SAIL Amsterdam 1995; Commercie en romantiek op het IJ

De ingrediënten: een stuk of 20 grote zeilschep- en ('windjammers') en een heleboel kleintjes, bij elkaar ruim duizend vaartuigen. Het resul- taat: 'Een gigantisch mooi plaatje'. Volgende week begint de vijfjaar- lijkse manifestatie Sail Amsterdam. Wordt het de Grote Joop van den Ende Show of gewoon weer een volksfeest?

Als de vloot volgende week donderdag tijdens de 'Parade of Sail' van IJmuiden naar Amsterdam vaart zal het er om spannen waar de chaos het grootst is: op het water of op de wegen erlangs. Verkeerspolitie en openbaar vervoer bereiden zich voor op een massale toestroom van belangstellenden voor wat 'het grootste feest van Nederland' moet worden. Zo groot dat de stichting die het evenement organiseert tot de conclusie kwam dat ze het dit keer niet alleen af kon, en de hulp in riep van 'professional' Joop van den Ende (tegenwoordig Endemol).

“Hoe het programma eruit ziet is in een paar minuten verteld, maar het kost vijf jaar om het opnieuw te organiseren”, zegt G. Herkemij, in het dagelijks leven topambtenaar op het ministerie van binnenlandse zaken, maar buiten dat vooral bestuurslid van Stichting Sail Amsterdam.

Herkemij was vanaf de eerste editie in 1975 betrokken bij de organisatie van Sail. In dat jaar bestond Amsterdam 700 jaar en het leek de bestuurders van de hoofdstad een leuk idee om voor een paar dagen, net als vroeger, weer een haven vol zeilschepen hebben.

“Het evenement is commerciëler geworden”, noemt Herkemij als belangrijkste verschil tussen Sail toen en nu. “In 1975 zorgden gemeentelijke diensten overal voor. De kosten werden gedragen door de gemeenschap”. Met een bescheiden begroting van acht ton werd de eerste Sail een volksfeest dat ongeveer een miljoen bezoekers trok. Dat moeten we vaker doen, klonk het dan ook in koor.

Bij de daarop volgende edities kwamen de organisatoren echter voor verrassingen te staan, vertelt Herkemij. “De nutsbedrijven gingen plotseling stroom doorberekenen, de GGD wilde betaald worden, net als het vervoersbedrijf en de waterleiding.”

Ook de Sail Training Association, de Engelse organisator van de jaarlijkse 'Cutty Sark Tall Ships' Races', wilde geld zien. Amsterdam moet er voortdurend voor lobbyen eens in de vijf jaar als etappeplaats in 's werelds grootste zeilrace opgenomen te worden, om zich te verzekeren van de komst van de publiekstrekkers, de windjammers. Herkemij: “Het is beslist geen automatisme dat we mee mogen doen. Daar moeten we hard voor knokken. De concurrentie van andere havens in de wereld is gigantisch, want het is natuurlijk een geweldige promotie met een behoorlijke spin-off.” De gemeente Amsterdam heeft berekend dat Sail 1990 de stad direkt en indirekt ongeveer 100 miljoen gulden heeft opgeleverd.

Waar veel mensen zijn, valt veel geld te verdienen. “In 1980 kwam de merchandising”, herinnert Herkemij zich. “Het begon met een kermisexploitant die een reuzenrad neerzette, met een oliebollenkraam, en toen kwamen de petjes en de T-shirts. Aan de ene kant werd de organisatie met steeds meer kosten geconfronteerd, aan de andere kant waren er mensen die geld gingen verdienen aan Sail.”

Stichting Sail Amsterdam besloot daarom in 1990 zelf de merchandising ter hand te nemen. Dat was geen succes. Hoewel Sail in dat jaar met 3,5 miljoen bezoekers alle records brak, bleef de organisatie na afloop met grote aantallen onverkochte petjes en programmabladen, en een tekort van negen ton zitten.

De organisatie koos ditmaal voor een andere opzet. De catering, de marketing en de merchandising laat het over aan Endemol Entertainment; Stichting Sail Amsterdam zorgt voor het spektakel op het water. Endemol maakt na afloop 3,5 miljoen - bijna de helft van de begroting van Sail 1995 - over aan de stichting, of er nu veel of weinig petjes zijn verkocht.

