Gebrselassie temt drie panters uit Kenia

GÖTEBORG, 9 AUG. De Keniaanse coach sprak een dag voor de finale van de 10.000 meter over a war, een oorlog. Naast hem zaten zijn drie atleten er als panters bij. Ranke gezichten, zwijgend en loerend met felle ogen. Het voorspelde weinig goeds voor Haile Gebrselassie. Maar de Ethiopiër, met Addis Abeba én het Brabantse Uden als verblijfplaats, liet zich niet imponeren. Hij veroverde gisteren op fantastische wijze de wereldtitel en de Kenianen leken na afloop wel dode vogeltjes. Gelijktijdig zongen tien teamgenoten de winnaar achter het stadion toe. “Die jongen kan alles”, sprak manager Jos Hermens vol bewondering over Gebrselassie.

Hermens bekende dat hij hem had zitten knijpen aan het einde van de wedstrijd. Met nog een halve ronde te gaan waren ze nog met hun vieren over, Gebrselassie, de Marokkanen Khalid Skah en Salah Hissou en de sterkste Keniaan, Paul Tergat. “Ik was bang voor Skah. Die is heel snel”, zei Hermens. Maar ook Skah bleek niet opgewassen tegen de op 200 meter ingezette eindsprint van Gebrselassie. De wereldrecordhouder spoot als een raket van zijn twee concurrenten weg. “Ik heb mijn vriend Haile vaak verslagen in de laatste ronde, maar hij was vandaag sterk, sterker dan ik”, sprak Skah, de nummer twee.

De 22-jarige, 1.60 meter lange Gebrselassie had de laatste anderhalve week in Ethiopië vooral op snelheid getraind. “Ik wist dat niemand de laatste tweehonderd meter in 25, 26 seconden kon lopen”, zei hij. Gebrselassie kon het wel. Maar ook hij had zijn twijfels gehad. “I was very, very afraid of the Kenyans.” Hij had verwacht dat ze hem met hun drieën, met hun tactiek, kapot hadden willen maken. Dat bleek niet het geval. De Kenianen bleven alle drie rustig in de kopgroep meelopen. Drie ronden voor het einde viel Kimani als eerste weg, daarna Machuka. Toen bleef alleen Tergat over. De veldloper was na afloop blij met zijn bronzen medaille. “We hadden geen tactiek”, zei de Keniaanse coach Danson Muchoki naderhand. “Iedereen moest zo hard mogelijk lopen.”

Ze hadden Gebrselassie graag te grazen willen nemen. De Ethiopiër pakte dit jaar in Hengelo het wereldrecord van William Sigei af. En de Kenianen zijn het incident tussen Gebrselassie en Josephat Machuka, bij de WK-jeugd van '92, nog niet vergeten. Net zo min als het voorval bij de WK van '93, toen Gebrselassie in de race de schoen van Moses Tanui uitschopte. Met Machuka heeft hij inmiddels een goede verstandhouding. In Uden sliepen ze in hetzelfde huis en trainden ze samen. “Het zijn buiten de baan hele vriendelijke jongens”, zei Gebrselassie over de Kenianen. “Maar in de wedstrijd telt vriendschap niet. Dan vecht je tegen iedereen. Zelfs als mijn eigen broer zou meedoen, zou ik tegen hem vechten.”

Zou Gebrselassie echt bang zijn geweest voor de Kenianen? 's Ochtends had hij op zijn kamer in het atletendorp nog staan dansen op muziek van Michael Jackson. Rustig was hij even na zessen het stadion binnen gewandeld, met het hemd uit zijn broek en de rugzak over zijn schouder. In de hele race maakte hij een kalme en zelfverzekerde indruk. Hij liet zich niet één keer de kop opdringen. En toen hij, 200 meter voor het einde, voor het eerst de leiding nam, stond hij die ook niet meer af. Zijn tijd van 27.12,95 was heel behoorlijk. De nummers twee, drie, vier en vijf liepen zelfs allen een persoonlijk record.

Gisteravond was Gebrselassie na de eerste vreugdevuren weer uitermate rustig. Hij keek al vooruit naar de Olympische Spelen van Atlanta. Want alleen die tellen echt in zijn vaderland, weet hij. Daarom is het niet nodig om in Göteborg deze week ook nog de 5.000 meter te lopen. Dat zou te veel van het goede zijn. Wel doet Gebrselassie volgende week bij de Grand Prix van Zürich mee op die afstand. Misschien kan hij een aanval op het wereldrecord doen. “We moeten ook aan hèm denken”, vond manager Hermens. “Hij mag nu wel eens wat geld verdienen. En dat kan in Zürich. Het is de rijkste wedstrijd.”

Voor zijn WK-zege krijgt Gebrselassie een Mercedes. Hij heeft er al een van zijn titel in '93. Toch zal hij ook de tweede bolide niet inwisselen voor geld. “Twee auto's, dat is toch mooi”, zei hij breed lachend. Hij heeft nog geen rijbewijs. Zijn eerste Mercedes staat met amper 50 kilometer op de teller thuis in Addis Abeba in de garage. Dat zal voorlopig nog zo blijven. Gebrselassie wil zijn rijbewijs nog niet halen. Hij is bang dat hij dan lui wordt. “Tot de Olympische Spelen blijf ik lopen, alleen maar lopen!”