Roofoverval

Laatst vroeg ik aan een wat oudere vriend: waar vind je toch in Amsterdam de mensen van een jaar of veertig, vijftig. We hadden er enkele waargenomen op het terras van Luxembourg, bij Hoppe en bij Welling, maar verder was het een mensensoort die wat het caféleven betreft op uitsterven stond. De ouderen gaan met de auto naar een restaurant en begeven zich na afloop, met de auto weer naar huis. En dat is misschien maar goed ook, want afwijkingen kunnen hard afgestraft worden.

Zo had ik laatst op een avond temidden van de jeugd een glaasje genoten bij Rumrunners naast de Westerkerk en begaf me omstreeks half twaalf lopend naar de Herengracht waar ik ter hoogte van Hoppe bij een goedkope meter mijn auto had achtergelaten. Toen ik vanaf de Raadhuisstraat de gracht op stapte, kwam mij een drietal jongemannen tegemoet. Met een onmiskenbare dreiging namen ze de hele weg in beslag, maar ze lieten me onbeschadigd passeren. Toen ik na zo'n meter of tien omkeek, zag ik dat ze omgekeerd waren en achter mij aankwamen. Ik versnelde mijn pas en de veilige afstand bleef in stand. Opeens echter kwam een van hen langs joggen en hield tot mijn schrik stil midden op mijn pad. Ik week uit naar links, maar ook daar versperde hij mij de weg. “Geld of ik schiet”, riep hij me toe. Ik zag geen schietwapen, dus vroeg ik, een beetje opgelucht dat hij me niet gewoon te lijf was gegaan, “waarmee?” Waarop hij een kennelijk pistool toonde dat hij met de linkerhand op me gericht hield. Ik tastte in de zijzak van mijn jasje en gaf hem een gulden. Maar hij baste me toe: “meer geld”. Ik heb hem toen al mijn losse munten gegeven, ik denk een gulden of twaalf. Dat was kennelijk nog niet genoeg, want hij greep me dreigend bij mijn jasje, ter hoogte van mijn portefeuille en brulde “Al je geld”. Nu kom ik uit een zuinige familie, wat middenstanders, kleine ambtenaren, een enkele onderwijzer, en zomaar geld aan iemand geven is bij ons niet gebruikelijk. En met die twaalf gulden had ik ook liever wat anders gedaan. “Ik heb geen geld meer, man”, riep ik, “lazer op.” Ik duwde hem opzij en vervolgde verontwaardigd mijn weg. Aan dat pistool had ik helemaal niet meer gedacht en waarschijnlijk terecht, want in een televisiefilm vliegen je in zo'n situatie de kogels om de oren en beëindig je je leven bloedend op de gracht. Tenzij het een film van Woody Allen is, natuurlijk. Er is zo'n film waar Allen's alter ego een bank wil beroven, de kassier een pistool onder de neus houdt en hem een briefje toeschuift waarin gevraagd wordt zich 'normaal' te gedragen: “act normal”. Volgens de kassier staat er “apt normal”. Andere klerken worden er bijgeroepen om te bevestigen dat er “apt” staat en niet “act”. Allen legt zijn pistool neer en mengt zich in de discussie en wordt uiteraard gewoon door de politie, die inmiddels is gearriveerd, meegenomen. Misschien had mijn door eerlijke gierigheid ingegeven vertragende gedrag wel hetzelfde effect, want iemand beroven moet serieus genomen worden en niet te lang duren zo midden in de stad. Maar goed, de bloedstollende verhalen hoe berovingen in normale gevallen plegen af te lopen, die vrienden en kennissen me deden als reactie op de berichtgeving van mijn avontuur, hebben me wel doen besluiten me na het invallen van de duisternis niet meer te voet in de hoofdstad te vertonen. Tenzij ik me in een groot en krachtig gezelschap bevind, of vergezeld word door een doberman, een Duitse herder en als het kan zo'n manshoge Deense dog. En als men mij ooit, met het pistool op de borst zou dwingen me weer in de stad te vestigen, dan schaf ik onmiddellijk een dergelijke hond aan. Die mag dan 's nachts patrouilleren in de gang voor mijn slaapkamer en wordt overdag als ik naar mijn werk ben achter de voordeur geposteerd. Zo'n hond die bij het minste geluid begint te blaffen met zo'n angstaanjagend grote-hondengeluid. God verhoede dat het ooit zover zal komen, want ik ben bang voor grote honden, terwijl ik met kleine honden ook al heel voorzichtig ben. Nee hoor, niks meer nog laat te voet in de binnenstad, gewoon weer met de auto naar het restaurant. Liever twaalf gulden in de parkeermeter, dan in de ruwe knuist van zo'n lombrosotype.