Een groot deel van het werk wordt ook door Endemol weer uitbesteed. “Wij gaan niet zelf patat verkopen”, zegt M. Warburg, manager van het 'Endemol Sailteam'. Dat doet cateringservice Emmeloord, een van 's lands grootste publiekscateraars. Warburg: “Die weten hoe je in het niets voor ijs, patat en pizzakramen zorgt. Dit is namelijk iets anders dan een studio waar je stopcontacten en water hebt.”

Voor het organiseren van 'partyvaarten' (een rondvaart is een rondvaart, maar worden er tijdens een rondvaart hapjes en drankjes geserveerd dan heet het een partyvaart) schakelde Endemol twee reders in, een uit Amsterdam en een uit Enkhuizen. Dit tot grote woede van alle andere rondvaartenbedrijven die daarmee letterlijk aan de kant werden gezet. De gemeente Amsterdam heeft het Sail-terrein (IJ, IJ-haven en Oosterdok) aan Stichting Sail verhuurd en wie er volgende week met betalende gasten doorheen wil varen heeft daarvoor toestemming van de organisatie nodig. “We weten precies welke schepen waar mogen varen en welke niet”, zegt Saildirecteur B. Heppener. “Het lijkt namelijk wel een chaos op het water, maar alles verloopt volgens een soort spoorboekje. Als we een schip zien dat geen contract met ons heeft dan zullen we hen weren en desnoods de politie inlichten.”

De firma Canal Bus kwam bij het verdelen van de partyvaarten niet aan het bod, terwijl het daar op grond van eerder gemaakte afspraken wel recht op meende te hebben. Canal Bus spande daarom een kort geding aan tegen Stichting Sail Amsterdam. In hoger beroep kende de rechter een deel van de rondvaarten toe aan Canal Bus, “maar we varen niet tijdens Sail”, zegt adjunct-directeur P. van der Sijs, “omdat we er ongeveer anderhalve ton voor zouden moeten betalen, waardoor het voor ons niet meer interessant is.” Het Amsterdamse karakter van het evenement dreigt op de achtergrond te raken, vindt hij. “Het kaartje van Joop van den Ende hangt er heel nadrukkelijk aan. De vorige keer heeft Sail verlies geleden en daarom heeft de stichting nu voor een veilige oplossing gekozen.”

Hier en daar wordt al geschamperd dat de naam van het evenement beter kan worden veranderd in 'Commersail'. Het zal inderdaad niemand ontgaan wie de sponsors zijn van Sail 1995. Als de schepen niet liggen afgemeerd aan de Postbankkade, dan nemen ze deel aan de Heineken Pieremachocheltocht (een soort carnavalsoptocht met bootjes door de grachten), de KPN drakebootraces of het Nissan aquacorso (met bloemen versierde stoomsleepboten).

Van de Japanse autofabrikant zijn momenteel drie typen verkrijgbaar in een 'Sail-uitvoering'. En er is meer te koop: Sailpostzegels, Sail-Ecu's (een geldig betaalmiddel ter waarde van vijf gulden op het Sailterrein) Sail-shawls (ontwerp Frans Molenaar), Sailtassen, -jassen en stropdassen, een door Caroline Kaart en een zeemanskoor volgezongen Sail-cd. Ook is er iedere dag tijdens Sail op Nederland 3 een Sailjournaal.

Maar niemand hoeft zich zorgen te maken dat Sail door zoveel commerciële uitbating niet leuk meer is, zegt M. Warburg “Ik dwing niemand om ijs te eten. Het is misschien een beetje duurder dan vijf jaar geleden, maar alles is duurder geworden. De vorige keer werd het bier toch ook niet gratis uitgedeeld? Daar moet je voor betalen. Wij hopen alleen maar dat Sail nog een stukje leuker en groter wordt”.

Directeur B. Heppener van Stichting Sail Amsterdam vermijdt het gebruik van vergrotende trappen. “Groter dan in 1990 kan het gewoon niet. We doen het in dezelfde haven als de laatste keer en die was toen echt vol.” De sponsors kunnen zich met hun gasten vermaken in het Sail Village, dat aan het begin van de Oostelijk Handelskade is neergezet. “Zo groot is dat niet”, zegt Heppener. “Van die elf suites zal niemand last hebben.”

Een dorp voor sponsoren, partyvaarten; het zijn zaken die volgens de directeur slechts één doel dienen: “Het moet gratis blijven voor het publiek. Dus moet je wel zulke trucs bedenken, want de artiesten die op die podia rondlopen willen wel geld zien. We kunnen natuurlijk iedereen vijf gulden toegang vragen, maar dat willen we per se niet. De bemanningen van de schepen zouden het gevoel krijgen dat ze aapjes in een circus zijn, waar de mensen voor moeten betalen om ze te mogen zien.”

