Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

De wereld in een moment ontmanteld; Japanse literatuur over de bommen op Hiroshima en Nagasaki

Masuji Ibuse, Zwarte regen, Vert. Ronald Cohen. Nawoord Jacques Westerhoven. Uitg. Meulenhoff. Prijs ƒ 42,90. Kenzaburo Oë (red.): The Crazy Iris and Other Stories of the Atomic Aftermath, Vert. David L. Swain e.a. Uitg. Grove Press, 204 blz. Prijs ƒ 33,75. John Whittier Treat: Writing Ground Zero: Japanese Literature and the Atomic Bomb. Uitg. University of Chicago Press, 487 blz. Prijs ca. ƒ 75,-.

Japan herdenkt op 6 en 9 augustus dat vijftig jaar geleden Hiroshima en Nagasaki vernietigd werden door Amerikaanse atoombommen. Hiroshima is in die vijftig jaar een politiek symbool geworden, en dat geldt ook voor de literatuur die over de stad is geschreven. “Hiroshima's slachtoffers vroegen om een nieuw begin”.

Frankrijk en Japan stevenden twee weken geleden af op een diplomatiek incident. De Japanse premier Tomiichi Maruyama beschuldigde Frankrijk ervan de niet-nucleaire landen in de wereld te verraden met het voornemen kernproeven uit te voeren op het eiland Mururoa in de Stille Oceaan. Frankrijk reageerde furieus en de Japanse premier ontbood de Franse ambassadeur in Tokio om Japans onvrede met de kernproeven nogmaals te onderstrepen.

De Japanse premier deed zijn uitspraak tijdens een persconferentie in Hiroshima. Dat was natuurlijk geen toeval. Op 6 augustus 1945 om kwart over acht 's ochtends ontplofte boven Hiroshima een Amerikaanse atoombom. Van het stadscentrum bleef niets over. Aan de gevolgen van de hitte die bij de ontploffing vrijkwam, en door de luchtdruk, stierf praktisch iedereen die zich binnen een kilometer van het hypocentrum bevond, nog voordat er een week voorbij was. Zelfs mensen die zich op drieëneenhalve kilometer afstand bevonden raakten ernstig verbrand. Anderen stierven aan de gevolgen van radioactieve straling, vaak nog jaren later. Japanse schattingen van het totaal aantal slachtoffers van de bom op Hiroshima lopen op tot zo'n 350.000, waarvan er 140.000 overleden binnen de eerste acht maanden.

De stad is sindsdien uitgegroeid tot het centrum van wat de Japanners zelf 'vrede' noemen. Mensen gaan naar Hiroshima om een gebaar tegen kernwapens te maken. Nooit meer Hiroshima, is de leus die daar klinkt, met de haast religieuze bezwering van een gebed. Premier Maruyama koos Hiroshima als plaats om tegen de Franse proeven te ageren, omdat er nu eenmaal geen andere plaats is waar zo'n protest beter klinken kan.

Waarom Hiroshima zo belangrijk is voor het naoorlogse Japan legde de Japanse auteur Kenzaburo Oë uit in zijn Nobelprijsrede afgelopen december. Hiroshima was voor Japan een mogelijkheid om na 1945 een nieuw begin te creëren. De morele steun voor dat naoorlogse, nieuwe Japan “was het geloof in democratie en de gelofte nooit meer oorlog te zullen voeren,” zegt Oë. “Paradoxaal genoeg waren de staat en de individuen die zich op die morele stut verlieten niet onschuldig, maar juist besmet door hun geschiedenis als agressors in Azië. Maar ook Hiroshima's slachtoffers vroegen om een nieuw begin”.

Oë wil het Japanse oorlogsverleden niet ontkennen, maar maakt, al dan niet bewust, politiek gebruik van Hiroshima. Hij is niet de enige. Door het slachtofferschap te benadrukken kan Japan zich distantiëren van de oorlog die aan de bom vooraf ging. Japan moet vasthouden aan het principe van 'geen oorlog', omdat anders het morele keerpunt van augustus 1945 wegvalt. Hiroshima is Japans mogelijkheid zichzelf opnieuw te definiëren. Het gaat niet om het waarom van de bom. Het historisch perspektief van Hiroshima is volledig verschoven naar Hiroshima's betekenis als metafoor voor de toekomst.

