Klokken van Limburg luiden voor terriër van MVV

De toekomst van Robbie Delahaye is nog onzeker. Kiest de gestopte MVV'er voor een baan als jeugdtrainer bij zijn club? Gaat hij aan het werk in de schoonmaakbranche? Het tweede van vier gesprekken met prof-spelers die komend seizoen niet meer op de Nederlandse velden actief zijn.

MHEER, 16 AUG. Aan het einde van het gesprek beginnen de klokken te luiden. Alsof ze zijn woorden kracht willen bijzetten. “Ik heb een tijdperk afgesloten. Veertien jaar speelde ik in het eerste van MVV. Nu is het over.” Hij moet even slikken. Rob Delahaye zit op het terrasje van zijn tuin, op een steenworp van de Sint Lambertuskerk in Mheer, dertien kilometer onder Maastricht. Blote bast, licht transpirerend, want het is snikheet. Een pot koffie binnen handbereik op tafel.

Wat nu? “Ja wat nu?” De 36-jarige voetballer staat voor een keuze. Hij heeft een aanbod van MVV om met de jeugd te gaan werken. Zijn contract loopt immers nog een seizoen door. Zonder te spelen zou hij zelfs meedelen in de premies van de Maastrichtse eerste-divisieclub. “Als ik wil, heb ik dus nog twaalf maanden zekerheid.”

Maar hij zou de overeenkomst met MVV ook kunnen laten ontbinden. “Ik zal je eerlijk vertellen: het voetbal mis ik wel. Ik zou best nog een paar jaar willen afbouwen. Dat gaat niet zonder dat mijn contract wordt afgekocht. Ik kan zelfs niet bij een amateurclub gaan voetballen. Of in België. Het is een probleem, want ik wil niet ineens helemaal niks meer doen.” Hij wijst op zijn maag: “Ik wil niet zo'n dikke buik krijgen. Het is niet goed voor je lichaam, plotseling stoppen, wanneer je zo lang iedere dag hebt getraind. Als je jonge jongens begeleidt ben je bezig, goed, maar lang niet zo intensief als dat je met de gedreven selectie op het veld staat.”

Als hij met de MVV-jeugd (en het juniorenplan) aan de slag gaat, betekent dit dat hij vijf dagen per week moet werken. Drie avonden, plus 's zaterdags en 's zondags enige uren. Hij kan er dan een baantje bijzoeken. Desnoods voor veertig uur, dat staat in zijn contract. “De club is bereid me daarbij te helpen”, zegt Delahaye. “Ik ben van beroep loodgieter in de bouw, maar daar zou ik liever niet meer in terugkeren. Ik heb eens een tijdje stage gelopen bij de HAGO, een schoonmaakbedrijf. Misschien kan ik daarvoor vast beginnen. Nee, niet om ramen te gaan lappen of gevels te reinigen. Dat hebben ze me beloofd. Ik zou eventueel voorman worden, projectleider. Ik besef dat het een harde branche is, bij een strenge baas. Aanpakken, van acht uur 's ochtends tot vijf uur 's middags.”

Nee, een veertigurige werkweek zal hem niet meevallen, herhaalt Delahaye. “In het voetbal had je veel meer vrijheid. En je was veel thuis. Twee keer anderhalf uur trainen. Je vertrok hier om half tien, na een kopje koffie. Om een uur of zeven was je weer terug. Het zal een hele verandering worden, ook voor ons gezin. Ach, we zullen wel zien wat er van komt. Nee, ik ben niet bang voor de toekomst.” Hij heeft trouwens nog “een aardig appeltje voor de dorst”, dankzij het pensioenfonds CFK. “Ik zit daar nu een jaar of twaalf in. In het begin van mijn profloopbaan deed ik er niet aan mee, omdat ik van het bestaan ervan gewoon niet afwist. Arie van Staveren, toen linksbuiten van MVV, maakte me erop attent. Je bent verplicht in dat pensioenfonds te zitten, zei hij, maar bij MVV hadden ze dat toen niet zo in de gaten. De meeste jongens hier kenden het niet.”

