Lunapark

Coney Island is een schiereiland op de zuidwestpunt van Long Island bij New York. Het hoort bij Brooklyn. 'Coney' is volgens sommigen een verbastering van het Nederlandse konijn, een dier dat hier vroeger in groten getale zou hebben rondgehuppeld.

Coney Island ontwikkelde zich in het laatste kwart van de 19de eeuw tot de populairste badplaats van de Verenigde Staten. Austin Corbin (1827-1896) en George Cornelius Tilyou (1862-1914) leverden hier een grote bijdrage aan.

Corbin zag als eerste de mogelijkheid om van Coney Island een supervakantieoord te maken. In 1876-1877 legde hij de New York & Manhattan Beach Railway naar Coney Island aan, gevolgd door andere verbindingen per spoor en per boot. Het schiereiland werd zo goed ontsloten.

George Tilyou was de zoon van een hoteleigenaar op Coney Island. In 1876, toen bleek dat veel bezoekers van de wereldtentoonstelling in Philadelphia naar Coney Island kwamen om de Atlantische Oceaan te zien, opende hij zijn eerste souvenirkraampje. Hij was toen veertien. Tilyou verkocht doosjes met gezeefd zand en flessen zeewater. Op zijn 17de liet hij de bekende Bowery aanleggen, een soort kermis-straat, gevolgd door Tilyou's Surf Theatre, het eerste grote vermaaksoord op het schiereiland, dat al zeer in trek was bij het grote publiek.

Alle ondernemers schreeuwden er over de geweldige capaciteit van hun hotels. Zo beweerde het Sea Beach Palace in 1879 al 15.000 maaltijden tegelijk te kunnen serveren. In 1882 werd een hotel gebouwd in de vorm van een olifant, met in zijn voorpoten een diorama en een sigarenwinkel.

In de jaren tachtig en de vroege jaren negentig was John Y. McKane de grote baas op Coney Island, dat onder zijn bewind de bijnaam Sodom by the Sea kreeg. Tilyou slaagde erin McKane weg te werken en probeerde vervolgens van Coney Island een fatsoenlijke badplaats te maken. De pretparken op het eiland, waaronder Tilyou's Steeplechase Park, trokken toen al een enorme hoeveelheid bezoekers: zo'n 5 miljoen per seizoen, soms wel 200.000 op één dag.

In 1901 bezocht Tilyou in Buffalo (N.Y.) de Panamerikaanse tentoonstelling. Daar kon je in een cyclorama met een ruimteschip een Trip to the Moon maken, inclusief vlucht (met uitzicht door de patrijspoorten), landing, en een kort verblijf op de maan. De maanreizigers werden verwelkomd door reuzen en dwergen en kregen een groene kaas mee als souvenir. Tilyou kocht deze attractie, met de eigenaars Frederic Thompson en Skip Dundy erbij, voor Steeplechase Park. Maar eind 1902 begonnen Thompson en Dundy voor zichzelf. Ze kochten een oud pretpark op Coney Island, sloopten het grotendeels, en bouwden Luna Park.

In mei 1903 werd Luna Park geopend. Voor 10 dollarcent kwam de bezoeker terecht in één groot, 'Super-Saracenic, Oriental Orgasmic' decor, zoals John F. Kasson het noemt in zijn studie over Coney Island rond de eeuwwisseling. Een kwart miljoen elektrische lampjes maakte het park ook 's avonds overweldigend. Er was een stuk Venetië nagebouwd, inclusief gondels, een Japanse tuin, een Iers dorp, een Eskimodorp, een Nederlandse molen en een Chinees theater.

Je kon er op olifanten of kamelen rijden en er was een compleet circus. Sommige vertoningen waren uitermate wreed, zoals de publieke executie van een oude olifant (die eerst zogenaamd vergiftigde wortels kreeg en vervolgens werd geëlektrokuteerd) en de act van het paard King dat van een hoge toren in een zwembad moest duiken. Er werden ook natuurrampen nagespeeld: de val van Pompeï, grote overstromingen en een brand in een gebouw van vier verdiepingen.

Je moest vooral actief zijn; er waren wel bankjes, maar Thompson en Dundy zagen mensen liever niet stilzitten en stuurden muziekkorpsen op hen af om ze in beweging te brengen. Er waren bibberende plaveisels, schietstoelen, roetsjbanen met loopings en door namaaklandschappen, waterglijbanen - kortom, alles waar moderne pretparken goede sier mee maken werd in Luna Park en elders op Coney Island al eens vertoond.

Het succes van Luna Park leidde tot concurrentie van Dreamland Park, dat op de proppen kwam met een miljoen lampjes, een dorp met 300 dwergen en een brand in een gebouw van zes verdiepingen. Ironisch genoeg ging Dreamland Park in 1911 zelf geheel in vlammen op.

De aftakeling van Luna Park zette in 1907 in. Dundy stierf dat jaar, nog geen vijftig jaar oud. Thompson ging in 1912 failliet en stierf een paar jaar later, 46 jaar oud. Luna Park bleef bestaan, maar slaagde er niet in ieder seizoen met nieuwe attracties te komen, waardoor de belangstelling spoedig terugliep.

Internationaal was Luna Park toen echter al een begrip geworden. Vanaf 1911 wordt het in het Engels gebruikt voor grote pretparken in het algemeen. Rusland kende in 1913 een theater 'Luna-Park' en Nederlandse woordenboeken vermelden lunapark sinds 1916, in de betekenis 'park voor vermaak' of 'moderne soort van kermis'. Van Dale geeft het bovendien als synoniem voor cake-walk.

In de jaren veertig werd Luna Park op Coney Island een paar keer door brand getroffen. Van de oude glans was toen al niets meer over. Dat het park later moest plaatsmaken voor een parkeerplaats en nog later voor woonhuizen, is dan ook een vorm van 'genadige euthanasie' genoemd.