Voor extra veiligheid zijn kernproeven niet nodig

De Franse regering is een brievencampagne begonnen om de hervatting van kernproeven bij het atol Mururoa te rechtvaardigen. President Chirac stuurde een brief aan Greenpeace, minister van buitenlandse zaken de Charette schreef een Australische ochtendkrant. De proeven zouden absoluut noodzakelijk zijn voor de Franse defensie. Waarin die noodzaak gelegen is blijft evenwel schimmig. Als het gaat om verhoging van de veiligheid van de kernkoppen kunnen de proeven beter achterwege blijven, betoogt J. Hans M. Opdam. D. Comijs en G. Betlem betogen dat de proeven in strijd zijn met het Euratom Verdrag. Daarom moet de Europese Commissie volgens hen in actie komen. In 1992 kwam voor de Verenigde Staten een einde aan het moratorium op het houden van kernproeven en moest een antwoord gegeven worden op de vraag of dit moratorium wel of niet zou worden verlengd. De militaire leiding in de Verenigde Staten was voorstander van de hervatting van de kernproeven. Het argument daarvoor was verhoging van de veiligheid van de opgeslagen kernwapens in vredestijd. Door een samenloop van toevallige omstandigheden zou een calamiteit kunnen ontstaan. Hoewel de kans daarop klein geacht werd en erkend werd dat de kans op een worst case accident niet geheel tot nul zou kunnen worden teruggebracht werd betoogd, dat deze kans wel aanzienlijk zou kunnen worden verminderd door de kernkoppen te voorzien van zogeheten Fire Resistant Pits (FRPs) en Insensitive High Explosives (IHEs). Het aanbrengen van deze veiligheidsvoorzieningen vergde echter een beperkt aantal kernproeven, en derhalve opheffing van het moratorium.

In september 1992 stemde het Congres in de Verenigde Staten in met het voorstel van de president het moratorium te verlengen, maar eiste daarbij wel dat de president het Congres middels een rapport zou informeren over de risico's van het verlengen van het moratorium en de voor- en nadelen van het alternatief: hervatting van de kernproeven.

De Amerikaanse econoom Walter Isard van Cornell University heeft een poging gedaan de kosten en baten van de hervatting van de kernproeven door de Verenigde Staten tegen elkaar af te wegen ('An Economic Analysis of the Costs and Benefits of ending the U.S. Nuclear Testing Moratorium' - in: Peace Economics, Peace Science and Public Policy, Volume 1, 1993). Hij heeft zich daarbij laten leiden door de argumenten die door de voorstanders van hervatting van kernproeven naar voren zijn gebracht en zich beperkt tot een economische kosten-baten analyse. De baten werden uitgedrukt als 'vermindering van het aantal doden ten gevolge van kanker' die kunnen worden toegerekend aan de investeringen in de extra veiligheidsvoorzieningen rond de kernkoppen. De kosten bestaan uit de kosten van de FRPs en IHEs en de kosten van de kernproeven. Isard kiest vervolgens voor een benadering waarbij uitgegaan wordt van maximale steun voor de stelling dat hervatting van de kernproeven wenselijk is. Uit een veelheid van gegevens kiest hij voor de kosten de laagste schattingen, en voor de baten de hoogste schattingen. De reden voor deze aanpak is duidelijk. Als men immers langs deze weg tot de conclusie zou komen, dat hervatting van de kernproeven niet kosteneffectief is, dan kan deze conclusie vervolgens niet meer aan het wankelen gebracht worden door gekissebis over de precieze hoogte van kosten en baten.

Isards conclusie is onthullend. De vermindering van het aantal sterfgevallen als gevolg van kanker, doordat een worst case accident met kernkoppen wordt voorkomen, kost ongeveer 198 miljoen dollar per sterfgeval dat wordt voorkomen. Isard vergelijkt deze kosten vervolgens met de extra kosten die in de medische sector moeten worden gemaakt om het aantal sterfgevallen ten gevolge van kanker met één terug te brengen. Deze laatste liggen tussen de 100.000 en 330.000 dollar. Kortom, voor de kosten die men maakt bij de verhoging van de veiligheid van kernkoppen om één sterfgeval aan kanker te voorkomen kan men in de medische hoek 605 tot 1946 sterfgevallen voorkomen. Als het inderdaad gaat om vermindering van het overlijdensrisico, dan is intensivering van medisch onderzoek en medische controle - zo leert de studie van Isard - duizendmaal voordeliger.

De studie van Isard werd op 26 maart 1993 overhandigd aan president Clinton. Het moratorium op kernproeven bleef gehandhaafd. Enkele leden van het Congres hebben te kennen gegeven, dat de studie van Isard van doorslaggevende invloed is geweest op de standpuntbepaling van het Congres.

In juni jongstleden besloot president Chirac eenzijdig tot beëindiging van het moratorium. In september van dit jaar zullen acht ondergrondse kernproeven worden gehouden op het eiland Mururoa in de Stille Zuidzee. Uit sommige berichtgeving blijkt, dat ook hier het argument zou zijn de verhoging van de intrinsieke veiligheid van de kernkoppen. Als dàt het argument is, dan is de publieke verontwaardiging die wij om ons heen zien geen adequate reactie. Dan is het beter de Franse regering zo snel mogelijk te informeren over de hierboven genoemde studie en over de criteria die bij de besluitvorming in de Verenigde Staten een rol hebben gespeeld. Maar er kunnen andere overwegingen ten grondslag liggen aan het Franse besluit. Zo komen we ook het argument tegen dat de proeven onmisbaar zijn voor de ontwikkeling van een hoogtechnologisch simulatieprogramma van atoomontploffingen. In dat geval zou het zinvol zijn om, in navolging van Isard, de kosten en baten eerst eens op een rij te zetten om te voorkomen dat een aan waanzin grenzende oplossing wordt gekozen. Tenslotte kan niet worden uitgesloten, dat het het Franse staatshoofd, onder het mom van argumenten, vooral te doen is om het ten toon spreiden van macht. In dat geval wordt het volk bedonderd. Argumenten werken niet meer. Dan is publieke verontwaardiging een passende reactie en resten slechts andere vormen van protest.