MVV zonder Delahaye, het zal wennen zijn voor het publiek in De Geusselt. De middenvelder haalt zijn schouders op. Hij vindt dat hij ten onrechte Mister MVV heette, hoewel hij zo lang voor het sterrenteam uitkwam. “Er is maar één Mister MVV en dat is Johan Dijkstra. Die speelde negentien, twintig seizoenen mee. Een echte Maastrichtenaar. Die beroemde doeltreffende knal tegen Ajax, in het begin van de jaren zeventig, was zijn doorbraak naar het eerste. Hij was belangrijker dan Giel Haenen of Willy Brokamp.”

Zijn mooiste herinnering was misschien wel het kampioenschap in de eerste divisie, luttele jaren geleden. Of de winst bij Feyenoord (3-4), drie seizoenen terug. “Of mijn eerste wedstrijd: tegen PSV, die zal ik nooit vergeten, ook al verloren we. Tja, daar staan degradaties tegenover. Zoals die van deze zomer. Dit seizoen kon het niet anders, het moest zo. Ik wil de andere jongens niet de schuld geven. We zijn er met zeventien man uitgevlogen. Ik ben zelf ook meegedegradeerd, want ik heb meer dan dertig wedstrijden meegedaan. Vreselijk, hoe we in de nacompetitie bij De Graafschap met 6-3 verloren. Bij 2-2 hadden we vóór moeten komen, de wedstrijd kon nog kantelen. Toen kregen we die rode kaart. Alles was naar de knoppen. Eén groot verwijt maak ik mezelf: ik kon de andere mannen toen niet inspireren, wat ik altijd wèl kon.”

Maar al eerder wist Delahaye dat hij aan zijn laatste seizoen bezig was. Niet omdat hij het lichamelijk niet meer kon opbrengen, maar omdat een deel van de selectie zich tegen hem keerde. “Met carnaval heb ik het besluit genomen om te stoppen. Via via heb ik toen te horen gekregen dat er in de groep ontevredenheid bestond over mij. Ze zeiden het niet rechtstreeks. Dat is niet erg netjes, rot om het zo te horen. Juist omdat ik toch nog de terriër van MVV was, nietwaar?”

Hij zegt dat hij in de toekomst “vooral de lekkere wedstrijdspanning erg zal missen”. “Ik heb er nou nog niet zo veel last van. Sinds ik ben gestopt, ben ik pas één keer bij een wedstrijdje van MVV gaan kijken. Ik heb niet de behoefte. Ik zit liever hier op het terrasje of ik ga wat anders doen. Tennissen, fietsen of zo, of een keer naar de kroeg.” Maar als de competitie begint zal hij wel weer naar De Geusselt gaan. “Ik neem aan dat ik een kaart voor het leven krijg, of toch zeker voor een seizoen?” Hij schrikt als hij hoort dat Frans Bouwmeester na zijn prachtige carrière bij Feyenoord ooit in de rij moest staan voor een entreebiljet. “Was-ie zo snel vergeten? Dat is een heel slechte zaak.”

Delahaye wordt er even stil van. Beseft dat hij ook uit beeld zal raken nu het allemaal voorbij is. Zeker bij het Maastrichtse volk. Hij vond het leuk om in de stad te worden herkend. In Mheer zal hij voorlopig een held blijven. Delahei heet hij trouwens in zijn dorp met zijn ruim 900 inwoners. Of gewoon Lahei. “Delahaaie”, zo spreekt hij zijn naam zelf uit. “De la ee - van Den Haag?” Zijn gezicht betrekt. Alsjeblief niet, zie je hem denken. Hoewel zijn verre voorouders uit Wallonië kwamen, voelt hij zich een rasechte Limburger. De klokken van de Sint Lambertuskerk luiden. De loewende klokke van Limburg mie lanjt.