Frans Steur: 'Dit was geen uitvinden, dit was gewoon een lucky shot'

Zijn bedrijf bevindt zich op de Noordduitse laagvlakte, pal naast de Autobahn tussen Bremen en Hamburg: een kleine witte loods met in blauwe en rode letters: IFEX 3000. Frans Steur (56) is de uitvinder van een bluspistool. Vanaf het moment dat ik binnenkom, praat hij aan één stuk door: 'De hele wereld staat hier op de mat. Ik heb iets uitgevonden waarmee je op een legale manier geld kunt drukken, want je praat niet over een omzet van miljoenen, maar van honderden miljoenen. Ik loop er niet mee te leuren, ze trekken het gewoon uit m'n handen.'

Steur is een man met een joviaal gezicht en wit haar. Een rechthoekig leesbrilletje rust aan een koordje op zijn rode pullover. We kijken naar een video. De Amerikaanse commentaarstem zegt: 'IFEX, Impulse Fire Extinguishing Technology, now available throughout North America.'

Even later lopen we naar buiten, naar een grote rode pick up op hoge wielen met een bluskanon. Steur: 'Die unit kost 150.000 mark. Vrijdag was er bij Berlijn een demonstratie, waarbij we met duizend liter water duizend vierkante meter bos blusten. Een Duitse firma met een soort tank met een grote jetmotor van 10 miljoen mark gebruikte 35.000 liter, maar het bos brandde nog volop. De pick up gaat nu naar Portugal, Spanje, Ankara en Canada. We hebben in twee maanden voor 217.000 mark gevlogen, gisteren zijn twee man naar Vancouver vertrokken om zo'n kanon onder een helikopter te installeren en in Duitsland worden 3000 ziekenhuizen uitgerust met 35-liter units op steekwagentjes.'

Hij kan niet ophouden over de succesvolle opmars van IFEX: 'Het probleem is dat mensen het niet geloven, totdat ze het zien. De Berlijnse brandweer had een brand in een ijssalon. Ze kwamen met een IFEX-backpack en schoten drie keer: brand geblust. De commandant zei: 'Een toevalstreffer. Zoiets kan niet met drie liter water.' De volgende dagstond een kamer in lichterlaaie. Na twee keer schieten was de brand geblust. Na tachtig branden begon de verzekering: 'Wat is er aan de hand? Er is geen waterschade.' Die verzekeringsman ging twee dagen mee op de wagen en geeft nu 2000 mark subsidie voor elk pistool dat de brandweer koopt. In Zwitserland krijgen corpsen zelfs 35% subsidie van de regering.'

Volgens Steur is het enige probleem dat hij niet snel genoeg kan leveren. Hij kan 2000 pistolen (verkoopprijs 10.000 mark) per maand fabriceren, maar dat is volgens hem nog niets: 'Voor deze hal komt een nieuw kantoor en erachter komt een tweede hal. Zoals het er nu uit ziet, is die uitbreiding al te klein. We werken met 20 man, onder wie drie ingenieurs; er komen zo'n 20 mensen bij.'

Werknemers in witte overalls schieten met het pick up-kanon demonstratief over het voorterrein. Steur: 'Het werkt op water en luchtdruk. Tijdens proeven in Amerika dook de temperatuur in anderhalve seconde van 1000 naar 40 graden. Fysisch is het niet te verklaren wat wij met één liter water doen: abacadabra'.

Hij drukt een IFEX-pistool in mijn handen. Ik schiet, en even later zet een ragfijne nevel zich af op de mouw van mijn jas. Hij neemt het pistool over: 'Het geheim van de smid zit vooral in de afsluiter hier in het midden. Die opent en sluit in 20 milliseconden. De lucht achterin - 25 atmosfeer - drukt het water voorin eruit met een snelheid van 500 kilometer per uur. De weerstand in de atmosfeer slaat het water kapot in druppeltjes van vijf micron'. Hij wijst op het middenstuk: 'Dat plaatje is er op gelast zodat niemand hem kan openmaken. We hebben wereldpatenten op de afsluiter en het principe. Dat kostte zo'n twee miljoen mark.'

Steur: 'Er zit geen filter voor, zodat hij niet kan verstoppen. We kunnen water, schuim, bluspoeder schieten en voor magnesiumbranden zelfs cement of zand.' Tijdens het gesprek arriveren regelmatig faxen, onder andere uit Japan, zijn zoon Frans stapt binnen met twee Koreanen en Steur stelt me voor aan zijn financieel adviseur: 'Ik heb hem in huis gehaald nu het zo hard loopt. Hij is net vandaag begonnen.'

