trots op eerste vliegtuig uit eigen fabriek

BANDUNG, 10 AUG. Het paradepaardje van de prille Indonesische luchtvaartindustrie, de N-250, heeft vandaag boven Java zijn luchtdoop beleefd. Het tweemotorige turbo-propellertoestel met 64 zitplaatsen is het eerste vliegtuig dat volledig in Indonesië is ontwikkeld en geproduceerd.

Voor de ogen van de Indonesische president Soeharto, de minister van technologie Habibie en een schare binnen- en buitenlandse gasten steeg het prototype van de N-250 in de morgen op vanaf Bandung. Na een rondje over West-Java te hebben gemaakt, landde het vliegtuig weer onder luid geklap van de Indonesische toeschouwers.

De trots van de Indonesische regering, die de eerste vlucht bewust heeft gepland in het jaar dat de republiek vijftig jaar bestaat, wordt niet door iedereen gedeeld. Vooral bij de Indonesische milieubeweging is het toestel omstreden, omdat het wordt geproduceerd met geld uit een fonds voor herbebossing. Via een procedure voor de administratieve rechter hebben zes milieuorganisaties vorig jaar vergeefs geprobeerd Soeharto ervan te weerhouden 400 miljard rupiah (circa 400 miljoen gulden) uit dit fonds als renteloze lening over te hevelen naar het staatsbedrijf IPTN, dat de vliegtuigen produceert. Ook de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker is niet gelukkig met de produktie van de N-250, een rechtstreekse concurrent van de Fokker 50. Fokker was in het verleden een belangrijke leverancier voor Indonesië.

Het staatsbedrijf IPTN, waarvan de Indonesische minister van technologie, Habibie, president-directeur is, heeft ambitieuze plannen. Met behulp van de opbrengst uit de verkoop van de N-250 wil de onderneming een reeks nieuwe toestellen ontwikkelen. Zo wil IPTN vanaf het jaar 2006 ook straalvliegtuigen voor de burgerluchtvaart gaan produceren. Tot dusver heeft het bedrijf vliegtuigen gebouwd onder licentie en in samenwerking met buitenlandse ondernemingen. Samen met Casa worden onder andere toestellen van het type CN-235 geproduceerd.

Minister Habibie, die in Delft heeft gestudeerd en een zeer belangrijke rol speelt in de Indonesische economie, is overtuigd van het commerciële succes van de N-250. Na afloop van de eerste vlucht van het prototype zei hij dat IPTN op dit moment over 192 orders beschikt. Om uit de kosten te komen, moeten er ten minste 259 toestellen worden verkocht. Tot nu toe hebben vooral binnenlandse luchtvaartmaatschappijen orders geplaatst.

De N-250 moet per toestel 13,5 miljoen dollar (circa 20 miljoen gulden) opbrengen. De Indonesische regering heeft 650 miljoen dollar gereserveerd voor dit project. Volgens Habibie is daar nu ongeveer 400 miljoen dollar van gebruikt. De lening uit het herbebossingsfonds zal pas worden terugbetaald als vliegtuigmaker IPTN in staat is zijn nieuwe toestel te verkopen.