Uitgedijd arsenaal

Dit geldt ook voor wat de Japanners 'atoombomliteratuur' noemen. The Crazy Iris and Other Stories of the Atomic Aftermath bijvoorbeeld, is een selectie die Oë in 1984 maakte van verhalen over Hiroshima en Nagasaki en waarvan de Engelse vertaling dit jaar opnieuw is uitgebracht. In het Japans heet de bundel Naar een onbekende toekomst, waarmee Oë de politieke strekking van zijn bloemlezing benadrukt. In zijn inleiding zegt hij dat ook met zoveel woorden: “Eens te meer heb ik me bij het samenstellen van deze bloemlezing gerealiseerd dat de korte verhalen in deze bundel niet alleen maar literaire uitingen zijn van wat er in Hiroshima en Nagasaki is gebeurd in de zomer van 1945. Ze zijn ook een zeer belangrijk medium voor ideeën over de huidige wereld, waarover de dreiging hangt van een enorm uitgedijd arsenaal aan kernwapens. Ze zijn een middel om de verbeeldig te prikkelen ten aanzien van de fundamentele toestand van ons bestaan; ze zijn van belang voor het heden en voor onze tocht naar alle toekomsten.”

Oë doet de verhalen die hij in The Crazy Iris bijeen bracht tekort, lijkt me, wanneer hij ze zo nadrukkelijk als politieke manifesten wil lezen, hoe goed hij dat ook bedoelt. De verhalen zijn vooral getuigenissen van schrijvers, van mensen die op een literaire manier hebben willen verwerken hoe 'de wereld in een moment volledig ontmanteld' werd, zoals de schrijver en dichter Tamiki Hara dichtte. De schrijfster Yoko Ota is daar in haar verhaal 'Vuurvliegjes' het duidelijkst over. Ota schrijft over het schrijven over Hiroshima. Zij gebruikt haar schrijverschap om afstand tussen haar en die fatale 6 augustus te scheppen. Hoewel zij zelf aan de bom werd blootgesteld, is zij in 'Vuurvliegjes' voortdurend bezig andere slachtoffers te begrijpen, alsof zij via hen beter vat krijgt op Hiroshima dan door zichzelf.

Zo ontmoet Ota een jong meisje van wie het gezicht door littekens van brandwonden gruwelijk verminkt is. Zij kan nauwelijks naar het meisje kijken maar vermant zich, want zij ziet in dit slachtoffer vooral de brokstukken van een verhaal. 'Ik vuurde nog meer vragen op haar af. Ik had het gevoel dat ik haar voor me moest zien te winnen. De berekeningen van de schrijver kwamen bewust in me op.' Net als veel andere schrijvers gaat het Ota niet om het waarom van de bom maar om de manier waarop de overlevenden uit het puin van hun bestaan weer een leven proberen te boetseren.

De sterkste verhalen in The Crazy Iris, zoals dat van Ota, blijken doorgaans die verhalen te zijn die op een indirecte manier Hiroshima en Nagasaki proberen vast te leggen. In 'Het lege blik' van Kyoko Hayashi is de setting een reünie van een meisjesschool in Nagasaki. De aanleiding is de herdenking van de leerlingen die op 9 augustus omkwamen, maar de gesprekken gaan al snel over hun schoolherinneringen en de mate waarin de bom hun eigen leven nu veranderd heeft. De gesprekken cirkelen om die fatale dag heen. Eén enkele keer werpen we een direkte blik in de hel wanneer er heel summier een micro-geschiedenis verteld wordt. De vrouwen herinneren zich een klasgenote die na de bom elke dag een blikken trommel mee naar school nam en voorzichtig op haar schoolbank neerzette. Op een dag zei een leraar haar dat blik in de la op te bergen, waarop het meisje in snikken uitbarstte. Onthutst vroeg de leraar wat er aan de hand was. In het blik bleken de as en de botten van haar ouders te zitten, die bij de bom waren omgekomen. In de ruïnes van het ouderlijk huis had het meisje de resten van haar ouders bij elkaar gezocht en nam ze elke dag mee naar school. Nagasaki is de wrange herinnering aan een wees die met de as van haar ouders rondzeult.

