Schrempp neemt het op voor Reuter

BONN, 31 JULI. Jürgen Schrempp, sinds goed twee maanden bestuursvoorzitter van Daimler-Benz, staat geheel achter het beleid dat zijn voorganger Edzard Reuter sinds 1987 heeft gevoerd. In een interview met het weekblad Der Spiegel erkent hij dat Duitslands grootste concern “een moeilijke tijd” doormaakt, maar hij ontkent dat dit aan verkeerde beslissingen van Reuter toe te schrijven is.

Als er de afgelopen jaren al fouten in de Daimler-top zijn gemaakt, zijn dat “ook mijn fouten” en ook die van het vroegere bestuurslid Gerhard Liener, “die er aan tafel ook altijd bijzat”, aldus Schrempp. Liener, die mei jongstleden voortijdig moest vertrekken en die in een terugblik die het blad Manager Magazin onlangs publiceerde, scherpe kritiek op Reuter had geleverd, heeft Daimler-Benz daarmee volgens Schrempp “grote schade” toegebracht. Daarom had Schrempp vorige week een eind gemaakt aan de adviseursfunctie die Liener nog had bij het bedrijf.

Reuter had naar de destijds geldende maatstaven gelijk toen hij in de tweede helft van de jaren tachtig Daimler-Benz ging verbreden van een autoproducent (Mercedes) tot een breed geïntegreerd technologieconcern. Dat als gevolg van het einde van de Koude Oorlog de wapenproduktie inzakte (de gedachte order van 240 Europese gevechtsvliegtuigen Jäger 90 voor de Duitse luchtmacht werd bijvoorbeeld een van honderd goedkopere toestellen van het type Jäger Light, red.) was volgens Schrempp niet te voorzien beweest.

Net zoiets gold voor de lucht- en ruimtevaartindustrie die eveneens “voor zestig procent” inzakte, waardoor de in 1989 uit een aantal overgenomen bedrijven ontstane Daimler-dochter (en Fokker-moeder) Dasa nog steeds geen winst heeft gemaakt. Bovendien, zegt Schrempp, heeft de val van de dollar een grote rol gespeeld, daardoor is Dasa ondanks “briljante” kostenbesparingen van 2 miljard mark de afgelopen jaren toch in de rode cijfers gebleven. Als de dollar op 1.60 mark zou staan, laat staan boven 2 mark zoals vijf, zes jaar gelden, zou Dasa winst maken.

Dat er tussen de winstprognoses die Reuter 24 mei bij zijn vertrek gaf en de nadere aankondiging in juni dat Daimler in '95 een miljardenverlies moet verwachten zo'n brede kloof was, moet aan een “structurele herwaardering” van de dollarkoers toegeschreven worden, zegt Schrempp. Zestien Duitse banken hadden in maart nog een gemiddeld hogere dollarkoers per eind 1995 voorzien (nl. 1,54 mark, nu realiter circa 1,40). In hun advies hadden ook uitschieters van 1,20 en 1,80 gezeten. De Daimler-top had daarna onder leiding van Schrempp besloten “boekhoudkundig” 1,45 mark voor 1995 en 1,40 mark voor 1995 aan te houden en overeenkomstig grote valuta-reserveringen te treffen (1,3 miljard mark in 1995).