Maasgemeenten eisen geld voor schrappen bouw

DEN HAAG, 16 AUG. Een aantal Limburgse gemeenten zal schadevergoeding van het rijk eisen, indien minister De Boer (VROM) besluit de bouwplannen voor het Maasdal op te schorten zolang de kans op een overstroming daar groter is dan eens in de 1.250 jaar.

De zeven gemeenten hebben berekend dat een bouwstop tot het moment waarop alle maatregelen zijn getroffen om de overstromingskans tot dat niveau te beperken, naar verwachting het jaar 2005, hun een schadepost van honderd miljoen gulden oplevert. Ook zou het niet doorgaan van de bouw van twee- tot drieduizend woningen dramatische gevolgen voor de huisvestingsbehoefte van Limburg hebben. Het gaat om de gemeenten Maastricht, Susteren, Roermond, Tegelen, Venlo, Arcen en Bergen.

Anderhalve maand geleden liet De Boer in een onderhoud met de provincie Limburg weten voorstander van een bouwstop in het Maasdal te zijn, op plaatsen waar de overstromingskans vooralsnog groter is dan eens in de 1.250 jaar. Deze norm is afkomstig van de zogeheten commissie-Boertien II. Naar aanleiding van de overstroming van eind 1993 adviseerde die commissie vorig jaar om de Maas te verdiepen en te verbreden, en tevens op sommige plaatsen kaden te bouwen.

De bouwstop die De Boer nu overweegt, is terug te voeren op de tweede watersnood, van begin 1995. Tijdens het onderhoud vroeg De Boer aan Limburg de 'ruimtelijke en financiële gevolgen' van een eventuele bouwstop te inventariseren. Die inventarisatie is nog niet klaar. Limburg gaat nu de eigen, voorlopige bevindingen naast die van de zeven gemeenten leggen, om te zien of ze met elkaar stroken. Totdat de inventarisatie gereed is, neemt de provincie geen standpunt in over een eventuele bouwstop, aldus een woordvoerder vanmorgen.

De zeven gemeenten spreken van een 'inhoudelijk meningsverschil' met de minister over de veiligheid van de bouwlocaties. Volgens directeur J. Stellingwerff van de Dienst Grondgebied van Tegelen zijn de bouwplannen van de zeven weliswaar tot stand gekomen voor de watersnood van 1995, maar is wel degelijk rekening gehouden met mogelijke overstromingen. De huizen worden verhoogd gebouwd, terwijl tegelijk het stroomvoerend winterbed deels wordt afgegraven. Hierdoor ontstaat, aldus Stellingwerff, “juist een buffer” voor bestaande bebouwing in het Maasdal. Om die reden zou Rijkswaterstaat Limburg met de bouwplannen akkoord zijn gegaan. Ook menen de zeven gemeenten dat De Boer de aanbevelingen van Boertien II 'te rigide' interpreteert, daar deze niet rept over een bouwstop.