Schuldeisers van Barings bestoken ING met claims

ROTTERDAM, 31 JULI. Een groep schuldeisers van de failliete Britse elitebank Barings Plc, die in maart is overgenomen door ING, wil meer geld van de Nederlandse bank en verzekeraar voor hun nu vrijwel waardeloze obligaties. Zij zijn tevens zelf een onderzoek begonnen om schadeclaims tegen voormalige bestuursvoorzitter P. Baring voor te bereiden en om uitkeringen van verzekeraars op fraudepolissen van Barings los te krijgen.

Het vorige week verschenen onderzoek van de Bank of England naar de ondergang van Barings is een steun in de rug van de schuldeisers, zegt mr. R. Schimmelpenninck. Hij is bewindvoerder van Barings BV, een Nederlandse dochter van de Britse bank die buiten de activiteiten is gebleven die ING heeft overgenomen. Uit het rapport van de Britse centrale bank blijkt dat de interne controle bij Barings heeft gefaald en dat de top van de bank daarvoor de verantwoordelijkheid moet dragen. ING kocht Barings in maart nadat de bank door roekeloze speculatie van efefctenhandelaar Nick Leeson in Singapore op de fles was gegaan.

Schimmelpenninck heeft in Londen overleg gevoerd met andere schuldeisers van Barings. Hij is benoemd in de commissie van de Britse crediteuren van Barings. Deze belangengroep onderzoekt of de polissen van Barings tegen fraude en de aansprakelijkheidsverzekeringen van directeuren nog geld kunnen uitkeren.

Barings BV heeft in 1986 en 1994 obligaties ter waarde van (samen) 300 miljoen dollar uitgegeven. De opbrengst is doorgesluisd naar dochters van Barings. Op twee leningen van in totaal 150 miljoen dollar wordt geen rente en aflossing meer betaald, terwijl een derde lening van 150 miljoen dollar naar verwachting wel zal worden afgelost omdat de betrokken Barings dochter die het geld kreeg door ING is overgenomen.

Barings trok via de Nederlandse dochter, die alleen actief was als financieringsmaatschappij, geld aan door obligaties uit te geven. Bestuursvoorzitter P. Baring van de bank was tevens directeur van Barings BV. De beleggers die de obligaties kochten, kregen in tegenstelling tot vrijwel alle andere schuldeisers van Barings, zoals spaarders en banken, bij de overname door ING hun geld niet terug. Verder waren alleen de aandeelhouders en een groep Britse obligatiebeleggers van Barings hun geld kwijt.

ING vindt dat de beleggers in de obligaties hadden moeten begrijpen dat hun effecten achtergesteld waren en bij een faillissement helemaal achter in de rij zou staan voor een uitkering.

ING heeft de obligatiebeleggers van Barings BV inmiddels het aanbod gedaan om twee leningen aan Barings-dochters die ING niet heeft overgenomen voor 7,5 procent van de nominale waarde te kopen. Barings BV moet dat aanbod voor 1 september aanvaarden. Daarmee wil Schimmelpenninck niet akkoord gaan, zo blijkt uit het eerste verslag van werkzaamheden dat hij als bewindvoerder onlangs bij de Amsterdamse rechtbank heeft gedeponeerd. Schimmelpennick wil meer tijd en meer informatie om te beoordelen of het voorstel van ING redelijk is voor de belanghebbenden van Barings BV.