'Wildplasser' tast muren en moraal aan

Monumentale gebouwen in uitgaansgebieden hebben zwaar te lijden onder urinerende voorbijgangers. En niet alleen de 'pretforensen' in Groenlo plassen tegen muren.

GROENLO, 31 JULI. De jongen in de paars glimmende bloes heeft net tegen de muur van de Heilige Calixtuskerk in Groenlo geplast. Hij ritst zijn gulp dicht en stapt naar City Lido aan de overkant. Op de stoep van de discotheek wrijft hij snel nog even zijn rechterschoen droog aan de achterkant van zijn zwarte bandplooibroek.

Even verderop heeft de familie Konings de waterstraal op scherp staan. De 'wildplasser' die zich voorbij het elektronisch oog op de stoep begeeft, wordt nat. En een bewoonster van de Kloostersteeg heeft zoals ieder weekeinde haar brievenbus vergrendeld.

“Natuurlijk is het erg dat de jeugd tegenwoordig zijn behoeftes doet in brievenbussen of dergelijke dingen”, staat in een foldertje van City Lido. Maar “de meute” in Groenlo heeft volgens de tekst “zijn neus nog nooit voor andere dingen in een brievenbus gestoken dan om de post eruit te halen”. Het foldertje van de discotheek refereert aan een tv-documentaire en een verhaal in een landelijk ochtendblad over de overlast van het uitgaanspubliek in Groenlo, een stadje met 9.000 inwoners waar in het weekeinde zo'n 5.000 jongeren uit omliggende dorpen op af komen.

Dat urineren op straat “absoluut niet typerend is voor de stappende, drinkende, hossende en plassende jeugd in Groenlo”, daar heeft de schrijver van de tekst gelijk in. Onlangs nog klaagde de Amsterdamse politie over de 'mafketels van buiten' die zich in de anonimiteit van Amsterdam - al dan niet verkleed als condoom - volledig laten gaan.

Ammoniak en zouten in de urine van 'pretforenzen' hebben al aan veel monumentale gebouwen schade aangericht. Om dat te beperken is de St. Janskathedraal in Den Bosch vorig jaar van een 'pishek' voorzien, heeft de kerkvoogdij in Groningen een 'plasgoot' om de Martinitoren laten aanleggen en zijn overal elders in het land 'floeplichten' geïnstalleerd en 'spatkeien' gelegd. De Eindhovense politie heeft het afgelopen jaar zo'n 148 'plasverbalen' van honderd gulden uitgeschreven.

Maar plassen alleen anonieme feestgangers op straat? “Volwassen mannen die zomaar op straat urineren, dat is ook iets wat terugkomt”, schreef socioloog A. de Swaan vorig jaar in een korte sociologische beschouwing over 'het ophouden' door de jaren heen'. “De man stond peinzend op de wallekant, rechtop, keurig in het pak gestoken, op een enkel deel na, en loosde. Hij nam de tijd, zwaaide uit, frommelde hem terug in zijn broek en wandelde verder.” Zulke plassers in de bebouwde kom, op pleinen en in winkelstraten komen vaker voor, schreef De Swaan, en hij noemde het “een onmiskenbaar teken van decivilisatie, van een terugval in het beschavingsproces”. “Het plotseling besef dat zo iemand lak heeft aan de conventies en dus aan zijn medemensen en dus aan de conventies die zijn medemensen beschermen moeten.”

“Ik zit regelmatig op straat”, vertelt een vrouwelijke 'young executive' (26) bij een Amsterdams bedrijf. “Puur uit gemakzucht.” In kroegen is het volgens haar altijd druk. “Je kunt beter even tussen twee auto's of achter een boom hurken in plaats van zenuwachtig naar huis rennen.” Dat ze aan de overkant van de gracht dan misschien haar billen zien, daar zit ze niet mee. “Het is een natuurlijke behoefte.”

In 1964 werden horecagelegenheden bij wet verplicht om een gescheiden heren- en damestoilet te hebben. Meestal is in cafés nu het herentoilet onbezet en de rij voor het damestoilet onafzienbaar. Weinig mannen die - 'je weet maar nooit' - voor het verlaten van de kroeg een voorzorgsbezoek aan het toilet brengen. Buiten zijn voor hen bomen en portieken.

Maar vrouwen trekken zich steeds minder aan van het bordje 'heren' op de deur en en socioloog Cas Wouters sluit niet uit dat in de eenentwintigste eeuw ook de rij voor het damestoilet naar buiten uitwijkt. Nog niet zo lang geleden, zegt Wouters, was het voor vrouwen ook ongepast om wijdbeens te zitten. “Als de roklengte het toelaat is dat nu geen enkel probleem meer.” Ook is het volgens hem nog maar enkele decennia geleden dat men zich hardop afvroeg of een rokende vrouw wel pas gaf. “Waarom zou dat met plassen anders zijn?”

Serieus onderzoek naar plassen in het openbaar is volgens Wouters nooit uitgevoerd, maar in het algemeen kun je volgens hem wel stellen dat bij veel zaken die vroeger alleen binnenshuis gebeurden - zoals eten, drinken, vrijen - het gevoel van schaamte en statusverlies om ze ook op straat te bezigen is afgenomen.

Wouters noemt als voorbeeld het eten op straat. Dertig jaar geleden woonde hij in Amsterdam tegenover een Hema. Daar zag hij hoe steeds meer worst-etende klanten naar buiten kwamen. In het begin vond hij dat maar “een onsmakelijk gezicht”, nu gaat hij zelf ook etend over straat. “Ik heb de schaamte die me weerhield weggepoetst.” Inmiddels zijn het niet meer alleen handzame worsten, patatzakken en ijsjes die de stadsbewoners al lopend nuttigen, maar ook borden met 'pizza-slices' en bakjes spaghetti van de afhaal-Italiaan.

“Automatische schaamte is iets van het verleden”, zegt Wouters. Maar een mentaliteitsverandering ziet hij zich niet zo een-twee-drie voltrekken. Of bijvoorbeeld plassen op straat wel of niet kan, wordt volgens hem eerder ingegeven door de pakkans. Plassen op straat mag niet - 'Het is verboden op of aan de openbare weg buiten een urinoir of andere toiletgelegenheid datgene te verrichten waarvoor de toiletgelegenheid is bestemd'. “Maar waarden en normen zijn flexibele richtlijnen geworden”, zegt Wouters. “Wildplassers schatten in wat de kansen en gevaren zijn, zonder zich af te vragen of het wel fatsoenlijk is.”

De jongen in Groenlo reageerde agressief toen hem gevraagd werd waarom hij niet liever van het toilet gebruikmaakte. “Iedereen pist hier toch tegen de kerk.”