O-Slavonië is voor Belgrado van belang

Oost-Slavonië is het meest oostelijke stukje van de 'republiek' van de Serviërs in Kroatië. Het is ook het enige stukje van die 'republiek' dat zich nog in handen van de Kroatische Serviërs bevindt, nu de Kroaten in een driedaags offensief de rest van de 'Servische Republiek Krajina' (RSK) hebben veroverd.

De afgelopen dagen wordt serieus rekening gehouden met de mogelijkheid van een Kroatische aanval op dit laatste stukje Kroatië dat nog door de Serviërs wordt bezet. Zo'n Kroatische aanval zou echter, zo menen veel waarnemers, een nieuwe grote oorlog op de Balkan ontketenen - omdat het aangrenzende Joegoslavië (Servië) niet zou toestaan dat de Kroaten het langs de wederzijdse grens gelegen Oost-Slavonië weer in handen krijgen.

De RSK bestond na de oorlog van 1991 tussen de Kroaten enerzijds en de Kroatische Serviërs en het toenmalige Joegoslavische Volksleger anderzijds uit drie delen: een westelijk deel dat in de vorm van een halve maan van Knin in Dalmatië tot een gebied ten zuidoosten van Zagreb reikte; West-Slavonië, aan de noordgrens van Bosnië; en Oost-Slavonië, in het uiterste oosten van Kroatië, langs de grens met Servië.

Begin mei veroverden de Kroaten West-Slavonië, zonder dat Belgrado een vinger uitstak voor de volksgenoten in Kroatië. Deze maand was het westelijke gebied aan de beurt, en weer deed Belgrado niets. Maar alles wijst erop dat Belgrado aan Oost-Slavonië veel meer belang hecht.

Op de eerste plaats heeft Oost-Slavonië grote economische waarde, dit in tegenstelling tot de twee andere stukken RSK, die hooguit van belang zijn omdat ze belangrijke verbindingswegen (Zagreb-Dubrovnik, Zagreb-Belgrado) blokkeerden.

Ook Oost-Slavonië is van belang voor de verbindingen: de Donau vormt de grens tussen Oost-Slavonië en Servië. Wie Oost-Slavonië controleert, controleert het economisch hoogst belangrijke verkeer op de Donau, naar Hongarije in het noorden en richting Belgrado in het oosten. De Donau is de levensader van Servië.

Verder is Oost-Slavonië in tegenstelling tot de rest van de RSK - de regio rond Knin is rijk aan stenen maar aan niets anders - van belang wegens de vruchtbare grond van het noordelijk deel van het gebied, de Baranja, en de olie die in de zuidelijke helft, de Srem, wordt gevonden.

Hoe belangrijk het gebied is, blijkt uit de mate van geweld waarmee de Serviërs het in 1991 hebben veroverd. De belangrijkste veroverde stad, het barokstadje Vukovar, een belangrijke binnenhaven op het punt waar de Vuka in de Donau uitkwam, werd drie maanden lang dan en nacht beschoten en werd volledig in puin gelegd. In Vukovar vestigden de Serviërs hun reputatie stedenmoordenaars te zijn, een reputatie die ze toen en later in steden als Dubrovnik en Sarajevo bevestigden. De beschietingen van Vukovar kostten tussen 2.500 en 5.000 mensen het leven. Bogdan Bogdanovic, een van de weinige kritische Servische intellectuelen en ex-burgemeester van Belgrado, vergeleek na het beleg van Vukovar die stedenmoordenaars met waanzinnigen die een mooie vrouw zoutzuur in het gezicht gooien. Vukovar is voor de Kroaten altijd een symbool en een martelaarsstad gebleven: een stad die door de Serviërs letterlijk van de kaart werd geschoten. De belangrijkste oorlogsmisdaden van 1991 werden na de inname van Vukovar gepleegd: tweehonderd zieken en gewonden werden door de Serviërs in het nabijgelegen Ovcara vermoord. Voor de verovering van Vukovar woonden er 84.000 mensen, van wie 43 procent Kroaten en 37 procent Serviërs. Nu wonen er 15.000 mensen, voornamelijk Serviërs.

De twee andere grote steden van Oost-Slavonië, Vinkovci en Osijek, bleven in handen van de Kroaten en vormen nu frontsteden.

Hoeveel mensen er in Oost-Slavonië wonen is onduidelijk. Vóór de oorlog waren het er rond 200.000, van wie 44 procent Kroaten en 35 procent Serviërs. De resterende twintig procent bestond uit kleine minderheden die ook in het aangrenzende Vojvodina wonen: Hongaren, Roethenen, Slowaken, Roemenen. Sinds 1991 zijn naar schatting 100.000 mensen uit de streek verdreven, onder wie de meeste niet-Serviërs. Aan de andere kant hebben zich veel uit Bosnië en Kroatië gevluchte Serviërs zich in de streek gevestigd.

Joegoslavië heeft het belang dat het aan de grensstreek Oost-Slavonië hecht de afgelopen dagen onderstreept door grote hoeveelheden tanks en troepen naar de grens tussen Servië en Oost-Slavonië te sturen - een signaal dat het een aanval van de Kroaten op dit stukje RSK niet zal tolereren.

Kroatië heeft langs de frontlijn met Oost-Slavonië 20.000 man, tachtig tanks en pantserwagens en driehonderd stuks artillerie samengetrokken; drie- tot vierduizend militairen zijn naar het gebied onderweg. De Kroatische Serviërs hebben in hun laatste stukje land 17.000 soldaten met tachtig tanks en pantserwagens en 170 stuks artillerie over. Joegoslavië (Servië) heeft de afgelopen dagen in hun rug 150 tanks samengetrokken. Als het tot een oorlog om Oost-Slavonië komt ziet het er voor de Kroaten heel wat somberder uit dan tijdens de campagne van de afgelopen week, want Joegoslavië beschikt over 90.000 soldaten, 1.300 tanks en tweeduizend stukken geschut, plus een omvangrijke luchtmacht.

De Kroatische Serviërs en het Joegoslavische leger hebben gisteren een gemeenschappelijk opperbevel gevormd voor de verdediging van het gebied tegen een eventuele Kroatische aanval.