Nationalisten: vredesproces in gevarenzone; Ernstige onlusten in N-Ierland

BELFAST, 14 AUG. Nationalistische politici in Noord-Ierland hebben gisteren gewaarschuwd dat het vredesproces in groot gevaar is. Ze kwamen met hun noodkreten nadat botsingen tussen protestantse loyalisten en katholieke republikeinen waren ontaard in de ernstigste ongeregeldheden sinds het Ierse republikeinse leger bijna een jaar geleden de wapens heeft neergelegd.

John Hume, de leider van de Social Democratic and Labour Party, deed een dringend beroep op de Britse regering om zo snel mogelijk een datum vast te stellen voor overleg tussen alle politieke partijen in Noord-Ierland. Verder uitstel noemde hij “onverantwoord” en “spelen met vuur”.

Gerry Adams, president van Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA, verweet de Britse regering dat ze het vredesproces “wurgt”. Tegen duizenden demonstranten die zich voor het gemeentehuis van Belfast hadden verzameld, zei hij dat de Britten gesprekken met alle politieke partijen “niet veel langer voor zich uit kunnen schuiven”. Veel nationalisten klagen toch al dat het vredesproces veel te traag gaat, verklaarde Adams. “Nadat de IRA bijna een jaar geleden een geweldige bijdrage aan het vredesproces heeft geleverd, zijn de Britse overheid en de unionistische partijen zwaar in gebreke gebleven.” Op de kreet uit het publiek 'Haal de IRA dan terug', reageerde de Sinn Fein-president met een glimlach: “De IRA is nog niet weg.”

Adams stelde zijn aanhang gerust met de verzekering dat “een overgave van de IRA niet aan de orde is”. Sinn Fein weigert de IRA op te roepen tot een ontwapening, zoals de Britse regering heeft geëist. Dat is de oorzaak van de impasse in het vredesproces die al meer dan twee maanden voortduurt. De Britse regering wenst Sinn Fein pas aan overleg met andere politieke partijen te laten meedoen als de ontmanteling van wapens is geregeld. Zonder ontwapening is er ook geen uitzicht dat de unionistische partijen de onderhandelingstafel willen delen met Sinn Fein.

Naarmate de politieke impasse langer aanhoudt en de verjaardag van het staakt-het-vuren dichterbij komt, nemen ook de gewelddadigheden weer toe. Dat komt ook omdat juli en augustus in Noord-Ierland van oudsher het 'mars-seizoen' vormen. Traditionele protestantse organisaties trekken met veel vertoon van vlaggen en gebeuk van trommen door de straten. Dat leidt al snel tot emotionele reacties van katholieke nationalisten, die de folklore als aanstootgevend, intimiderend en triomfalistisch ervaren, zeker als zo'n stoet door katholieke buurten trekt.

Bij zo'n optocht in Belfast kwam het zaterdagmorgen tot een treffen tussen katholieke demonstranten en agenten van de Royal Ulster Constabulary (RUC), de Noordierse politie. Buurtbewoners probeerden 20 leden van de protestantse Apprentice Boys, vergezeld door een muziekband, de doortocht door de katholieke Lower Ormeau Road te beletten. Toen de politie de demonstranten probeerde weg te dragen, ontstonden er gevechten. Er werd met flessen en stenen gegooid. Een agent schoot één van de buurtbewoners met een plastic kogel in het gezicht. Tweeëntwintig mensen raakten gewond, van wie tien burgers.

Later op de dag braken rellen uit in Londonderry, nadat 15.000 protestantse Apprentice Boys door de stad waren getrokken. Daarmee herdachten ze de Slag bij de Boyne waar de protestantse 'king Billy', Willem van Oranje, de katholieke Jacobus II versloeg. Tevoren was de spanning al groot, omdat zo'n 300 Apprentice Boys toestemming hadden gekregen om over de stadsmuren te trekken die uitkijken over de katholieke Bogside-buurt. Dat was niet meer gebeurd sinds eenzelfde stoet 26 jaar geleden de aanzet gaf voor het begin van de ongeregeldheden in Noord-Ierland. Katholieken beantwoordden de protestantse vernederingen, inclusief het gooien van pennies naar het 'gepeupel', destijds met stenen en brandbommen. Het Britse leger dat even de orde moest komen herstellen, is nooit meer weggegaan.

Driehonderd actievoerders hadden de hele nacht op de stadsmuur gekampeerd om de Apprentice Boys de doorgang te blokkeren. Ook zij werden door de Noordierse politie hardhandig verwijderd, maar anders dan in Belfast pleegden ze geen enkel verzet. Martin McGuinness, vice-president van Sinn Fein die de onderhandelingen leidt met de Britse regering, trad op als straffe aanvoerder van de demonstratie. Heethoofden riep hij op tot kalmte, gewonden prees hij om hun zelfbeheersing. Hij was het ook die met één handgebaar het stil protest dirigeerde: alle demonstranten keerden als één man de rug toe naar de protestantse stoet.

's Avonds ontstonden er toch nog gevechten tussen Apprentice Boys en katholieke jongeren. De politie die veel straten afsloot om de partijen te scheiden, werd bestookt met flessen en stenen. Later gooiden gemaskerde mannen met benzinebommen. Enkele auto's brandden uit. Ook in Armagh en Belfast werden auto's in brand gestoken. De politie schat de schade op vier miljoen pond.

Gisteren kwam het in Belfast opnieuw tot ongeregeldheden. Protestantse groeperingen hadden vorige week al gewaarschuwd dat ze een demonstratie van Sinn Fein zouden proberen te verstoren. Vier uur voor de demonstratie was de hele binnenstad van Belfast al hermetisch afgesloten met gepantserde politie-landrovers en agenten in gevechtstenue, om een confrontatie te voorkomen. Desondanks slaagden protestantse jongeren erin om tot de demonstranten door te dringen. Er ontstonden gevechten en Gerry Adams werd met stenen bekogeld. Maar niemand raakte zwaar gewond.