Hoeveel bezoekers Sail dit keer mag verwelkomen durft Heppener niet te voorspellen. Het zullen er zeker weer miljoenen zijn. “De grote Nederlandse vloot die meedoet”, dat is volgens hem de kracht van Sail. “De honderden platbodems en andere traditionele schepen die om de tall ships heen varen zorgen voor een gigantisch mooi plaatje, dat alleen wij in Nederland kunnen oproepen”, zegt G. Herkemij.

Die oude botters, klippers, tjalken en zalmschouwen worden in de vaart gehouden door de leden van de zogenaamde behoudsverenigingen. Een aantal daarvan wilde tegen de regels in met betalende gasten varen tijdens Sail. “Het onderhouden van een schip kost al gauw 20 tot 30 duizend gulden per jaar en alles wat je mee kunt pikken is natuurlijk meegenomen”, zegt secretaris C. Dekker van de stichting Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen (FNOV), de overkoepelende organisatie van alle behoudsverenigingen. Afgesproken is nu dat schepen tot 20 meter met maximaal 12 betalende gasten aan boord, vrij mogen varen.

“Nogal kortzichtig en kinderachtig” vindt O. Bussemaker het “geklaag” van de schippers die geld willen verdienen aan Sail. De secretaris van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, de behoudsvereniging die met ruim 200 schepen de grootste bijdrage levert aan de Sailvloot, vindt dat de organisatie van Sail zich “heel royaal” opstelt. “Bij andere evenementen maken we wel mee dat we bijvoorbeeld liggeld moeten betalen. Deelname aan Sail is nog steeds gratis.”

“De gelegenheid om je voor een groot publiek te presenteren”, dat vindt hij het belangrijkste. Het admiraalzeilen op zondagmiddag, waarbij de vloot van Sail in gesloten formatie langs De Groene Draeck van H.M. de Koningin met aan boord prins Willem Alexander vaart, is voor hem daarom het hoogtepunt. “Je weet je op zo'n moment deel van een groter geheel. Dat is een machtig gevoel. En het is een hele eer om te paraderen voor de prins. Zo voelen velen dat tenminste in onze kringen.”

Bussemaker doet voor de vierde keer mee aan Sail. “En dit zal m'n laatste zijn. Ik ben 67 dus ik word er een beetje te oud voor. Het is nogal inspannend omdat het zo druk is. Continu moet je op je quivive zijn. Je hebt gasten aan boord die niet precies weten wat erbij komt kijken en in kritieke situaties moet je snel reageren. Dat zorgt wel voor spanning aan boord.”

“Het feit dat je zoveel gelijkgezinden ontmoet, die dezelfde problemen hebben wat betreft financiën en onderhoud”, dat is waarom FNOV-secretaris Dekker zich verheugt op Sail 1995. “Zeilen is er nauwelijks bij. Tijdens het admiraalzeilen gebruik je je motor om een bepaalde snelheid te houden. De hele tijd ben je bezig degene voor je en degene achter je in de gaten te houden. Van wat er verder allemaal gebeurt merk je weinig. Je moet het later op tv zien.”

Wordt Sail dit keer een Grote Joop van den Ende Show of toch net als de voorgaande keren een volksfeest? Of zijn die twee misschien synoniem? Van der Sijs van Canal Bus vindt het niet netjes dat “partijen die in het verleden hun steentje bij hebben gedragen aan het evenement nu niet mee mogen doen.” Maar zegt hij eerlijk, “voor de bezoeker gaat het er aan het eind van de rit om dat Van den Ende er een prachtig festijn van maakt. En ik denk dat ie dat ook gaat doen. De man verstaat zijn vak wel.” Zelf gaat hij er “absoluut” heen. “Er is niets wat mij daar van weerhoudt.”

Directeur Heppener hoopt er ook nog van te kunnen genieten. Het raam van zijn kantoor biedt gelukkig uitzicht op de IJ-haven. Als de kaden vol mensen staan zal hij daarbinnen met een handvol vaste medewerkers en een groot aantal vrijwilligers oplossingen zoeken voor de problemen, die zich tijdens zo'n groot evenement onvermijdelijk zullen voordoen. Heppener: “Ik denk dat wij degenen zijn die het minst zullen zien van Sail.”

    • Jeroen van der Kris