Elk uitroepteken is er een teveel bij zulke herinneringen. Erger dan het was kan je het toch niet maken. In het onbetwiste meesterwerk over de atoombom op Hiroshima, de roman Zwarte regen van de Japanse auteur Masuji Ibuse, staat niet één uitroepteken. Ook Ibuse zoekt nergens schuld. De bom heeft bij hem soms meer weg van een nucleaire natuurramp dan van een oorlogsdaad. Wel is hij cynisch over de moeizame samenwerking tussen burgers en militairen. Hij is somber over de discriminatie die de slachtoffers moeten ondergaan, nog jaren na de bom, omdat zij in dubbele zin besmet zijn. Radioactiviteit sloopt hun lichaam en tegelijkertijd zijn zij een levende herinnering aan wat anderen juist willen vergeten. Hij is geobsedeerd door alle waanzinnige details waaruit we op de een of andere manier het totaal van de krankzinnige geworden stad moeten opmaken. Net als Yoko Ota denkt Ibuse door een ingetogen inventaris van verwoeste levens vat te kunnen krijgen op de vernietiging van Hiroshima.

Ibuse is vol mededogen, maar hij durft nauwelijks hoop te koesteren dat het ooit nog goed komt. Hoop is iets voor mensen die niet te ver vooruit kijken. De raamvertelling die de verschillende ooggetuigenverslagen in de roman bijeen houdt is Shigematsu's bezorgdheid voor zijn nichtje Yasuko. Eerst kan hij haar niet uithuwelijken, omdat er geroddeld wordt dat zij radioactief besmet is geraakt door de bom. Vervolgens blijken de roddels waar en moet hij toezien hoe zij steeds zieker wordt. Ibuse sluit Zwarte regen af met een mistroostig wantrouwen in happy endings: “Shigematsu keek omhoog. 'Als er nu een regenboog boven die heuvels verschijnt, gebeurt er een wonder', voorspelde hij zichzelf. 'Laat er een regenboog verschijnen, geen witte, maar een met vele kleuren, en dan zal Yasoko genezen zijn.' Dat zei hij tegen zichzelf, terwijl hij zijn ogen op de heuvels tegenover hem gericht hield, maar al die tijd wist dat zijn wens nooit uit zou komen.”

SymboolfunctieDe vergelijking tussen Hiroshima en Auschwitz is al vaak getrokken. Het is een vergelijking die op veel punten mank gaat, maar beide namen delen een symboolfunctie als de plaats waar de menselijke geschiedenis voorgoed veranderde. De mens had eindelijk de technische middelen gevonden om zichzelf als soort te laten verdwijnen. De reactie van velen daarop is geweest dat zulke gruwelijkheden ons de mond snoeren. “Er zullen geen mooie verhalen zijn, geen liederen, geen gedichten, geen schilderijen, geen muziek, geen literatuur. Alleen de dood”, zei de arts en schrijver Takashi Nagai nadat hij de atoombom op Nagasaki overleefd had. Van Theodor Adorno is er de bekende uitspraak dat het “barbaars is om na Auschwitz een gedicht te schrijven.”

Toch wordt er nog geschreven. Ook over Hiroshima. En over Nagasaki. De morele behoefte te herinneren is groter dan het zelfbeschermende instinct te vergeten. Hiroshima zal altijd een politiek symbool blijven en daarmee zal ook de literatuur over Hiroshima in zekere mate een politiek instrument blijven. Maar de herinnering heeft de meeste zeggingskracht wanneer het artistieke probleem van de weergave niet wordt verward met het politieke probleem. Het gaat er niet om of een roman over Hiroshima politiek correct is, maar of hij ons iets wezenlijks over onszelf vertellen kan.

In dezelfde week dat de Japanse premier tegen de Franse kernproeven protesteerde verklaarde een 83-jarige natuurkundige, Tatsusaburo Suzuki, dat ook Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog bezig was een atoombom te ontwikkelen. Soms is het leven net zo cynisch als een roman van Ibuse.