Europa los van markt in VS

ROTTERDAM, 8 aug. De Europese obligatiemarkten kunnen terugkijken op koersstijgingen in de maand juli. De Nederlandse 10-jaars rente sloot de maand af op een niveau van 6,8 procent. Aan het begin van de maand lag de rente op 7 procent. Oppervlakkig bezien geen spectaculaire ontwikkeling, temeer daar in juni de lange rente nog was gestegen. Maar een pluspunt voor de Europese rentemarkten was gelegen in het feit dat zij zich wisten te onttrekken aan de malaise die heerste op de Amerikaanse obligatiemarkt, die per saldo negatief reageerde op de eerste officiele renteverlaging in drie jaar.

Verenigde Staten. Hoewel de Amerikaanse macro-economische cijfers niet alle in dezelfde richting wezen, leek de markt er aan het einde van het tweede kwartaal toch van overtuigd dat de Amerikaanse economie een tandje lager had geschakeld en dat de zeven renteverhogingen van het Amerikaanse stelstel van centrale banken (de Fed) sinds februari 1994 hun werk afdoende hadden verricht. De gematigde inflatie gaf de Fed de ruimte om op 6 juli de Federal Funds Rate, het Amerikaanse tarief voor interbancair daggeld, met 0.25 procent omlaag te brengen tot 5.75 procent. Het betrof hier de eerste monetaire verruiming sinds drie jaar. De beslissing werd in eerste instantie positief ontvangen door de markt. Op de geldmarkt werden al verdere renteverlgingen ingeprijsd. Ook de kapitaalmarkt reageerde verheugd. Het effectief rendement op 30-jaars obligaties bijvoorbeeld daalde tot 6.50 procent, een 12-maands laagterecord. Dat het hier voorlopig wel bij zal blijven, bleek enkele dagen later. Op 7 juli werd met de robuuste banengroei in juni aangetoond, dat de economie zich toch sterker ontwikkelde dan gedacht. Een week later volgde de sterker dan verwachte stijging van de detailhandelverkopen. Sommige beleggers beschuldigden Fed-voorzitter Greenspan ervan ten onrechte de rente te hebben verlaagd. Op 19 juli kon Greenspan in zijn Humphrey Hawkins speech voor het Congres de obligatiemarkt in ieder geval niet overtuigen van een gematigde economische ontwikkeling. Het vooruitzicht dat in de tweede helft van dit jaar de groei zal versnellen, zette de obligatiemarkt op verlies. De 30-jaars rente klom weer tot 6.86 procent.

Dmark-blok. De Nederlandse lange rente verkeert al enkele maanden in een trading range, die ruwweg loopt tussen 6.6 en 7 procent. Wanneer de bovenkant van de range in zicht komt, besluiten beleggers tot aankopen en vice versa. Voor het doorbreken van de grenzen is de vaderlandse obligatiemarkt afhankelijk van onze Oosterburen. Toen in de VS de rente werd verlaagd, dacht men dat ook Duitsland niet meer kon achterblijven. De Bundesbank deed in de laatste vergadering voor het zomerreces echter niets met de rentetarieven, tot teleurstelling van de obligatiemarkten en het Duitse bedrijfsleven, dat moord en brand schreeuwt over de hoge D-mark. Een lagere rente zou de D-mark doen verzwakken ten opzichte van de munten van de belangrijkste handelspartners. De Bundesbank liet zich echter meer leiden door het tegenvallende inflatiecijfer over juni (0.4 procent prijsstijging in een maand en 2.4 procent over een jaar) en door de ontwikkeling van de geldgroei M3. Voor de tweede helft van dit jaar verwacht de Bundesbank weer een stijging van M3. De obligatiemarkt werd echter gunstig gestemd door een later inflatiecijfer: de prijsdaling met 0.1 procent die in de maand tot medio juli plaatsvond. Ook de Nederlandse obligatiemarkt kreeg een ruggesteuntje in de vorm van meevallende inflatiecijfers. De consumentenprijzen waren in juni met 0.2 procent gedaald ten opzichte van de maand ervoor. Ten opzichte van een jaar eerder was sprake van een stijging met slechts 2.1 procent.

Overig Europa. Na de twijfel die ontstond omtrent de timing van de renteverlaging door de Fed, en daarmee over de duurzaamheid van de rally in de V.S., gingen beleggers op zoek naar valuta's waarvan de rente nog benedenwaarts potentieel heeft. Daarbij springen al snel de hoogrenderende Europese valuta's in het oog, zoals de Spaanse peseta en de Italiaanse lire. Nauwelijks gehinderd door de politieke verwikkelingen van premier Gonzales daalde de Spaanse lange rente met 60 basispunten tot een 11.2 procent.

Geholpen door een op handen zijnde hervorming van het pensioensysteem en een meevallend inflatiecijfer liet ook de Italiaanse rente de afgelopen maand een forse daling zien. De 10-jaars Italiaanse rente daalde met 40 basispunten tot een niveau van 12.1 procent.