Werk (1)

In zijn artikel over groei en banen (NRC Handelsblad, 2 aug.) bespreekt C.A. de Kam de oorzaken van de Nederlandse werkloosheid in Europees perspectief: hoge geboortecijfers tot 1965, grotere deelname van gehuwde vrouwen en immigratie. Op zeer lange termijn zal de vergrijzing het tij keren. Voorlopig beveelt hij aan de uitkeringstrekker meer te prikkelen tot werken, al dan niet in gesubsidieerde banenplannen. Verlaging van de loonkosten zou minder voor de hand liggen.

De Kam gaat voorbij aan het feit dat de vraag op de arbeidsmarkt zó veel kleiner is dan het aanbod, dat financiële prikkels tot solliciteren amper zin hebben. Tegenover iedere honderd (her-)intreders staan bijna evenveel verdrongen werkzoekenden: doordat de een werk vindt, krijgt de ander geen kans. Prikkels tot werk zoeken zijn alleen zinvol en rechtvaardig wanneer de vraag opweegt tegen het aanbod. Die vraag nu wordt primair bepaald door de prijs, welke bij overschotten behoort te dalen, evenzeer als die steeg onder de tekorten van de jaren zestig. Die daling van de bruto prijs van de arbeid kan op verschillende manieren plaatsvinden. Loonmatiging is een bekend recept, maar ze leidt tot achterblijvende binnenlandse bestedingen: een zwaktebod dus. Afbraak van sociale rechten, met minder hoge premies als gevolg, wordt sociaal en politiek nauwelijks geaccepteerd. Voor verlaging van de minimumlonen geldt hetzelfde. Bovendien remmen ook deze opties de bestedingen af. Ons land leeft niet meer primair van de arbeid, maar blijft wel de arbeid hoofdzakelijk belasten. Een voor de hand liggend instrument is dan ook een zwaarder belasten van de produktie (toegevoegde waarde) tegen een flinke ontlasting van de arbeid. Een en ander kan per bedrijfssector kostenneutraal worden gehouden. Het gevolg zal zijn dat de (laagproduktieve) arbeid meer gewild wordt en dat het gebruik van uitkeringen afneemt. De sociale rechten worden behouden. De collectivisering van de arbeidsmarkt middels allerlei banenplannen, met alle ongewenste ambtelijke controle en curatele vandien, kan achterwege blijven. Tenslotte betekent al die werkloosheid ook een enorm overschot aan een produktiefaktor, een groot onbenut potentieel. Evenwicht op de arbeidsmarkt zal dan ook leiden tot aanmerkelijke toename van de welvaart. Werk hoeft niets te kosten. Het brengt geld op.