Steur kwam tot zijn vinding doordat halon, een blusgas, verboden werd: 'Halon is een ozonkiller. Iedereen begon opeens na te denken over alternatieven. Er kwamen vier chemische gassen die ongevaarlijk zouden zijn, maar na branden in Keulen en Antwerpen liggen nu negen mensen in het ziekenhuis door een kettingreactie met gassen die bij de brand vrijkwamen. Wij dachten aan water, het beste blusmiddel. Bij oliebranden werkten we met een membraan. Bij een druk van zo'n 200 atmosfeer sprong dat kapot en kwam in één keer het water of poeder vrij. We wilden dat verkleinen. Maar het werkte niet. Mijn kop staat nooit stil, ik had wat onderdelen in mijn zak, ik zette die spelenderwijs aan elkaar, en zei: 'Laten we het zo eens proberen.' Ze lachten me uit, maar pats! het werkte. Dat was geen uitvinden, dat was gewoon een lucky shot'.

In de gang hangen ingelijste certificaten van Noorse, Russische, Chinese organisaties en van de Nederlandse scheepvaartinspectie: 'Ik heb de laatste jaren goed geboerd met blusinstallaties voor schepen en boorplatforms. We hebben namelijk ook een hogedruk sprinkler-installatie ontworpen volgens het IFEX-principe. Die gebruikt 500 keer minder water dan de traditionele systemen. We hebben 700 miljoen aan offertes uitstaan. Ik heb dus twee goede systemen, twee keer zes goed in de Lotto. Ik ga dat sprinklersysteem verkopen en alleen met IFEX door.'

Steur heeft niet alles alleen uitgevonden: 'Het was een wisselwerking tussen mij en de ingenieurs die hier werken. Het is leuk om over de wereld te gaan met zo'n artikel, vooral als je vijftig NAVO-toplui bij zo'n demonstratie ziet staan, die je hoort zeggen: 'Dat kan nooit.' Na afloop dwingen ze je zelfs om uit het pistool te drinken, omdat ze niet geloven dat het water is. We hebben een test gedaan met een grote bank. In het voorportaal was een IFEX-installatie aangelegd. Een zogenaamde bankovervaller werd ondergesproeid met kleurvloeistof. Hij was totaal gedesoriënteerd. Je kunt er traangas mee afschieten, ziekenauto's mee desinfecteren of stallen, bomen vol luis, huizen met kakkerlakken en radio-actieve voertuigen mee ontsmetten. Het is een supervernevelaar, je mist geen millimeter.'

Ik stap met Steur in zijn BMW-stationcar. We rijden naar Ottersberg, een voorstadje van Bremen waar zich een ander deel van zijn bedrijf bevindt. Hij vertelt: 'De directeur van een Amerikaanse firma kwam hier, 'I'll buy everything. I'll pay 40 million mark.' Ik zei: 'Ik verkoop niet. De helft gaat naar de belasting en mijn familie gaat naar de knoppen met al dat geld. Dit is een unicum, dit wil ik niet uit handen geven. Bovendien haal ik het tienvoudige eruit over iets langere tijd, en die tijd heb ik.'

In Ottersberg stoppen we bij een werkplaats met metaalbewerkingsmachines. Steur groet de voormalige eigenaar die nu als ingenieur bij hem werkt: 'Je hoeft maar één woord te zeggen en hij maakt het. Wat uit zijn handen komt is top. We kunnen de pistolen wel goedkoper maken, maar het moet topkwaliteit zijn. Als er ééntje ergens ter wereld uit elkaar knalt, is het afgelopen.'

Terug in de auto vertelt hij dat zijn vier kinderen allemaal in zijn bedrijf werken: mijn dochter, die net is afgestudeerd, werkt bij IFEX in Londen, mijn oudste zoon geeft demonstraties en voordrachten, mijn tweede zoon werkt al twaalf jaar voor me, die belde net uit Canada en mijn derde zoon regelt de export.'

Terwijl we naar de Scandinavische villa rijden die hij bij een bosrand heeft laten bouwen, vertelt Steur dat hij alleen een lagere schoolopleiding heeft: 'Ik was niet dom, maar ik bracht liever reclameblaadjes rond dan naar school te gaan. Net als mijn vader werd ik verwarmingsmonteur. Ik werkte in Noorwegen, Frankrijk en Engeland. Daarna deed ik op Rozenburg aan scheepsbeveiliging. Omstreeks 1980 werd ik naar Duitsland gestuurd en zo kwam ik twaalf jaar geleden in Sittensen terecht. Mijn vrouw wil nu terug naar Nederland. We zijn al gaan kijken naar een stuk grond, maar we kwamen erachter dat 'Made in Germany' goud waard is. Als het eenmaal goed loopt, steek ik mijn hand stiekem in de kas en gaan we naar Nederland. Af en toe doe ik dan nog een greep in de kas, tot de kinderen zeggen: 'Hé daar is die ouwe alweer'.'