Generaties Duitse vorsten brachten in Anholt grote kunstverzameling bijeen; Modern ontmoet barok in oude waterburcht

Museum Wasserburg Anholt, park en wildpark. 4294 Isselburg 2. Tel 09.492874-2039. Open: van 15/3 t/m 15/10 di-zo 10-18u. Van 16/10 t/m 14/3 za en zo 10-18u. Expositie 'Bildertreffen' t/m 3 september.

ANHOLT, 5 AUG. Wat onwennig hangen ze tegenover elkaar: het portret van een stugge arbeidersvrouw met de blik naar beneden gericht en dat van de zelfbewuste, 20-jarige prinses Maria Anna, Fürstin zu Salm. Ze kijkt de bezoeker minzaam in de ogen. De twee portretten zijn samengebracht in Museum Wasserburg Anholt, net over de Duitse grens bij Dinxperlo, in het kader van de tentoonstelling Bildertreffen in Anholt - Begegnung Barock und Moderne. Het eerste, de litho Arbeidersvrouw met blauwe sjaal van de Duitse Käthe Kollwitz uit 1903 hangt er tijdelijk. Maar de eveneens in blauw gehulde prinses, die in 1644 voor de Hollandse meester Gerard van Honthorst poseerde, hoort hier thuis. Ooit was dit museum haar woning.

Museum Anholt, in Nederland vrij onbekend, is gehuisvest in een kasteel van rode bakstenen en met een ronde middeleeuwse toren: 'de parel van West-Münsterland' in de volksmond. De burcht is omgeven door water met bloeiende waterlelies, een geometrische Franse beeldentuin, een bosrijk park met wildpark en sinds kort, als concessie aan de moderne tijd, ook een golfbaan. Paraplu's op een terras langs het water verraden bovendien dat een deel van de voorburcht als hotel-restaurant is verpacht. De hoofdburcht herbergt een grote verzameling van onder meer 700 historische schilderijen, maar ook meubelen, porselein, glas, snuisterijen, boeken en archieven, bijeengebracht door generaties heren en vorsten van Anholt.

Het museum heeft een Nederlandse directeur, de archivaris dr. Duco van Krugten die tevens optreedt als beheerder van het landgoed. “De families hebben altijd heel goed voor de collectie gezorgd”, zegt Van Krugten. “Ze hadden een goede smaak, lieten zich door deskundige adviseurs bijstaan en steunden ook kunstenaars. De huidige Fürst heeft diezelfde instelling. Hij houdt het museum met verlies overeind, maar ziet dat als een plicht tegenover de familie”.

'De Fürst' is de 62-jarige Carl Philipp zu Salm-Salm. Hij leeft op bescheiden voet van de opbrengst van zijn landerijen en woont in een kasteeltje in de buurt. Hij scheurt niet rond in een dure bolide en houdt zich verre van de internationale jet set, anders dan bijvoorbeeld leden van de familie von Thurn und Taxis. Liever steekt hij zijn geld in zijn museum, vorig jaar nog zo'n acht ton, inclusief restauratiekosten voor het gebouw dat in de Tweede Wereldoorlog door bombardementen zwaar is beschadigd. Voltreffers verwoestten de daken, barokke tuinbeelden veranderden in puin. Nog steeds liggen vele brokstukken van beelden in het depot. Bovendien werd ook hier en daar een kunstwerkje door de geallieerde bezetters in eigen zak gestoken.

Van 1954 tot '84 is Rheinland-Westfalen financieel bijgesprongen bij de wederopbouw. Van Krugten: “Het land verbond daaraan de verplichting om de collectie voor wetenschappelijk onderzoek ter beschikking te stellen. Daaruit is de huidige museale functie ontstaan. Het museum is in 1966 gedeeltelijk geopend. De restauratie is nu voor 90 procent voltooid en gaat nog door in eigen beheer.” Zo is in de kelder kort geleden een mooie middeleeuwse keuken met bakstenen kruisgewelven en een oude waterput blootgelegd.

De grote toren, waarin oude wapens en munten te zien zijn, is het oudste deel en dateert nog van vóór 1169. Volgens een document uit dat jaar had de heer van Zuilen toen de heerlijkheid Anholt in leen van de bisschop van Utrecht. In 1402 verviel Anholt aan de adellijke Gelderse familie Van Bronckhorst-Batenburg. De laatste van dit geslacht die er resideerde was graaf Dietrich IV, een vriendelijke, wijze man blijkens het schilderij van Honthorst dat tussen de talrijke familieportretten in de ridderzaal hangt. Bovengenoemde Maria Anna (1624-61) was zijn enig kind. Door haar huwelijk kwam Anholt vanaf 1650 in het bezit van een van de eerste vorstenhuizen van Europa: Zu Salm-Salm. Hun wapen, met twee rechtopstaande zalmen, siert sinds 1698 de ingang van de hoofdburcht, toen het kasteel verbouwd werd tot de huidige barokke residentie, naar het voorbeeld van slot Schönbrunn in Wenen.

