Staat in India schrapt cruciaal energieproject

NEW DELHI, 4 AUG. De Indiase deelstaat Maharashtra heeft gisteren besloten een groot elektriciteitsproject dat werd uitgevoerd door een Amerikaans consortium alsnog te schrappen. Het project van 2,8 miljard dollar is volgens de Indiase regering cruciaal voor de economische hervormingen in India.

Waarnemers vrezen dat het schrappen van dit project veel andere potentiële investeerders zal afschrikken van projecten in India. Het project, waarvoor de Amerikaanse ondernemingen Enron, General Electric en Hechtel een consortium hebben gevormd, vormde de grootste buitenlandse investering in India tot nu toe.

Het besluit van de deelstaat is uiterst pijnlijk voor de Indiase regering in New Delhi, die het project van harte had gesteund. De architect van de economische hervormingen van de laatste jaren, minister van financiën Manmohan Singh, had het al dan niet doorgaan van het Enron-project omschreven als “een lakmoesproef” voor het Indiase liberaliseringsprogramma.

Volgens de premier van Maharashtra, Manohar Joshi, was het door de vorige deelstaatregering gesloten contract met Enron, dat werd geassisteerd door General Electric en Bechtel, veel te gunstig voor het grote energiebedrijf uit Houston. “Deze overeenkomst is tegen de belangen van Maharashtra en zijn bevolking”, deelde Joshi gisteren het parlement van Maharashtra mee. “De onderhandelingen waren eenzijdig en wat Enron ook maar vroeg, kreeg het.”

De afbreking van het project komt op een moment, dat de bouw van een door gasturbines aangedreven elektriciteitscentrale met een capaciteit van 2015 Megawatt op een plaats ten zuiden van de deelstaathoofdstad Bombay al in volle gang is. Enron heeft dan ook aangekondigd dat het een schadevergoeding van de overheid zal eisen die in de honderden miljoenen dollars kan lopen. Het heeft de afgelopen maanden al verschillende rechtszaken tegen zich gewonnen.

Joshi stelde dat aanvaarding van het contract zou “neerkomen op een absoluut gebrek aan zelfrespect en een verraad aan het vertrouwen van de bevolking”. De regering van Maharashtra, dat economisch gezien geldt als de belangrijkste deelstaat van India, bestaat uit een coalitie van twee rechtse hindoepartijen, de Bharatiya Janata Party (BJP) en Shiv Sena. Meteen na hun overwinning bij de deelstaatverkiezingen van afgelopen voorjaar maakten ze bekend dat ze het Enron-project, dat in 1993 door een regering van de Congrespartij was goedgekeurd, opnieuw kritisch zouden bekijken.

De annulering van het project weerspiegelt volgens waarnemers een diep ingebakken scepsis bij veel Indiase politici jegens grote buitenlandse firma's. Zelfs binnen de Congrespartij, die op nationaal niveau de dienst uitmaakt, heeft er nooit grote geestdrift bestaan voor de liberalisering van de eigen premier Narasimha Rao en diens minister van financiën Singh.

Ook de consumenten hebben een enigszins ambivalente houding. Aan de ene kant kopen ze maar al te graag produkten van buitenlandse bedrijven, maar anderzijds zijn ze gevoelig voor een appel aan nationale gevoelens. Zo schoot een nadrukkelijke waarschuwing van de Amerikaanse regering begin juni dat een afbreking van het Enron-project ook voor andere investeringen negatieve gevolgen kon hebben veel Indiërs in het verkeerde keelgat. Volgens velen hoopt met name de BJP politiek kapitaal te slaan uit de Enron-kwestie bij de volgende algemene verkiezingen, die binnen een jaar moeten plaatshebben.

Economen menen intussen dat de Indiase economie de komende jaren alleen op volle kracht kan doorgroeien, als de zeer gebrekkige infrastructuur drastisch wordt verbeterd. Een adequate energievoorziening, die de toenemende vraag van zowel de industrie als de opkomende middenklasse kan opvangen, is daarbij van cruciaal belang. Door de annulering van het Enron-project lijken plannen voor verbeteringen in deze sector echter vroegtijdig schipbreuk te lijden.