Verdeeldheid over Japanse excuses oorlog

DEN HAAG, 15 AUG. De verontschuldigingen die de Japanse premier Murajama heeft aangeboden over het door zijn land aangerichte oorlogsleed hebben in Nederland gemengde reacties opgeroepen.

Minister Van Mierlo van buitenlandse zaken “verwelkomt” de Japanse verklaring, maar constateert dat “sommige voorgangers” van premier Murajama zich ook al in soortgelijke termen hebben uitgelaten. VVD en CDA beschouwen de verklaring van de Japanse premier als afdoende, maar de PvdA en oud-AOV'er C. van Wingerden - deelnemer aan de politionele actie in 1946 - achten de verklaring ontoereikend. D66 vindt dat eigenlijk ook, maar beschouwt een ruimhartiger gebaar onwaarschijnlijk.

VVD-Kamerlid E. Hessing noemt de verklaring 'netjes'. “Vanuit de Japanse cultuur gezien is dit genoeg”, aldus het Kamerlid. Het CDA noemt de Japanse verklaring bij monde van het Tweede-Kamerlid H. Hillen 'genoeg'. “Na 50 jaar wordt het tijd om vooruit te kijken. Het is logisch dat de Japanse premier zijn excuus vooral op de Aziatische landen richt, want daar heeft Japan het meeste huisgehouden.”

De PvdA'er B. Middel noemt de Japanse verklaring “een begin” maar vindt de verklaring niet afdoende omdat daarin alleen gesproken wordt van 'excuses' en een 'foute nationale politiek'. “De Japanse premier spreekt niet van misdaden en vraagt daar geen vergiffenis voor zoals Willy Brandt als Duitse bondskanselier in Warschau begin jaren zeventig wel deed”, zegt Middel.

Het bestuur van de Nederlandse Stichting Herdenking 15 augustus 1945 aanvaart de excuses. Volgens vice-voorzitter A.J.M. Hortsmeier van de stichting valt te hopen dat de Japanse excuses tevens het begin vormen van een correcte oorlogsgeschiedschrijving in Japan. Hortsmeier sprak vanmorgen op een druk bezochte herdenkingsbijeenkomst in Den Haag.

Tegelijk met deze bijeenkomst vinden op acht erebegraafplaatsen in Indonesië en drie in Birma en Thailand herdenkingen plaats van de oorlogsslachtoffers. Stichtingsvoorzitter R. Boekholt, brigadegeneraal b.d. en adjudant in buitegenwone dienst van de koningin, merkte op dat de Japanse capitulatie vijfig jaar geleden weinig feestvreugde heeft gegeven omdat de Nederlanders in Indië verstrooid, ziek en uitgehongerd waren. Bovendien stonden hun nog jaren van “onveiligheid en onvrijheid” te wachten door de Indonesische vrijheidsoorlog tegen de Nederlandse koloniale machthebber.

Op de bijeenkomst in Den Haag met ruim drieduizend deelnemers, onder wie veel Indische Nederlanders, werd vooral aandacht besteed aan de leedverwerking en sociale aanpassing na de gedwongen gang van velen naar Nederland.

In een voordracht van Tanja Harpe, een 'totokmeisje' en Wendola Grondhoud, een 'Indo-meisje' werd gesteld dat “de oorlog in Zuidoost-Azië nog niet is afgelopen”. Gedoeld werd op de lotgevallen van de Indische na-oorlogse generatie. De ervaringen van deze groep van circa 400.000 Nederlanders smeken om woorden, aldus het tweetal.