De tentoonstelling Bildertreffen in Anholt wordt gehouden in samenwerking met musea in Münster en Hagen en past in het 'barokjaar' dat in het bondsland wordt gevierd. Dwalend door de 22 zalen van het kasteel stuit men op bijna dertig 'confrontaties' van barokke kunst uit het vorstelijk bezit met 20ste-eeuwse kunstvoorwerpen, die hoewel ze natuurlijk sterk van elkaar verschillen, ook iets gemeenschappelijks hebben in thema, materiaal of vormgeving. De transparante barokke glasbokaal uit de 18de eeuw en de sierlijke Jugendstil-vaas uit Nancy met bloempatroon in oranje en lila hebben de fijnzinnige bewerking van het glas gemeen. Een anoniem 17de-eeuwse Hollands stilleven met fruit en bloemen komt in kleurintensiteit dichtbij het 20ste-eeuwse Kakifrüchte van Christian Rohlfs. De boekomslagen uit 1700 en 1902 worden gekenmerkt door hetzelfde eenvoudige, zorgvuldige ontwerp. Behalve doeken en grafiek van onder anderen Otto Dix, Wassily Kandinsky en Herman Heijenbrock zijn verder sculpturen, meubelen, horloges en medailles als 'tegenstelling' toegevoegd.

Ze vallen echter in het niet bij de overdadige hoeveelheid voorwerpen die van de vorsten zijn overgebleven. De kunstverzameling is 'gesloten' zegt Van Krugten. Sinds 1910 is er bijna niets meer aangekocht. Bij de schilderijen ligt het accent op de 17de en 18de eeuw. Hollandse en Vlaamse 17de-eeuwse meesters zijn volop vertegenwoordigd met werken van onder anderen Ter Borch, Van Goyen, Van Ruysdael en De Heem. Topstuk is Rembrandts Diana met Actäon en Callisto (1634) die in 1991/92 te zien was op de grote Rembrandt-tentoonstelling in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het schilderij, door het Rembrandt Research Project als echt gekwalificeerd, toont tegen een achtergrond van een donker bos Diana en een groep naakte nimfen die tijdens het baden worden opgeschrikt door de Griekse koningszoon Actäon. Ludwig Carl Otto zu Salm-Salm (1721-1778), een kunstkenner wiens aanwinsten de kern van de Anholt-collectie vormen, kocht het in Parijs. Hij schafte ook werken aan van Teniers, Wouwerman, Brueghel en een menselijke Madonna met kind en de heilige Anna van de Spanjaard Murillo.

Op de eerste verdieping ziet een kabinetje met bloemstillevens uit op de tuin. Van Krugten heeft kort geleden over vier eeuwen tuin en park een boek het licht doen zien. De laatste ingrijpende verandering dateert van rond de eeuwwisseling toen vorst Leopold zu Salm-Salm (1838-1908) een volledig nieuw park rondom het kasteel liet ontwerpen, geïnspireerd op het Vierwoudstedenmeer. Hij liet een kunstmatige vijver aanleggen met een Zwitsers chalet op een eilandje en met 'bergen' die werden opgebouwd met kalkzandsteen uit een groeve bij Keulen. 'Wildpark Klein Zwitserland' is nu verpacht aan een Nederlandse natuurliefhebber, een knopenfabrikant uit Dinxperlo, die goed zorgt voor de herten, zwijnen, wolven, wilde katten en andere inheemse diersoorten die erin rondlopen.

Van de families zijn tienduizend historische boeken bewaard gebleven, waaronder kostbare incunabelen uit kloosterbibliotheken. Daarnaast is er een archief op zolder met een kilometer materiaal. Dozen op lange stellages reiken tot aan het plafond. De meeste dragen het opschrift 'Fürstlich Salm-Salm'sches Archiv'. “Van veel vorsten is alle persoonlijke en zakelijke correspondentie bewaard gebleven”, legt van Krugten uit. “zoals van Carl Theodor Otto zu Salm die hofmeester was aan het hof van de Duitse keizer Leopold in Wenen en daar diens zoon, de latere keizer Jozef I opvoedde. Van Jozef bestaan zelfs nog briefjes met teksten als 'mag ik gaan rijden?'.”

Bij aankoop van land van kloosters nam men ook de bijbehorende archieven over. Van Krugten haalt voorzichtig een perkamentrol uit een doos, een zogenoemde tijnslijst uit 1391 met notities over wat de pachters aan het klooster moesten betalen. De stukken huid zijn met grove steken aan elkaar genaaid. Er zijn gaten in gevallen, de inkt is ernstig aan het vervagen. Maar voor conservatie is op dit moment geen geld: er wachten ook nog 350 schilderijen op een opknapbeurt.

De moderne telgen van het geslacht-Salm blijken net als hun voorvaderen in het bezit geïnteresseerd. De oudste zoon van 'de Fürst' is cum laude gepromoveerd op een juridisch thema uit het archief, een andere is er met promotieonderzoek bezig over de tolrekeningen van de Rijn bij Arnhem, een gesloten reeks van 1450 tot de 19de eeuw. De toekomst van de burcht lijkt daarom voorlopig in veilige handen.