Scouting doet Palestijn meer van zijn land houden

DRONTEN, 8 AUG. Negen man sterk is de Palestijnse afvaardiging naar de Wereld Jamboree in Dronten. Ze slapen met z'n allen in een khaki-kleurige tent die ze in Nederland hebben gekocht omdat ze op de vliegreis vanuit Tel Aviv geen eigen tent mee mochten nemen. Voor hun tent wappert voor het eerst in de geschiedenis van de Jamboree de Palestijnse vlag. Met de verwezenlijking van het Palestijnse zelfbestuur was de weg vrij voor deelname in de Flevopolder. De negen Palestijnen zijn er blij mee. Iedereen die langs hun tent komt, krijgt een uitnodiging om even binnen te komen. De jongste Palestijnse deelnemer, de veertienjarige Safwat Alkawasme, heeft op zijn ene bovenarm zijn eigen naam laten schilderen en op de andere bovenarm de Palestijnse vlag.

Scouting heeft voor de Palestijnen een serieuze functie in het leven van alledag. De scouts zijn iedere dag in touw. 's Morgens gaan ze naar school, 's middags naar scouting. Daar doen ze aan ontspanning door het maken van muziek en het beoefenen van sport en spel, maar veel belangrijker nog is dat ze de straten en overheidsgebouwen zoals ziekenhuizen schoonmaken, blinden helpen oversteken, boodschappen doen voor oudere mensen, het verkeer regelen en meehelpen tijdens de vrijdagse gebedsdiensten in de moskeeën, zoals zelfs in de beroemde Al Aqsa moskee op de Tempelberg in Jeruzalem.

Er zijn tienduizend Palestijnse scouts, zeggen de Jamboree-deelnemers, zittend aan hun eettafel achter de tent. Op de tafel ligt een zak water. Ze laten foto's zien van hun eerste dagen in Nederland, toen ze voorafgaand aan de Jamboree logeerden bij drie families in Harderwijk, en van het scoutleven thuis. Als Palestijnse scouts op kamp gaan, moeten ze altijd eerst een vergunning vragen om hun tenten op te slaan. Als die eenmaal staan leggen ze stenen om hun tenten die ze vervolgens wit schilderen om slangen af te schrikken. Op een kamp beginnen ze iedere dag bij het hijsen van de vlag met bidden en een stukje lezen uit de Bijbel of de Koran. Koken doen ze op hout en niet op een gasstel, zoals op de Jamboree.

Een van de drie meegekomen leiders, Maroun Anton Abukhalil, legt uit dat na de Arabisch-Israelische oorlog van 1967 scouting voor Palestijnen werd verboden en pas vier jaar geleden, sinds het vredesproces goed op gang kwam, weer is toegestaan. Ze juichen het vredesproces van harte toe. Volgens Maroun Anton Abukhalil zijn alle scouts op de hele wereld vrienden, dus ook de Israelische en de Palestijnse. Op de Jamboree bezoeken de twee delegaties elkaars tenten.

Een van de belangrijkste functies van scouting is dat het jongeren verhindert op het slechte pad te gaan, zegt leider Maroun Anton Abukhalil. “Er bestaat het gevaar dat jongeren aan de drank of de drugs gaan.” Ook spelen de scouts een belangrijke rol in de samenleving omdat er een groot tekort aan arbeiders is. Maar dat betekent ook weer niet dat we scouts moeten zien als niets meer dan een soort extra werknemers. “We maken de straat schoon om te laten zien dat we ons land kunnen verbeteren en om de wereld te laten zien wat scouting is. We doen het vanuit ons hart.”

Een van zijn pupillen is de zestienjarige Hani Kashou, die drie jaar geleden besloot lid te worden. Scouting helpt hem, zegt hij, om op eigen benen te staan, om zelfstandig te worden. Ook is het prettig om andere mensen te kunnen helpen. “Scouting doet mij meer van mijn land houden”, zegt Hani Kashou.