al weer met zes procent gedaald, van 2,01 gulden voor een ecu naar boven de 2,10 gulden vanmorgen.

Bovendien kunnen de hoge rentetarieven waarmee de lidstaten hun munten nog enigszins beschermden tegen een al te grote waardedaling tegenover de harde D-mark, naar beneden. Dat betekent bijvoorbeeld weer dat de begrotingsperikelen waarmee vooral de zuidelijke EU-leden kampen door lagere rentelasten op het kortlopende deel van hun staatsschuld, iets minder nijpend worden.

In het door een hardnekkige stagnatie geplaagde Japan geeft de sterkere dollar, en dus een zwakkere yen, lucht aan het geplaagde exporterende bedrijfsleven. De hogere importprijzen kunnen ook helpen bij het stoppen van de prijsdalingen, die samen met de recessie de economie in een neerwaartse spiraal dreigden te brengen.

Met de opwaartse beweging van de dollarkoers lijken nu alle kwalen in Europa en Japan te worden verholpen. Maar de kern van de Japanse problematiek blijft de schade die het uiteenspatten van de prijsbel in aandelen en onroerend goed heeft toegebracht. Het verschil in begrotingspolitiek tussen de 'kern'- en de 'periferie'landen in de Europese Unie wordt er niet minder om, en ook bij een hogere dollar blijft het voor de Europese industrie moeilijk concurreren met lage-lonenlanden in Azië en Oost-Europa.

Door de daling van de dollar hebben de bestaande problemen in Europa en Japan zich scherper afgetekend, maar het herstel van de dollar betekent niet dat de beleidsmakers in alle rust achterover kunnen gaan zitten. Bovendien is het nog maar afwachten of de dollar zijn opmars voortzet, of dat de koerssprong van gisteren een tijdelijk verschijnsel zal blijken. Aan de onderliggende reden voor de verzwakking van de Amerikaanse munt is weinig veranderd: het spaartekort in de VS moet nog steeds worden aangezuiverd uit de overschotten in het buitenland. De strijd tussen dergelijke fundamentele krachten achter de wisselkoers en de nukken van de valutamarkt, waar de centrale banken gisteren zo kundig op inspeelden, is nog niet beslecht.