Palestijnen komen op voor geloofsgenoten in Bosnië

BETHLEHEM, 31 JULI. Dertig jonge Palestijnse vrouwen zeulen volle plastic zakken een gereedstaand busje in. Het is een vreemd gezicht, want meestal is het omgekeerd en laden ze zakken uit. Ze werken voor een lokale hulporganisatie die gesponsord wordt door buitenlandse donoren. Maar dit keer fungeren de vrouwen zelf als gulle gevers. Ze zamelen kleren in voor de moslims in Bosnië.

In een plotselinge opwelling van machteloze woede en medelijden zijn de Palestijnen, zelf het grootste hulpproject van het Midden-Oosten, begonnen met een hulpactie voor hun belegerde geloofsgenoten op de Balkan. De autoriteiten van de Palestijnse bestuursautonomie besloten op 22 juli dat alle veertigduizend overheidsdienaren één procent van hun salaris zouden afstaan voor het goede doel. Dat ook de VN-organisatie UNDP op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook haar personeel de bedelnap voor Bosnië onder de neus houdt, is toeval. Omdat de Palestijnse tv door gebrek aan geld en expertise vooral nog oude video's uitzendt, kijken de meeste Palestijnen naar het nieuws op de Israelische of de Jordaanse televisie. Op geen van beide netten werd aandacht besteed aan de Palestijnse inzamelingsactie. Israelische en Jordaanse programmamakers hadden het nog veel te druk met het uitzenden van beelden van hun eigen joint luchtbrug naar Split, afgelopen dinsdag.

De Jordaans-Israelische actie was goed georkestreerd en mede bedoeld om beide volken weer vertrouwen in het vredesproces te geven. De Palestijnse is rommelig en spontaan. De organisator, de minister van religieuze zaken, Hassan Tahboob, zegt: “Ik werd misselijk van al die beelden op de tv.” De Palestijnen hebben hun regering nooit verweten dat ze de moslims in Bosnië lieten stikken. Zij hebben hun eigen problemen. Doordat de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever nog steeds Israelisch grondgebied zijn, bestaat het buitenlandbeleid grotendeels uit propaganda voor een onafhankelijk Palestina. Anders dan in Jordanië, Egypte of de Golfstaten gebruiken de Palestijnse fundamentalisten de kwestie-Bosnië niet om het regime onder druk te zetten.

Maar in Jordanië steeg de druk van de Moslim Broeders op de regering de laatste weken recht evenredig met het aantal schoten op de moslimenclaves in het verre Bosnië. In het Westen heeft de val van Srebrenica en Zepa een hausse aan discussies losgemaakt over de toekomst van de Verenigde Naties en de NAVO, het behoud van de multiculturele samenleving en het bange lot van 'onze jongens' met de blauwe helmen op. Voor miljoenen moslims in het Midden-Oosten gaat de oorlog in Bosnië echter om iets anders. Het Westen - en vooral Amerika - geloven zij is doelbewust bezig de moslims uit Europa te verdrijven. Daarna, is veler stellige overtuiging, zullen de christelijke grootmachten doorstoten naar de landen ten zuiden en oosten van de Middellandse Zee.

Pagina 4: In Bosnië wordt lot islam bezegeld'

“Ik wil mijn hele maandsalaris wel aan Bosnië geven”, roept een docent van de islamitische universiteit in Gaza bijna overstuur uit. “Daar wordt het lot van de islam bezegeld. Erop of eronder.”

Veel Jordaniërs zeggen hem dat na. De Jordaanse Moslim Broeders mobiliseren dat paniekgevoel in hun strijd tegen normalisatie van de betrekkingen met Israel. Zij riepen dat koning Hussein te veel energie stak in het elimineren van de resterende anti-Israelische wetten en te weinig in de grootste dreiging die de islamitische wereld sinds Napoleon voor haar kiezen krijgt. Zij vonden dat de Jordaanse VN'ers terug moesten komen als zij niets beters te doen hebben dan de partijdige politiek van de christen (!) Boutros Ghali uit te voeren. Verder zeiden ze dat de Israelische diplomaten in Amman nog harder van recepties moesten worden geweerd dan ze dat nu al worden. Het werd dus tijd dat de koning, die claimt dat hij een nazaat is van de profeet Mohammed, met een gepast antwoord kwam.

