Recente winst van Shell voldoet aan nieuwe maatstaf

Koninklijke/Shell boekte het afgelopen halfjaar een van de beste financiële resultaten uit zijn bestaan. Toch gaat de aangekondigde inkrimping van personeel op de de centrale kantoren in Den Haag en Londen door. De organisatie moet anders, slanker en minder bureaucratisch worden, mede onder invloed van de rendementseisen die het olieconcern zichzelf heeft opgelegd. Koninklijk/Shell Groep legt de lat hoog want ook voor olieconcerns geldt dat goed niet langer goed genoeg is.

Met 2,55 miljard pond (6,546 miljard gulden) viel de winst van de Koninklijke/ Shell Groep in het afgelopen halfjaar zestig procent hoger uit dan in de vergelijkbare periode over 1994. Daarmee maakte het olieconcern een van de beste periodes in haar geschiedenis door. Ook het rendement overschreed in de eerste kwartalen van dit jaar de doelstelling van twaalf procent, die het concern hanteert bij het beoordelen van de eigen winstgevendheid.

Juist het halen van die rendementsdoelstelling werd dit voorjaar aan het personeel gepresenteerd als de belangrijkste reden om diep te snijden in de bezetting van Shell's twee centrale kantoren in Londen en Den Haag. Betekent de resultaatsverbetering die de Groep dit jaar heeft laten zien dat de stafmedewerkers, die in september uitsluitsel krijgen over de personele gevolgen van de bezuinigingsoperatie, iets rustiger kunnen ademhalen? Allerminst. Het is niet te verwachten dat de verbetering van de resultaten van Shell het management zal laten terugkomen op het voornemen om ingrijpend te reorganiseren op de centrale kantoren.

Hoewel de Koninklijke/ Shell Groep altijd goed aan zijn aandeelhouders heeft gedacht, ziet het concern zich gedwongen mee te doen aan de ratrace die in de jaren negentig is uitgebroken om de gunst van de kapitaalverschaffers. Wie de stabielste dividenden biedt en de grootste koersstijging belooft, staat vooraan bij beleggers. Wie faalt valt in ongenade en zal voor de vertrouwensbreuk boeten in de vorm van een lage beurskoers en relatief hoge kosten voor het aantrekken van kapitaal in de toekomst.

Overal in het bedrijfsleven heeft het recente economische herstel daarom geen einde gemaakt aan het proces van herstructurering, rationalisering en herbezinning. Ook de oliesector komt daar niet onderuit. Nu de machtsbalans langzaam omslaat van de concerndirecties naar de grootaandeelhouders lijkt het proces van rendementsverbetering in het bedrijfsleven continu te worden. Goed is niet langer goed genoeg, ook niet bij machtige giganten als de Koninklijke/Shell Groep.

Centraal in de doelstelling van de Koninklijke staat de verbetering van het rendement op het geïnvesteerde vermogen, in het managementjargon uitgedrukt als de return on capital employed (ROCE). Met andere woorden: hoe groot is de winst die Shell haalt, als percentage van het kapitaal dat het concern gebruikt heeft om die winst mee te genereren? Shell-topman Herkströter heeft de maatstaf gesteld op vijftien procent voor bestaande activiteiten en twaalf procent voor nieuwe activiteiten die nog veel extra investeringen vergen. Het percentage van twaalf wordt gehanteerd als het minumum waaraan de Shell-groep zal moeten voldoen. Die lat ligt hoog: geen van de grote oliemaatschappijen is er sinds eind jaren tachtig bij in de buurt gekomen.

Shell komt aan de maatstaf door naar de wensen van aandeelhouders te kijken. Beleggers kunnen op obligaties een 'risicovrij' rendement halen van een procent of zeven. Daarbij moet een premie worden opgeteld door het extra risico dat zij nemen door in aandelen (Shell) te stappen. In een onderzoek naar de grootste oliemaatschappijen ter wereld komt de Britse zakenbank Barclays de Zoete Wedd tot de conclusie deze 'kosten van het kapitaal' voor de oliesector in de toekomst 12 procent bedragen, hetgeen overeen komt met Shell's eigen rendementsdoelstelling.

In de vijf jaar van 1985 tot 1989 wist Shell de maatstaf met gemiddeld 11,9 procent goeddeels te halen. In de jaren van 1990 tot 1994 is het rendement gestaag gedaald, tot gemiddeld 9,4 procent. Pas vorig jaar wist het concern het tij enigzins te keren, toen het rendement weer opliep naar 10,5 procent. Hoewel Shell zelf maant tot voorzichtigheid over het lopende jaar, is de winst tot dusverre dusdanig verbeterd dat de rendementseis van 12 procent dit jaar lijkt te kunnen worden gehaald of zelfs overschreden. In het eerste kwartaal was het rendement 12,4 procent op jaarbasis en ook het tweede kwartaal werd dit percentage gehaald. Shell zelf hanteert een lopend gemiddelde over de laatste vier kwartalen. Met het spectaculair hoge resultaat van het vierde kwartaal van vorig jaar, dat een rendement opleverde van ruim 16,3 procent en het tegenvallende derde kwartaal, waarin Shell iets meer dan 8 procent rendeerde, komt het rendement over de laatste vier kwartalen uit op 12,3 procent.

Een woordvoerder van de Koninklijke/ Shell Groep zei vanmorgen dat het concern de voorkeur geeft aan het rendementscijfers over het gehele boekjaar, dat pas in februari volgend jaar bekend wordt. De komende twee kwartalen zijn van groot belang, en juist met het oog op die periode maande het concern zijn beleggers vorige week tot voorzichtigheid. Na het goede tweede kwartaal van dit jaar staan de sterren weer ongunstiger.

De upstream-activiteiten (exploratie en winning van olie) werden het tweede kwartaal gedragen door een olieprijs van gemiddeld 18,10 dollar per vat, tegen 16,9 dollar het kwartaal daarvóór en 16,05 dollar in het tweede kwartaal van 1994. De olieprijs is inmiddels echter weer teruggezakt en Shell verwacht een gemiddelde prijs van 16 dollar in het komende kwartaal.

Downstream (raffinage en verkoop) profiteerde Shell het afgelopen kwartaal van de verbeterde marges tussen de prijs van olie en de verkoopprijs van de geraffineerde produkten. Die marge was in het eerste kwartaal nog zeer krap en in de laatste maanden van vorig jaar voor de meeste oliemaatschappijen in Europa zelfs negatief. Bij een weer dalende olieprijs is er kans op een verdere verbetering van de winstmarges op raffinage, maar wereldwijd dreigt de overcapaciteit verder op te lopen, zodat niet zeker is of de huidige winstgevendheid kan worden verbeterd. De derde belangrijke activiteit, de bijzonder conjunctuurgevoelige chemie, bevindt zich wereldwijd op een piek waar Shell van meeprofiteert. Voor de gehele sector wordt echter vanaf deze zomer een minder hoge winstgroei verwacht.