'Voor een paar tientjes lopen is ook niet alles'

Als atleet weet je dat je wel heel erg goed moet zijn, wil je van de sport kunnen leven. Ik kon aardig sprinten, maar de absolute top was voor mij niet weggelegd. Zeker niet met al het vermeende dopinggebruik van sommige concurrenten. En om nou van een minimum te gaan leven, daar had ik ook weinig zin in. Tegenwoordig is het financieel allemaal wat beter geregeld via NOC*NSF. In mijn tijd was dat anders en was het lopen voor een paar tientjes. Dat vond ik ook niet alles.

De eerste paar jaar heb ik als fysiotherapeut gewerkt totdat ik daar in '86 genoeg van kreeg. Ik wilde iets anders en besloot toen een hbo-opleiding informatica te volgen. Al vrij snel kon ik als programmeur en systeem-analist aan de slag bij een toenmalige dochteronderneming van de NS. Van daaruit ben ik in Utrecht beland. Die overstap van een staand naar een zittend beroep kwam het lopen ten goede, omdat zitten nu eenmaal minder belastend is.

De combinatie werk-atletiek was zo nu en dan wel eens zwaar. Nooit te zwaar, maar toch. Na het werk was het trainen. Iedere dag weer. Maar ja, ik was het gewend en eigenlijk voelde ik me daar prima bij. Bovendien kon je het opbrengen omdat je er een hoop leuke dingen voor terugkreeg. Het was geen vakantie, maar via de sport heb ik wel iets van de wereld gezien door al die internationale wedstrijden en drie Olympische Spelen.

En druk ben ik sinds het afscheid van de atletiek in '88 nog steeds: baan, kinderen, huis en dan studeer ik er in de avonduren nog wat bij. Dus ik kan nog steeds niet zeggen dat ik tijd over heb.

Ik wilde me ook niet alleen maar toeleggen op de sport. Zo'n bestaan leek me te eenzijdig. Daar ben ik geen type voor. En bovendien: stel je bent langdurig geblesseerd. Wat moet je dan? Dan wordt het wel erg zwaar zodra je geen afleiding hebt via bijvoorbeeld een baan.

Als ik me destijds helemaal op de sport had gericht en er dus niet naast had gewerkt, was ik wellicht tot betere prestaties gekomen. Soms denk ik dat wel eens. Misschien, heel misschien, had het een paar fracties van een seconde gescheeld. Maar goed, achteraf is dat natuurlijk makkelijk praten. Olympisch kampioen was ik nooit geworden, of ik er nou wel of niet naast had gewerkt. Dat is zeker.