Hussein belde de Israelische premier Rabin met twee voorstellen. Eerst vroeg hij of Israel geen blauwhelmen naar Bosnië kon sturen. Hoewel veel Israeliërs hun sympathie voor de Bosniërs openlijk belijden, voelde Rabin er niets voor om de Israelische afzijdigheid in het Balkanconflict op te geven. “Wij willen geen faux-pas riskeren nu we hier met de moslims tot een vrede proberen te komen”, zegt Daniël Elazar van het Jerusalem Center for Public Affairs. Bovendien wil Israel de joodse gemeenschappen in Kroatië en Servië niet in het nauw drijven. Husseins tweede voorstel, een gezamenlijke vredeshulpvlucht, beviel Rabin beter.

Zo begon wat de Jordaniër Mustafa Hamarna “de koninklijke stunt” van Hussein noemt. De dag na de 'Joint Jordanian Israeli Mission to Bosnia' (op het Israelische vliegtuig waren de landennamen omgedraaid) was Hamarna, directeur van een denktank in Amman, naar kantoor gegaan in de zekerheid dat zijn collega's de actie zouden afkraken. Reden te over, dacht hij. Het volk was dagenlang gebombardeerd met Jerry Lewis-achtige inzamelingsquizzen op de tv, met Israel en de koninklijke familie in een prominente rol. De kroonprins had de samenwerking met de joodse buren de lucht ingeprezen en had die zelfs de ex-Joegoslaven tot voorbeeld gesteld. Bovendien waren de cameralieden er tijdens de tocht door Mostar niet in geslaagd ook maar één Jordaanse blauwhelm in beeld te brengen. “Maar nee”, zegt Hamarna, nog steeds verbaasd, “zelfs onze timmerman, die niet zo van Israeliërs houdt, was nu vol lof over het vredesproces.” Die dag schafte het parlement met 51 tegen 21 stemmen alle anti-Israelische wetten af.

In Israel diende de Bosnië-actie als pleister op de wonde die de bom vorige week in Ramat Gan had opengereten. Zelfs de kranten die de regering plegen te mangelen over haar ondoorzichtige vredesmanoeuvres met de Palestijnen, schreven lyrisch over het vredesdividend van de hulpvlucht. Dat regeringswoordvoerder Uri Dromi enthousiast vertelde dat hij “de Bosnische minister van buitenlandse zaken, Karadzic” had gesproken (de Bosnisch-Servische leider, zoals bekend) en niet wist of hij in het moslim- dan wel het Kroatische deel van Mostar was geweest, is de meeste Israeliërs ontgaan. Dat Turkije mee wilde doen aan de actie maar niet mocht (van Jordanië) kon de goede sfeer evenmin verzuren.

Vergeleken bij dit mediafestijn is de Palestijnse inzamelingsactie voor Bosnië bescheiden. Niemand heeft enig benul waar het geld en de goederen naar toe moeten, laat staan hoeveel de actie kan opbrengen, zelfs minister Tahboob niet. Een groot deel van de bevolking weet trouwens nog steeds niet dat er een actie gaande is. Maar een Palestijn die het wèl weet, beschouwt het als een stap op weg naar de soevereiniteit. Na het vrijdaggebed voor Bosnië zei hij trots: “Dit is de eerste keer dat we een hulptruck de grens over krijgen!” De vorige Palestijnse inzamelingsactie was voor de Irakezen tijdens de Golfoorlog. Toen kwam de truck niet verder dan het eerste Israelische checkpoint.

    • Caroline de Gruyter