Weer sprankje hoop voor valutagevoelige bedrijven

AMSTERDAM, 11 AUG. In de week dat achtereenvolgens Hoogovens, Wolters Kluwer, KLM en Unilever de lage dollarkoers de schuld gaven van het achterblijven van de winstgroei over het eerste halfjaar, gloort er hoop voor het valutagevoelige Nederlandse bedrijfsleven: na een aarzelend begin zette de stijging van de Amerikaanse dollar deze week flink door en brak de dollar vanmorgen voor het eerst sinds drie maanden door de grens van 1,60 gulden. Is dit het begin van de felbegeerde verzwakking van de munten van de harde monetaire kern van Europa?

Na in de eerste drie maanden van het jaar te zijn gezakt tot een recorddiepte van onder de 1,51 gulden, veerde de dollar in mei ook al op tot boven de 1,60 gulden, om daarna weer even hard te zakken naar de bandbreedte tussen ruwweg 1,54 gulden en 1,57 gulden, waar de munt vervolgens maandenlang in gevangen bleef. Sinds begin deze maand heeft de dollar echter al 5 cent gewonnen, vanaf een koers van rond 1,55 naar de grens van 1,60 gulden nu.

Er zijn twee belangrijke verschillen tussen de vorige opleving in mei en die van de jongste anderhalve week. De dollar wint ditmaal ook fors terrein op de Japanse yen, en de 'zwakke' Europese munten hebben zich tegen de harde kern rond de D-mark iets weten te herstellen.

De recente opmars van de dollar begon vorige week woensdag in Tokio, toen het Japanse ministerie van financiën de regels voor Japanse institutionele beleggers om in het buitenland te beleggen versoepelde. Daardoor ontstond de verwachting dat Japanse investeerders, na jarenlang goeddeels afwezig te zijn geweest, zouden terugkeren op de internationale financiële markten als aanbieders van yen voor effectenbeleggingen in andere valuta's.

Die Japanse beleidsmaatregel past in een reeks van stappen die de financiële autoriteiten de laatste tijd ondernemen om de economie nieuw leven in te blazen en de yen te verzwakken. Centraal onderdeel in die plannen is het bestrijden van de deflatie die Japan dreigt weg te zuigen in een draaikolk van prijserosie en recessie.

Het gekozen medicijn is een overdosis yen. Aan de opgeblazen balans van de Bank van Japan, de Japanse centrale bank, lezen analisten af dat de bank is gestopt met het 'steriliseren' van de valuta-interventies om de koers van de yen te verzwakken. Voorheen werden aangekochte dollars weer weggesluisd door het verkopen van dollarobligaties voor yen (steriliseren), maar daar lijkt de centrale bank nu te zijn gestopt. De yen die nu worden gebruikt om de dollars mee te kopen, zijn in feite gloednieuw.

Ook koopt de centrale bank op grote schaal (deze week al voor omgerekend 2,2 miljard dollar) yen-obligaties in, in ruil voor yen. Ook dat zorgt ervoor dat er meer yen in omloop komen. Bovendien wordt het extra economische stimuleringspakket door de Japanse overheid van 3 biljoen yen (ruim 30 miljard dollar) dat in de pen zit, zo via de centrale bank in feite met nieuw aangemaakt geld betaald. De rente is intussen gedaald tot 0,8 procent.

In overdrachtelijke zin draaien de geldpersen in Japan dus op volle toeren, met als doel het creëren van inflatie en als gewenst neveneffect de verzwakking van de yen tegenover de voornaamste buitenlandse munt, de dollar. De gezamenlijke interventies van de Bank van Japan en de Amerikaanse centrale banken vorige week vielen dan ook in vruchtbare grond: de yen is intussen gestegen tot ruim 93 yen voor een dollar. Of de stijging beklijft, is de vraag: van de massale Japanse belangstelling voor een reeks veilingen van Amerikaans staatsschuldpapier, die door de Japanse liberalisering van de buitenlandse beleggingen had moeten losbreken, werd deze week in New York niet erg veel vernomen. De 'muur van geld' die Japan zou moeten verlaten, laat op zich wachten.

De hernieuwde kracht van de dollar in Japan klinkt de laatste anderhalve week ook door in de verhouding van de Amerikaanse munt tot de D-mark. Maar de echo is nog zwak: als de dollar in Europa even krachtig zou zijn hersteld als in Azië, dan zou de koers in guldens al tot ver boven de 1,70 gulden moeten zijn opgelopen.

Analisten spreken daarom liever van de 'geregisseerde' zwakte van de yen dan van de kracht van de dollar, en onderzoeken ook de D-mark nu op tekenen van zwakte. Daarvoor zijn aanwijzingen. De mark zakte gisteren weg terwijl de Bundesbank, de Duitse centrale bank, het disconto niet verlaagde. Blijkbaar klampt de valutahandel zich vast aan de verlaging van de Duitse beleningsrente van 4,5 tot 4,45 procent op woensdag. Die was weliswaar bescheiden, maar was het eerste signaal sinds maanden dat de rentepolitiek in Duitsland nog steeds neerwaarts is gericht, en mark minder aantrekkelijk kan worden.

En dan is er ook de recente verzwakking van de D-mark (en de gulden) tegenover de andere munten van de Europese Unie. De Spaanse peseta is sinds het dieptepunt in april weer bijna vier procent opgekrabbeld, het Britse pond noteerde vanochtend 2,54 gulden tegen een dieptepunt van 2,44 in april, de Zweedse kroon maakt een fors herstel door, de Italiaanse lire is voor het eerst sinds eind februari weer boven door de grens van 1000 lire voor een gulden en ook de Franse franc herstelt zich tegenover het D-markblok.

Het resultaat is dat de koers van de mark en de gulden ten opzichte van de ecu, het mandje van Europese valuta's, is afgezwakt. Deed een ecu in maart nog geen 2,03 gulden, sindsdien is de koers geleidelijk gestegen tot 2,09 vanmorgen. Substantieel is dat nog niet, maar samen met het voorzichtige aantrekken van de dollarkoers, is het toch nieuws dat in het bedrijfsleven voor een glimpje hoop zal zorgen.