bestuurder is niet meer veilig achter zijn NV of BV

ROTTERDAM, 9 AUG. Het was wild-west, zei curator mr. E. Bogaerts toen hij vorig jaar het vrijwel lege kantoorpand en de boedel van computerleverancier Manudax onder ogen kreeg. Manudax, gevestigd in Heeswijk Dinther, was een kleine dochter van het beursfonds Borsumij Wehry, een handelshuis met een omzet in 1994 van bijna 2,5 miljard gulden, ruim 7.100 medewerkers en een netto winst van 76 miljoen.

Borsumij had de financiering van Manudax gestopt en daarmee de levenslijn van de dochter doorgeknipt.

Dat een winstgevende aandeelhouder een dochter laat vallen, wekte alom verbazing, al komt dergelijk ondernemingsbeleid in Nederland wel vaker voor. Dat Borsumij vervolgens zelf de handelsnaam plus een deel van de inboedel weer terugkocht van de curator baarde nog meer opzien. Dat de curator de ondergang van Manudax ging onderzoeken werd vervolgens voor kennisgeving aangenomen. Elke curator moet dat doen sinds 1987, toen nieuwe antimisbruikwetgeving werd ingevoerd. Vaak smoort het onderzoek in gebrek aan geld, kennis en tijd. Maak maar eens aannemelijk dat het beleid van bestuurders bijdroeg aan de deconfiture.

De Manudax-affaire is niet van de baan, zo bleek gisteren. Curator Bogaerts stelt verscheidene bestuurders van Manudax zelf en van moedermaatschappij Borsumij aansprakelijk wegens onbehoorlijk bestuur. Voor de bestuurders een uiterst vervelende zaak: acht topmanagers van Borsumij ondergaan op dit moment al een justitieel onderzoek wegens handel op de effectenbeurs in eigen aandelen met voorkennis. Daarnaast leggen zij de laatste hand aan het financieel onderzoek naar de voorwaarden van de fusie met concurrent Hagemeyer. De aaneenschakeling van affaires, van Manudax tot en met voorkennis, heeft Borsumij in de handen van concurrent Hagemeyer gedreven.

Bogaerts had de zaak Manudax wel willen schikken. Borsumij had zelfs een paar miljoen geboden, zonder overigens schuld te erkennen. Maar dat was te weinig om het tekort in het faillissement - naar verluidt negen miljoen gulden - weg te werken. Nu stapt de curator naar de rechter. Daarmee voert hij de druk op Borsumij verder op. In die strategie wordt hij gesteund door de rechter-commissaris, die namens de rechtbank toezicht houdt op zijn handel en wandel. Over het algemeen staan rechters-commissarissen niet te juichen over langlopende juridische procedures. Het kost geld; de uitkomst is ongewis. Daarmee is het belang van crediteuren meestal niet gediend, zo redeneren zij.

Een claim op bestuurders van de moedermaatschappij wegens de teloorgang van een dochteronderneming is zeer ongebruikelijk in Nederland. Grote concerns laten een dochter nog wel eens vallen: zo besparen zij reorganisatiekosten, doordat de gemeenschap de werkloosheidsuitkeringen financiert. Als zij zelf aansprakelijkheid kunnen worden gesteld, zoals nu bij Manudax gebeurt, wordt deze saneringstactiek een stuk onaangenamer.

Bestuurders van vennootschappen, of zij nu aan de beurs genoteerd zijn of niet, vinden het niet leuk als de deurwaarder op hun privé-adres op de stoep staat met een schadeclaim. Hoe vertel ik het vrouw en kinderen, is de angstige vraag van menig bestuurder. Om deze persoonlijke aansprakelijkheid - die kenmerkend is voor een eenmanszaak zoals de bakker op de hoek - te omzeilen, is de besloten of naamloze rechtspersoon ooit bedacht. De bestuurder is niet meer veilig achter zijn NV of BV.

Over claims tegen bestuurders wegens wanbeleid of onrechtmatig handelen wordt wel veel gepraat in Nederland, maar in de praktijk valt het mee, zeggen advocaten, al geven zij grif toe dat er eigenlijk niemand is die het volledige overzicht heeft. Er wordt veel in der minne geschikt, al dan niet op aandrang van verzekeraars van de aansprakelijkheidspolissen. “Zo nu en dan staat er iets in een verslag van een curator, maar wie leest dat allemaal”, zegt een advocaat. De laatste vijftien jaar zijn het vooral de curatoren van de Tilburgsche Hypotheekbank (failliet in 1992) geweest die geschiedenis hebben geschreven. Zij hebben niet alleen bestuurders en commissarissen vervolgd, maar ook enkele notarissen die hun diensten verleenden bij de handel in vastgoed, waar de Tilburgsche de dupe van werd.