Van de ratten besnuffelde agrariër

J.A. Deelder: Transeuropa. Uitg. De Bezige Bij. 52 blz. Prijs ƒ 19,50.

Eind vorig jaar werd Jules Deelder vijftig. Bij die gelegenheid verschenen al zijn gedichten, een kleine 600 bladzijden, in één band. Zo'n verzamelbundel heeft vaak iets van een afsluiting van een oeuvre, maar bij Deelder was dat niet het geval. Het gemarmerde omslag deed wel even aan een grafzerk denken, maar de vrolijke titel Renaissance wees duidelijk in een andere richting. En anders deed de foto van de dichter (met zonnebril en fruitmandhoed) dat wel.

Een paar maanden na Renaissance is er al weer een nieuwe bundel, Transeuropa, met negentien, meest lange gedichten, voorzien van sprekende titels als 'De Ring der Kribelungen', 'De slag bij Reetketelpikkummerschans', 'Kuifje op de maan' en 'Wijsbegeerte'. De meeste zijn bedoeld om voorgedragen te worden, door de dichter zelf, in zijn onnavolgbare tongval en tempo, maar eigenlijk gaat er dan erg veel verloren. Neem het driehonderd versregels tellende titelgedicht, waarin extreem lange zinnen, overwoekerd door vele bijzinnen, over erg korte versregels worden uitgesmeerd. Zoals vaak bij Deelder draait het gedicht zich al snel in een knoop, en dat is precies de bedoeling. Het zicht op de verhaallijn verdwijnt. Bij voordracht leidt zo'n spraakwaterval tot een aangename verdoving van de luisteraar. Bij lezing wordt de aandacht juist gevestigd op het eigenlijke onderwerp van Deelders poëzie: de taal en de taaltjes, de stijl en de stijlbreuken.

Oude woorden, oude spelling, oude naamvalsvormen staan naast modern ambtenarenjargon, cliché's naast Bargoens, reclametaal naast Rotterdams - met alle humoristische gevolgen vandien. Opvarenden worden 'in de woelige baren gerot'. Bejaarden worden uitgenodigd 'de dagen van weleer te evoceren'. In 'den Hoogen Tatra' dient men op te passen voor 'een knoestige / van de ratten besnuffelde agrariër'. En dan is er nog de legende van de Ring der Kribelungen. Die zou ooit 'de pik van Wodan hebben getooid', maar het is volgens de dichter ook heel goed mogelijk dat die legende 'door een of andere mafkees / uit de Romantische school / (-) op een roestige namiddag / gaargestoofd' is.

De technieken zijn uit vroeger werk bekend, en ook de ingrediënten (Mussolini, Hitler, de bijbel, Sparta), maar Deelder weet toch weer mooi te variëren op zijn thema's. Absurde humor, daar gaat het om. Al breekt er soms ook deernis door, zoals in het trieste relaas van de leden van de Bond van Voormalige Overlevenden van de vergeten Slag bij Reetketelpikkummerschans. Waarom worden zij doodgezwegen? Het kan toch niet zijn omdat ze ooit in dienst van het vaderland 'drie dagen / en drie nachten slag hebben / geleverd met een vermeende / vijand die naar later is / gebleken slechts een andere / divisie van hetzelfde leger was?'