Roei-equipe hoopt op negen tickets voor Atlanta '96

AMSTELVEEN, 5 AUG. Gesteund door extra maaltijden, liters sportdrank, extra fysiotherapeuten en met de 'sterkste' selectie ooit, hoopt de Nederlandse roei-equipe zich eind deze maand op het wereldkampioenschap op negen verschillende nummers te kwalificeren voor de Olympische Spelen van volgend jaar. Op de WK in Tampere in Finland, van 20 tot en met 27 augustus, is de belangrijkste doelstelling een plaats bij de eerste acht, wat recht geeft op een ticket naar Atlanta.

Met financiële hulp van de sportkoepel NOC*NSF heeft het roeien zich de laatste jaren ontwikkeld tot een van de belangrijkste olympische sporten in Nederland. Vorig jaar werd met dat geld een aantal coaches in vaste dienst genomen, dit jaar was er ruimte voor het invullen van details als extra maaltijden na de training en gaan er, ook op trainingskamp, twee masseurs mee. De verwachtingen voor de WK zijn dan ook hoog gespannen.

Na het uiterst succesvol verlopen toernooi in Luzern, de jaarlijkse generale repetitie voor de WK, is er weinig veranderd in de samenstelling van de ploegen. Morgen vertrekt de equipe, met 52 roeiers en roeisters en twee stuurmannen, voor een trainingskamp van twee weken naar Stockholm. In Tampere wordt voornamelijk 's ochtends geroeid op het Kaukajärvi-meer, een door bossen omzoomd, klein meer vlakbij het stadje in midden-Finland.

Nederland start in negen van de veertien olympische nummers en daarnaast in vier niet-olympische nummers. Voor twee olympische nummers, de mannen vier-zonder en de vrouwen twee-zonder hoopt bondscoach René Mijnders volgend voorjaar kwalificatie voor de spelen af te dwingen. Hij wilde nu geen goed lopende ploegen openbreken om per se op die nummers uit te kunnen komen.

De belangrijkste medaillekandidaten zijn de Holland Acht (mannen) en het viertal zware vrouwenploegen (acht, vier-zonder, dubbelvier en dubbeltwee), waarvan alleen de vrouwen vier-zonder geen olympisch nummer is. Bijzonder is daarbij dat Irene Eijs en Eeke van Nes zowel in de dubbeltwee als in de dubbelvier roeien.

De Holland Acht, die vorig jaar in Indianapolis zilver behaalde, is op slechts één plek gewijzigd. George van Iwaarden is vervangen door Michiel Bartmann, die vorig jaar de vier-met versloeg. In Luzern eindigde de Holland Acht als tweede achter de verrassend sterke Russen. In Tampere zullen zes landen om de medailles strijden: de Russen, de Amerikanen, de Australiërs, de Duitsers, de Roemenen en de Nederlanders.

“Succes went snel”, mopperde coach Mijnders, die teleurgesteld was over de lauwe reacties op het zilver van de acht in Luzern. “Het doel is een medaille, maar alle grote roei-landen concentreren zich op de acht. Daarom is het veld bijzonder sterk. Gaat het even minder, dan word je geen derde maar meteen vijfde of zesde.” Roeier Ronald Florijn is optimistisch. “We varen nu constant op een hoog niveau, terwijl we vorig jaar nog gedeeltelijk afhankelijk waren van bevliegingen. Het was bijvoorbeeld geruststellend dat we in Luzern twee keer vrij gemakkelijk de Duitsers voorbleven.” De acht experimenteerde afgelopen weken met grotere, iets bollere bladen - waar de rest van het veld al mee voer - en zal daar waarschijnlijk op op de WK mee starten.

Bij de vrouwen-acht, die in Luzern won met een onwaarschijnlijk ruime voorsprong op de rest van het veld, is de afgelopen maand één wijziging doorgevoerd. Anneke Venema (naar de acht) en Marleen van der Velden (naar de vier) verruilden van plaats. De meeste aandacht gaat uit naar de acht, maar de roeisters in de vier, zo benadrukte coach Kris Korzeniowski, horen bij dezelfde selectie en kunnen zich volgend seizoen wederom proberen te kwalificeren voor de acht. “De vrouwen uit de vier kunnen het moeilijk accepteren dat ze niet in de acht zitten. Maar het is misschien wel gunstig voor ze, ze kunnen zich bewijzen”, zei Korzeniowski.

Volgend jaar staat op de Spelen voor het eerst 'licht' roeien (onder een bepaald gewicht) op het programma. Veelvoudig medaille-winnaars in de skiff Laurien Vermulst en Pepijn Aardewijn proberen het beiden in de lichte dubbeltwee, Vermulst met de ervaren Ellen Meliesie en Aardewijn met de onervaren Maarten van der Linden. Beide ploegen moeten snelle tijden kunnen varen, maar presteerden het afgelopen seizoen nog wisselvallig. In het lichte veld boekte daarnaast de mannen vier-zonder de laatste weken veel vooruitgang.