Schrijver Harry Mulisch, mannen en muzikaal geweld

Iedereen heeft wel duizend goede films en documentaires gezien, en daar zou best een aardig rijtje uit te kiezen zijn, maar er moest toch maar liever een structuur in de avond zitten, vond Harry Mulisch die gisteravond de laatste VPRO-zomergast was. Wat hij liet zien, zou dus op de een of andere manier met elkaar te maken hebben en na een poosje meende presentator Peter van Ingen dat hij wel in de gaten had wat dat was: de schoonheid van het kwaad. Mulisch gaf het half toe: er was meer dan dat. Zijn fragmenten hadden ook allemaal te maken met lichamelijkheid zei hij, maar wat, dat wist hij niet precies, het ging om iets vaags en intuïtiefs. En toen zei hij wat je elke zomergast zou willen horen zeggen: “ik wil ook iets te weten komen vanavond.” Mooi, een levend essay op televisie, iemand die gaat proberen erachter te komen wat hem fascineert in vormgegeven geweld, in de schoonheid daarvan en in de belichaming daarvan.

Zo liet Mulisch eerst een prachtig fragment uit Apocalyps Now zien, een met Wagnermuziek uitgevoerde helikopteraanval, die hij zo verschrikkelijk goed vond dat de hele rest van de film daarna wel weg kon (“laten we hopen dat dat niet ook gebeurt met ons programma vanavond”), daarna zagen we op een DDR-film nazi's marcheren met harde socialistische liederen erachter. (“Daardoor krijgt het iets positiefs vind ik, maar misschien ben ik de enige?” Helaas, Van Ingen had weer eens geen enkele vraag, die voelde het tot zijn eigen opluchting 'precies zo'.) De treurgebaren van vrouwen bij neergeschoten mannen, deden Mulisch aan de gebaren van dirigenten denken: daar kwam Von Karajan die Bruckner dirigeerde. Die deed weer denken aan de Duitse componist Norbert Schultze - beroemd geworden met Lili Marleen - die muziek bij een film uit 1940 moest maken waarop men het zwaar beschadigde Warschau ziet. Zijn al te treurige, medelijden opwekkende muziek viel eerst niet in de smaak, maar met een tekstje weer over de film heen (“hiervoor zult u zich te verantwoorden hebben Herr Chamberlain”) werd dat bezwaar weer prachtig opgelost. Het was grappig en verschrikkelijk tegelijk, zoals veel van wat er vertoond werd. Langzamerhand verschoof de aandacht van het oorlogsbedrijf naar de mannen erachter: de wonderbaarlijke macht van Hitler, een klein, donker mannetje dat nooit lachte, daarna de dood van Stalin, vervolgens de begrafenis van Winston Churchill. De grote mannen van de Tweede Wereldoorlog. En langzamerhand, en dat was jammer, verschoof ook de aandacht van datgene wat Mulisch uit had willen zoeken naar meer persoonlijke en oppervlakkiger thema's: of hij voor een staatsbegrafenis voor schrijvers was, hoe hij zelf begraven wilde worden, waarom er zo weinig vrouwen in zijn avond voorkwamen - allemaal ook wel vragen maar niet de vragen waar het om ging.

Het blijft toch jammer dat voor zo'n prachtidee als Zomergast is, een interviewer is aangetrokken die nooit eens wil dóórpraten over iets, iemand met geen enkele essayistische behoefte. Het 'oeverloze gezwets' wat Mulisch zei zo graag met mannen te doen kwam er hier nauwelijks van, en dat lag zeker niet aan Mulisch, die er hoffelijk, goed voorbereid en met inzet tegenaan ging. Dat nam niet weg dat hij van alles zei waar nog gemakkelijk een vraag over gesteld had kunnen worden, maar Van Ingen beet zich alleen maar eventjes vast in het enige waar iedereen nu juist eindeloos over praat: waarom Mulisch trouw blijft aan zijn sympathie voor Fidel Castro.

Toch was het een mooie avond. Laten ze vooral, volgend seizoen, meer oudere mensen uitnodigen voor zomergast. En laat ze een andere presentator nemen.